Laïs: “Folk is meer dan klompen en geitenwollen sokken”

Annelies, Nathalie en Jorunn van Laïs: “We willen laten zien dat folk meer is dan klompen en geitenwollen sokken.”

Ze zijn jong, ze zijn onweerstaanbaar zichzelf, ze hebben prachtige stemmen en ze veroveren België stormenderhand met oude volksliedjes. Even voorstellen: Nathalie, Jorunn en Annelies van LAÏS, of de nieuwe folkgeneratie.

– We weten al wat je eerste vraag zal zijn, klinkt het, met een uitdagende blik in mijn richting.
– O ja?
– Wat drie jonge meisjes in het folkmilieu zoeken.

Dit is Laïs: een trio glunderende gezichten en de innemende spontaniteit van vriendinnen onder elkaar. Annelies Brosens (19) en Jorunn Bauweraerts (19) waren piepjong toen ze in ’94 ontdekt werden tijdens een muziekstage in het folkmekka Gooik. Nathalie Delcroix (22) kwam er pas twee jaar later bij, en werd bij wijze van spreken ontdekt in de auto.
Jorunn “We zongen eerst samen met een ander meisje, en toen zij om allerlei redenen de groep verliet, waren we op zoek naar een derde stem. Ik kende Nathalie van vroeger en hoorde haar toevallig zingen in de wagen.”
Nathalie “Als kind was ik altijd aan het zingen, op weg naar school, en dan echt heel luid. Ik trok me van niemand iets aan. Maar ik had nooit gedacht dat ik nog eens op een podium zou staan door m’n stem te gebruiken. Ik was al een beetje fan van Laïs toen Jorunn me vroeg : ‘Jij zingt wel goed, kunnen we eens iets proberen?'”

– Je had dus geen geschoolde stem?
Nathalie “Nee, ik heb het onder de douche geleerd. (lacht) In het begin was het wel moeilijk. Ik moest enorm veel nummers tegelijk instuderen omdat er een optreden gepland was, en ik ben al niet zo een podiumbeest.”
Jorunn “Bij dat eerste optreden maakte ze een fout en toen sloeg ze haar hand voor haar gezicht, zo van: o nee!”
Annelies “Bij ons is het veel geleidelijker gegaan. Wij hebben tijd gehad om te wennen. Maar we hebben Nathalie er echt in gesleurd.”

– Komen jullie alledrie uit het folkmilieu?
Annelies “Nee, alleen Jorunn. Zij is daar echt in opgegroeid en ze heeft het ons ook leren kennen.
Nathalie: Ik was al veel met die muziek bezig, maar ik wist niet dat het ook hier zo sterk leefde.”

– Waar komt die plotse belangstelling voor folk vandaan ?
Nathalie “Het is eens iets anders. Mensen zijn al de rest moe en dan krijgen ze opeens dit te horen.
Jorunn: Iedereen is weer bezig met zijn roots, met authentieke wereldmuziek. Bij de hippies had je al die interesse voor Indische muziek, maar nu gaat het meer om de ontdekking van : tiens, eigenlijk hebben we hier ook wel iets. Ons boeit het vooral om met die nummers van vroeger te spelen. We werken met oude teksten, maar de arrangementen komen uit onszelf. In die zin zijn we niet bezig met traditionele volksmuziek: het is echt hedendaagse folkmuziek.”

– ’t Smidje werd vroeger al op muziek gezet door Miek en Roel. Wisten jullie daarvan?
Annelies “Nu wel, maar toen hadden we er geen idee van. Het is eigenlijk wel grappig. We hebben er met hen nog niet over gepraat.”

– De teksten klinken vaak verassend modern. Je zou haast denken dat jullie ze zelf hebben geschreven.
Jorunn “Nee, mijn vader heeft dat ooit geprobeerd, maar dat werkt niet. Dan begin je al meteen over koene ridders en zo. Maar een lied als Het zoutvat, over een huwelijk dat slecht afloopt, zou nu nog geschreven kunnen worden. Voor ons is het handig dat die oude teksten afstandelijker zijn. We kunnen moeilijk met z’n drieën over heel emotionele dingen gaan zingen.”
Nathalie “Ik ben niet van plan iedereen te gaan vertellen wat ik denk en voel, want wat hebben de mensen daar nu aan? Het is tof om die oude nummers nu opnieuw een waarde te geven.”
Annelies “We brengen geen boodschap. We willen gewoon laten zien wat je óók kunt doen met folk.
Jorunn: Dat het niet alleen gaat om klompen en geitenwollen sokken. Mensen zijn vroeger met die oude teksten bezig geweest en nu nemen wij dat over. Het is zalig om te weten dat anderen vroeger ook hebben zitten knoeien om de juiste melodie te vinden.”

– Blijkbaar komen de nummers vaak toevallig naar jullie toegewaaid, zelfs bij Spullenhulp.
Jorunn “Ja, dat is het juist. Welke winkel verkoopt er nu nog liedboeken? Bij Spullenhulp gaan vaak oudere mensen langs die één en ander kwijtwillen waar ze niks mee zijn.”

