Gedaan met gniffelen : Laïs

De Nieuwe Folkies

Laïs zijn drie jonge meisjes die a capella (en op de plaat begeleid door Kadril) en driestemmig oude teksten zingen. Ook Jorunn, Annelies en Nathalie hadden zich het succes niet zo kunnen voorstellen. Wat in het zog van groepen als Värtinnä, Hedningarna, en de door de Mystères des Voix Bulgares aanvaardbaar gemaakte ruwere zangtechniek is het meisjestrio aan een doorbraak bezig buiten de beperkingen van de kleine volksmuziekkring in Vlaanderen.

Ze zongen voorprogramma’s van Värtinnä zelf en stonden voor I Muvrini op het podium van Vorst Nationaal. Ambitie zat, al “verschilt die nogal tussen ons drieën, maar we hebben het wel allemaal”, zegt Jorunn, de drijvende kracht achter Laïs, die de andere vriendinnen overhaalde samen te zingen. Het waren de heren van Kadril die ze op een folkstage opmerkte, ze een rolletje gaven in een muziekproductie voor Theater Taptoe en ze lang patroneerde. “We zijn er nu wel klaar voor om voor onszelf en de anderen te bewijzen dat we het ook zonder Kadril kunnen”.

De ambitie van de groep laat zich onder andere zien in het professioneel management waardoor ze geassocieerd worden aan rockpromotiehuis Make It Happen. Het gevolg is dat een deel van ons gesprek over ambitie gaat en wat ze er mee aanmoeten. Wat als er zich tournees van maanden in het buitenland aankondigen? De groep was al in Denemarken, Oostenrijk en Zuid Afrika en er wordt ernstig rekening mee gehouden, al is de reden voor hun succes hen niet direct duidelijk. “Misschien omdat het hier nieuw is: drie grietjes die a capella op een podium staan te zingen, dat zal een deel van de fascinatie zijn”, zegt Nathalie, de engelenstem van de groep.

“Wat we doen ? We nemen oude teksten en zetten ze op onze eigen melodieën en zingen ze in drie stemmen”, zegt Jorunn als ze naar het wat gevraagd wordt. “We staan er eerlijk gezegd niet bij stil waarom we dat doen, we zitten in oude boeken te snuisteren omdat die teksten ons aanspreken en waarom moderne teksten dat minder doen weten we ook niet zo goed. We hebben het geprobeerd, maar dat klonk dan weer zo kleinkunsterig “. Dat het op folk uitgelopen is vormt ook een onderwerp van discussie: zijn we folk ? Waarschijnlijk wel, dus waarom niet? “Ze vergelijken ons soms met Värtinnä, maar we kenden die niet voor we ermee begonnen. We hebben onze eigen klank gewoon zelf gevormd , het kwam vanzelf”, zegt Annelies.

Laïs solo staat nu voor drie kwartier a capella zang, maar meer inspanning willen ze ook niet van hun luisteraars vergen. “We willen ook niet echt een a capella cd maken. De mensen kunnen dat niet echt helemaal volhouden, maar het is ook niet zo simpel om daar een mooie begeleiding bij te zoeken, we hebben al een eigen geluid. Aan de andere kant kun je met instrumenten erbij wel af en toe een korte pauze nemen”.

Jorunn weet dat er nog veel werk voor de boeg is: “We zijn er nog lang niet. Dit is ons genre, we hebben onze stijl maar er zal veel afhangen van met welke muzikanten we het verder zullen doen. Als je naar een groep als Värtinnä luistert dan hebben die een enorme evolutie doorlopen. Wij zijn nog jong en we staan voor alles open, dus wie weet wat er nog komt”.

Het interview wordt regelmatig onderbroken voor het uitwisselen van wat slierten spaghetti over tafel en speldenprikjes onder tafel. Het meisjesgehalte van de groep is nogal duidelijk, de girl power groep van de folk in ons land begint echter al de zwaarte van het vele werken te voelen. “Soms”, zegt Annelies, “zou ik gewoon nog eens met Nathalie en Jorunn willen gaan shoppen, want we zijn zo vaak samen de laatste tijd dat we dat precies niet meer doen”.

“Het is zalig om in de zomer in de tuin te gaan zitten om te repeteren”, valt Jorunn bij, “we hebben niks mee te sleuren dan onze stemmen. Soms komt er dan niet teveel van repeteren met de picknick naast ons, we zitten vaak teveel te tetteren onder mekaar”. Waarop Annelies haar koffiekoekje naar Jorunn gooit, ook al de ontvangster van de spaghetti-overschotjes. “We blijven toch hoofdzakelijk vriendinnen, maar mocht het ooit mislopen dan is dat maar zo. Ik zal veel huilen, maar daar is dan niks aan te doen”.

De andere groepen kijken met enige sympathie naar het relatieve succes van Laïs, hoewel ze zelf misschien andere ambities hebben. Zegt Wouter Vandenabeele: “het is een voordeel voor elk van ons dat ze de voortrekkers zijn, ze fungeren momenteel een beetje als locomotief. Als we allemaal samen spelen, dan komen veel mensen voor Laïs en laat die dan maar de andere groepen ook ontdekken”.

Of iemand nog een idee heeft hoe die folkboom nog kan groeien? Erwin Libbrecht relativeert toch weer. De meisjes van Laïs komen uit families waar ook al folk gespeeld wordt en ook Wouter Vandenabeele denkt niet dat het allemaal zo’n vaart loopt: “Ik liep vorig jaar rond op Winterfolk tussen 800 mensen in de Ancienne Belgique in Brussel en ik kende daar bijna iedereen van stages en van “het wereldje”, dus hebben we nog wel een eindje weg af te leggen.

Gerry De Mol
© Weekend Knack, 3 februari 1999

Fluxus, Ambrozijn, Laïs, Olla Vogala en de kinderen De Cauter spelen zes keer samen als Bouquet Garni in enkele Culturele centra van het land, première op Brugges Festival op 6 februari.
De cd’s van Fluxus (Pingoeroe), Ambrozijn en Laïs verschenen op het Alea label, de live cd Olla Vogala verscheen op MAP Records. Dit voorjaar nog verschijnt een nieuwe cd van Kadril op Alea.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s