Laïs-Dag (deel 3)

Brussel – Ter gelegenheid van “Vrouwendag” – traditiegetrouw gevierd op 11 november – werden er drie vrouwen aan de tand gevoeld over alles en nog wat. Niet zomaar drie vrouwen, maar Annelies, Jorunn en Nathalie van Laïs. In een één uur durend superinterview ontlokte Benny D’Haeseleer, presentator van Rang 1 (Radio 1) een aantal cassante uitspraken aan het drietal. Tussen de lachbuien, het gegniffel en een aantal hilarische toestanden door werden door het trio ook nog twee nummers live gezongen en werden er honderdeneen vragen beantwoord. Deel drie.

Verslaafd aan Muziek

– Vandaag draait het niet om Marianne Faithfull in Rang 1, wel rond de drie dames van Laïs die er gelukkig nog altijd bij zijn. Eigenlijk had ik gehoopt dat jullie vandaag een eigen versie van een of ander Marianne Faithfull-nummer zouden zingen.
Annelies Als je dat een beetje eerder gevraagd had, hadden we dat kunnen doen.
– Ah. En dat was gelukt ook nog?
Nathalie Waarom niet…
Jorunn We kunnen goed werken onder tijdsdruk.
– Hoe voelt dat eigenlijk aan, een warm applaus krijgen? Geeft dat een kick?
Jorunn Bij mij in ieder geval wel, ja.
– Doen jullie het daarvoor, voor de kick?
Annelies Ik niet.
Jorunn Nee. ’t Hoort er wel bij, op een podium staan. ’t Zingen op zich niet, want we kunnen er evengoed van genieten als we met drie aan ’t repeteren zijn.
Nathalie Meer zelfs.
Jorunn Ja, qua geluid en zo. Maar op een podium hoort dat contact met het publiek erbij. En dat gebeurt via applaus. Of via heel diepe stilte natuurlijk.
– Als ik ’t begrijp is zingen gewoon een verslaving geworden.
Jorunn Ja. Ik vind van wel.
– Zingen jullie altijd, bijvoorbeeld ook op de trein?
Jorunn Deze keer niet, maar dat gebeurt regelmatig; liefst in een leeg compartiment.
Annelies Ik herinner me dat we eens ooit volle bak in de trein aan ’t zingen waren. We zijn wel niet met onze hoed rondgeweest.
Nathalie Pff. ’t Loonde de moeite niet. Er zat te weinig volk.

Repertoire

– Jullie gaan op zoek naar oude liedjes. Waar halen jullie die?
Jorunn We gaan vooral naar oude teksten op zoek. Als er toevallig een mooie melodie bijzit, gebruiken we die als basis. De teksten zoeken we in tweedehandswinkeltjes. Of we krijgen die toegestuurd van mensen die weten waar we mee bezig zijn.
– Jullie zitten dus niet ergens in een stoffige bibliotheek dagen aan een stuk te bladeren in oude manuscripten.
Nathalie Absoluut niet. We hebben wel wat anders te doen!
Jorunn Als ik naar iets speciaals op zoek ben, dan ga ik wel snuffelen in oude boekenwinkels. Dat hoort erbij. We gaan ook heel bewust op zoek naar nieuwe nummers. Er zijn al zoveel traditionals gebruikt en herwerkt…
– Ik zag Cecilia komen.
Jorunn Bijvoorbeeld, ja. Wij willen nieuwe dingen brengen. Oude nieuwe dingen…
– Jullie willen je ook niet beperken tot het “Vlaamsche” repertoire.
Nathalie Op onze debuut-cd is dat sowieso al niet het geval. En op op onze volgende is dat hetzelfde. We zingen nummers in verschillende talen. Taal is geen criterium. We proberen alles uit wat op onze weg komt, zij het Engels, Frans, Zweeds. Als het mooi is, mooi klinkt en als we er ons goed bij voelen, dan geeft dat bij ons de doorslag.
– Op die volgende cd zou dan iets kunnen staan van Marianne Faithfull bijvoorbeeld.
Annelies Dat kan. Waarom niet? Als ’t in ’t geheel van de cd past.
– Ik zou dat tof vinden…
Nathalie We zullen voor u een apart cd-tje maken!

Geen damesgroep!

