Magie met schunnige liedjes

Ze zingen Vlaamse folk, op basis van schuin repertoire uit het antiquariaat. Jorunn, Annelies en Nathalie uit Kalmthout treden op als Laïs. In Vlaanderen zijn ze hot. En ook Emmylou Harris viel voor de ‘engelenstemmen’. Deel twaalf in een serie over Nederlands repertoire. Teksten en melodieën komen goeddeels uit bundels als Singhet ende weshet vro, De Coussenmaker, het Keukenmeidenzangboek of andere beduimelde werkjes uit het antiquariaat. Er wordt wel geschaafd. ‘Gie’ wordt ‘gij’, of zelfs ‘jij’. Een al te oubollig deuntje krijgt een ander ritme of tempo, of verdwijnt onder nieuwe harmonieën.

Terwijl Nederland Belgische popgroepen als Zita Swoon en Soulwax omarmt, koestert een deel van muziekminnend Vlaanderen zelf een tere bloem die op een ánder terrein opbloeit. Laïs, drie meiden uit Kalmthout, verovert het laagland voorbij Wuustwezel met vaak a capella gezongen traditionals van eigen bodem. De groep is het grootste Vlaamse folksucces ooit: een heuse hit (’t Smidje) en een notering in de toptien van best verkochte cd’s.
Engelenstemmen, oordeelde countryqueen Emmylou Harris toen ze het gekwinkeleer, gefluister en geschetter voor het eerst hoorde.
Jorunn Bauweraerts (20), Annelies Brosens (19) en Nathalie Delcroix (23) maakt het niet zoveel uit. Nou vooruit, Vlaamse folk, met die omschrijving kunnen ze leven, al coveren ze ook Jacques Brel en Sinéad O’Connor. Annelies: ‘Bij de Free Record Shop staan we bij de pop.’
De populariteit reikt ver. Kinderen zingen mee, Johan Anthierens nodigde de groep uit bij de presentatie van zijn biografie van Brel, schrijver Geert van Istendael is naar verluidt een fan, maar ook de grootmoeder van Jorunn brengt de broze botten in beweging op de klanken van De Wijn, Zeven Steken en De Wereld Vergaat.
In een eetcafe in Gent, tegenover de cultuurtempel De Vooruit, zitten de zangeressen achter borden pasta na een repetitie met nieuwe begeleiders. De vraag naar concerten is groot. Mogelijk dat na België ook Nederland valt. Jorunn: ‘Ik zou het wel bijzonder vinden, Nederland. Het is toch je taalgebied.’
Een promotiecampagne over de grens zit in de koker. Maar folk verkopen vraagt in Nederland een aanmerkelijk delicatere marketing dan in Vlaanderen, waar de muziek uit eigen streken een ware opleving doormaakt. Eén schamper oordeel en Laïs belandt bovenmoerdijks in de hoek van de blije baarden, geitenwollen sokken en knappend kampvuur.
Ze zijn er niet zo beducht voor. Jorunn: ‘Wat we doen is geen folklore, geen volksmuziek. Folk is van deze tijd. Er zijn rapgroepen die het gebruiken. Die oude wijsjes zijn voor ons slechts het begin.’ Jorunn studeert jazz aan het conservatorium in Gent, Annelies klassiek en Nathalie, kleuterleidster in opleiding, houdt wel van hiphop en techno.
Ze selecteren de teksten op het verhaal. Er moet ‘iets grappigs’ inzitten, of ‘iets moois’, of ‘iets tragisch’. Er schuilt bijna altijd erotiek in, zegt de groep.
De naam is dan ook geen toeval. Laïs is oud-Iers voor stem, maar staat ook voor een vroegere erotische dichtvorm. ‘Soms zijn het gewoon schunnige liedjes, andere keren wordt het verbloemd.’
Dat de Isabelle uit het lied Isabelle (bron: Antwerps liedboek) naar Gent vertrekt om te leren naaien heeft, verzekeren ze, met meer dan alleen kantbewerking te maken.
Wie een optreden van Laïs bijwoont, verwondert zich over de helderheid en timing van de stemmen. Zeker zonder begeleiding is elk missertje waar te nemen, maar uitglijders zijn er zelden. Annelies: ‘Elk zuchtje, álles horen we van elkaar. O, die moet nog ademhalen, even wachten maar.’
Het begon in 1994 in Gooik, in het hart van Pajottenland, waar Jorunn en Annelies een folkstage volgden aan de volksmuziekschool. Mede-cursisten vielen muisstil, toen ze samen zongen. De kennismaking met het grote publiek volgde twee jaar later. De meisjes, nog maar nauwelijks zestien jaar, beklommen het grote podium op het festival van Dranouter en bezorgden een tent met tienduizend doorgewinterde folkies kippenvel en brachten Emmylou tot haar hemelse vergelijking.
Vrezen ze, weer twee jaar verder, de vergankelijkheid van een hype? ‘Drie jonge grieten die wereldmuziek zingen, het is nieuw voor Vlaanderen, het heeft iets exotisch. Er is weer interesse voor folk. Velen zijn op zoek naar hun wortels, daar past deze muziek bij. Maar als het allemaal voorbij zou zijn, blijven we gewoon samen zingen.’
Het is te mooi om zo maar op te geven. Tijdens repetities ontdekken ze nog altijd voor hen onontgonnen terrein in de harmonieën. Onlangs nog. Dat zijn magische momenten: alle drie tegelijk voelden ze dat er iets bijzonders gebeurde. Jorunn, bekent ze, had zelfs even geweend.

Rob Gollin.
(c) De Volkskrant, 22 maart 1999

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s