– Is het voor jullie altijd meteen duidelijk welke arrangementen je moet schrijven?
Annelies “We schrijven niets op. We spreken bij iemand van ons drieën thuis af en dat heet dan ‘repetitie’: een babbelnamiddag, zingnamiddag…”
Jorunn “Ik vind het enorm tof om stemmekes te zoeken, arrangementen te maken. Daar zijn we heel intensief mee bezig. Soms hebben we heel snel het begin van het nummer, maar dan komen er nog zoveel strofen achter, waar je ook iets van moet proberen te maken. Het is iets wat je doende leert. Daar is geen school voor, denk ik.”

– Mij viel op hoe melancholisch veel van die nummers zijn. Ik stel me bij Vlaamse folk vooral feest- en drinkliederen voor.
Annelies “We zingen heel vaak in de mineur-toonladder, maar dat doen we zeker niet bewust. Soms zeggen we zelf: ’t Is wéér een mineur. Wellicht heeft het iets te maken met de combinatie van onze stemmen.
Jorunn: De teksten zijn ook redelijk zwaar. De zeven steken gaat over een gast die een meisje zwanger maakt en haar dan vermoordt. Bruidsnacht is ook triestig, maar ik vind het wel heel mooi. Ik denk gewoon dat het er in de Middeleeuwen zo aan toeging. Dat wordt dikwijls voorgesteld als de periode van prinsessen en koningen, maar het gewone volk leefde in verschrikkelijke omstandigheden.”

– Wat brengt 2000 op muzikaal vlak?
Annelies “Een nieuwe cd! Momenteel zijn we bezig met Bouquet Garni, een project met drie andere groepen : Fluxus, Ambrozijn en de kinderen van Koen de Cauter. Daarin kunnen we elk laten zien waar we mee bezig zijn en daarna gaan we mengen. Ik denk wel dat die andere groepen meer geneigd zijn dingen samen te doen en dan als één blok naar buiten te treden. Ik persoonlijk heb liever dat we als Laïs onze plan trekken.”
Nathalie “Anders kom je als groep ook niet veel verder. Het wordt tijd dat we met ons ding bezig zijn.”
Jorunn “Mensen vragen ons vanalles en we zeggen altijd maar ja, maar eigenlijk hebben we geen tijd meer om zelf nummers te maken en fatsoenlijke muzikanten te zoeken. Het is echt moeilijk een groep te vinden waar wij voor honderd procent tevreden mee zijn.”

– Maar jullie blijven toch a capella zingen?
Jorunn “Dat blijft zekze de basis. A capella zijn we nog altijd het sterkst. Da’s vreemd, want eigenlijk sta je dan naakt op het podium. Maar als er begeleiding achter je staat, vraag je je altijd af: gaan zij invallen of vallen wij juist in ? Terwijl wij drieën elkaar intussen heel goed aanvoelen. Als je aan het zingen bent, voel je op de duur : ze stopt even met ademen, ze gaat nu beginnen…”

– Gaan jullie je nu fulltime op Laïs toeleggen?
Nathalie “Nee, Annelies en Jorunn studeren nog muziek. Ik volg een opleiding als kleuterleidster en ik heb zelf net een kindje. Ik zit dus helemaal in die kinderwereld … (lachend)”
Jorunn “Ik volg mijn eerste jaar jazz-zang. Het is een beetje bekrompen om te zeggen: ik zing folk en nu wil ik alleen nog folk horen. Via jazz leer je je stem anders te gebruiken, andere accenten te leggen.”
Annelies “Ik heb vier jaar les gevolgd aan het Lemmensinstituut en nu zit ik in mijn tweede jaar klassieke zang aan het conservatorium. Ik zou heel graag eens in een opera meespelen.”

– Zijn jullie niet bang dat jullie daardoor uit elkaar zullen groeien?
Annelies “Ik hoop dat ik nooit de keuze zal moeten maken. Dat ik Laïs moét laten vallen om in de opera te kunnen zingen. Als dat zo was, dan zouden er wel een paar tranen vloeien.”
Nathalie “Wat ik soms jammer vind, is dat je je vriendschap op de duur anders gaat bekijken. We zien elkaar nu wel heel veel, maar het gaat altijd over Laïs. We zullen nooit eens zeggen: ik ga eens gewoon naar haar bellen.”
Annelies “Het vraagt heel veel energie. Je bent bezig met de verkoop ven een cd, en dan probeer je toch al aan nieuwe nummers te denken, een nieuwe cd. Op de duur is dat zoveel van je denkwereld. Vandaag hadden we een interview, een fotosessie en een optreden. Dat betekent dat je moet babbelen en zingen en er ook nog een beetje goed uitzien. Maar zo gaat dat als je een cd maakt: ofwel doe je het, ofwel doe je het niet.”

Kaat Schaubroeck
© Feeling, Maart 1999

De titelloze cd van Laïs werd uitgebracht bij Wild Boar Music. De hemelse stemmen zijn live te horen op zaterdag 13 maart in C.C. De Woeker, Oudenaarde (voor tickets tel. 055/31.46.01) en op woensdag 31 maart in Theaterzaal Vooruit (voor tickets tel. 03/448.28.38).

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s