– Laïs is gestart als a capella-groep. Drie dames en één stemvork.Ondertussen hebben jullie een batterij muzikanten erbijgehaald. Eerst met Kadril, ondertussen met een eigen groep. Waarom hebben jullie geen meisjes erbijgenomen?
Jorunn Bewust. Geen vrouwen in de begeleidingsgroep. Dat kan heel erg klinken. Misschien is het gewoon uit egoïsme. We willen dat de aandacht op ons gericht blijft. ’t Zou ook verwarring kunnen scheppen met bijvoorbeeld één vrouw erbij… En mannelijke muzikanten geven je ook meer steun.
Annelies. Ik heb wel eens gedacht aan het toevoegen van een violiste.
– Maar een uitsluitend vrouwelijke groep bijvoorbeeld… ?
Jorunn Nee. Dan ga je je automatisch profileren in de zin van: “Wij zijn een vrouwengroep.” Dat werkt niet!
– Dat is toch mooi op Vrouwendag?
Nathalie Jammer genoeg zijn er ook veel minder vrouwelijke muzikanten dan mannelijke. De mannen met wie we tot nu toe gewerkt hebben, “lagen” alshetware op onze weg. Er is nog nooit een vrouwelijke drumster naar ons toegekomen met de vraag om met Laïs mee te spelen of auditie te doen.
Jorunn ’t Is nog altijd een mannenwereld, hè.
Nathalie We hebben wél een vrouwelijke manager.
Samen Voilà!.

Arrangementen

– Jullie hebben muzikanten toegevoegd. ’t Is niet louter a capella meer. Wordt er nu anders aan nummers gewerkt?
Annelies We hebben voor een aantal nummers andere arrangementen uitgeschreven. Wij zijn vijf jaar bezig. Vier jaar hebben we dezelfde liedjes gezongen en die hebben we op cd gezet. Toen de beslissing was gevallen om niet meer met Kadril samen te werken en een eigen groep te vormen, wilden we bewust Kadril niet copiëren. We beschouwen die periode als voorbij. Een a capella-nummer als “De Wereld vergaat”, brengen we nu met volledige band. Zo zijn er nog een aantal. Sommige mensen schrikken daar wel van. We krijgen daar verdeelde reacties op.
Nathalie De jeugd vindt ’t over het algemeen nu toffer. De wat oudere mensen vinden ’t nu iets te hard of te rockerig.
– ’t Zijn nu ook geen traditionele instrumenten meer.
Jorunn Hans Quaghebeur van Kadril speelt op draailier en accordeon.
Annelies We hebben toch ook akoestische gitaar en contrabas. ’t Is niet omdat het geen onbekende of minder bekende instrumenten zijn, dat het geen authentieke instrumenten zouden zijn.
– Hoe komt het dat op een bepaald moment Laïs en Kadril niet zijn samengesmolten, want daar zag het – volgens ons – toch even naar uit.
Nathalie Zowel Laïs en Kadril hadden hun eigenheid en wilden die allebei bewaren. De beide groepen wilden volledig zichzelf blijven.
Annelies Vanaf het het begin was het heel duidelijk dat we twee aparte groepen waren.
Jorunn Die samenwerking is heel mooi geweest en heeft ons ook allebei geholpen. We hebben veel van Kadril geleerd. Maar op een gegeven moment begonnen de mensen te denken dat Kadril onze volledige arrangementen uitschreef. Dat maakte dat we ons wilden bewijzen. Dat wij Laïs waren.

Experimenten

– In de jaren zeventig werd folk vermengd met rock: de folkrock die Kadril nu ook nog speelt. Nu, 25 jaar later zitten we in het tijdperk van de techno en de hiphop. Een paar groepen – waaronder Kadril – willen een kleine “aanstoot” geven naar hiphop en dergelijke. Hoe staan jullie daar tegenover?
Nathalie Ik zou me daar niet goed bij voelen. Ik vind hiphop heel goed als het door iemand gebracht wordt die het kan. Dan klinkt dat prachtig. Als het daarentegen op een bedenkelijke manier gecoverd wordt, vind ik dat je er beter kan afblijven.
Annelies ’t Wordt er zeer dikwijls bijgesleurd omdat ’t in is. En daar moet je heel hard mee oppassen.
Jorunn Op die manier gaat het na drie jaar – als die rage weer voorbij is bijvoorbeeld – ook heel gedateerd klinken. Maar ik zou wel dingen willen uitproberen. Maar dan moet je met iemand kunnen werken die weet waar wij mee bezig zijn, wat a capella inhoudt en wat hij zelf kan toevoegen. Als je dan tot iets moois komt – dat ook blijvend mooi is – dan heb ik geen angst voor experimenten. Op het moment zijn er allerlei experimenten aan de gang. We moeten er gewoon mee uitkijken. Maar angst is altijd een slechte raadgever. Je moet durven vernieuwen.

Benny D’Haeseleer
(c) Rang 1 (Radio 1), 11 november 1999

(Einde van Deel 3)

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s