Laïs, of het verhal van jonge blaadjes aan een Vlaamse folkboom

Vlaanderen wordt stilaan te klein voor hen, Fransen en Spanjaarden beginnen hun liedjes te smaken en, ja, zelfs in Nederland kunnen de drie ‘schone deernes’ uit het Antwerpse Kalmthout al op een schare fans rekenen. De meisjes zijn wel de meest opvallende maar niet de enige jonge blaadjes aan de folk-boom die stevig wortel heeft geschoten in Vlaanderen. Peter De Rop ging voor het Nederlandse tijdschrift ‘Sketch’ op zoek naar de meststoffen die de voedingsbodem voor de volksmuziek daar zo verrijken.

Laïs, dat is Welsh voor ‘stem’, oud-Germaans voor ‘lied’ én een verzamelnaam voor Franse erotische troubadoursliederen uit de Middeleeuwen. Maar Laïs, dat is vooral een jong Vlaams meisjestrio dat – hoe vreemd het ook mag klinken – met a cappella-zang en oude archaïsche teksten de harten van menig West-Europees muziekliefhebber aan het veroveren is. Vlaanderen wordt stilaan te klein voor hen, Fransen en Spanjaarden beginnen hun liedjes te smaken en, ja, zelfs in Nederland kunnen de drie ‘schone deernes’ uit het Antwerpse Kalmthout al op een schare fans rekenen. De meisjes zijn wel de meest opvallende maar niet de enige jonge blaadjes aan de folk-boom die stevig wortel heeft geschoten in Vlaanderen. Wij gingen op zoek naar de meststoffen die de voedingsbodem voor de volksmuziek daar zo verrijken.

Wie volksmuziek of folk in het algemeen nog associeert met gratuite feest- en drinkliederen, zal bij het horen van het populairste Vlaamse folk-fenomeen van het moment wel even slikken. Het geluid dat de prille twintigers Annelies Brosens, Jorunn Bauweraerts en Nathalie Delcroix voortbrengen met het meest natuurlijke instrument – de stem – wordt door meer dan één recensent en fan als “hemels” omschreven. Levende countrylegende Emmylou Harris had het zonder meer over “voices of angels” toen ze de meisjes in augustus ’96 op het West-Vlaamse folkfestival van Dranouter bezig hoorde.
Alternatieve girl-power met een hoge aaibaarheidsfactor? Misschien. Maar daarmee alleen verklaar je niet waarom het sympathieke trio aanslaat bij hyperkinetische bakvisjes én bij bezadigde opa’s – en alle leeftijdscategorieën daartussen. Daarmee verklaar je niet waarom hun eerste cd in de platenkast van doorwinterde folkies én van die-hard techno-fanaten steekt.
De meisjes van Laïs omschrijven hun muziek zelf als hedendaagse folk. Ze gaan uit van oude teksten, uit beduimelde lied- en keukenmeidenzangboeken die ze in tweedehandswinkeltjes van onder het stof gaan halen. “Moderne Nederlandstalige teksten klinken vaak te kleinkunsterig”, vergoelijken ze die keuze voor authentiek materiaal. De symboliek in die middeleeuwse verhaaltjes spreekt hen aan. En met ‘symboliek’ bedoelen ze dan de creatieve en omfloerste manier waarop erotische exploten in die tijd werden beschreven.
Maar het is Laïs niet in de eerste plaats om de inhoud van hun liederen, niet om een boodschap te doen. Het gaat hen om hoe hun muziek klinkt. Om het creëren van een klankenspel. De meisjes sloven zich uit in ‘stemmetjes zoeken’, in het maken van arrangementen op bestaande – oude – melodieën maar meer en meer ook in het componeren van eigen muziek. Niet vanachter een schrijftafel met een blad waarop alleen lege notenbalken prijken. Maar al zoekend, al zingend.
En hun recept spreekt aan. Begeestert. Beklijft. Hun debuut-album – met ook covers van Jacques Brel en Sinead O’Connor – werd in november ’98 unaniem lovend onthaald. In geen tijd werden 30.000 exemplaren van de titelloze cd verkocht. Waarvan al enkele duizenden in het buitenland. “Nee, in Frankrijk verstaan ze die Nederlandse teksten niet”, geeft het drietal toe. “Maar een groep als het Finse Värttinä (die ook meerstemmige vrouwenzang brengt, nvdr), daar versta je toch ook geen bal van? Het klinkt gewoon heel goed.” En daarmee is de eerste verklaring voor het Laïs-succes gevonden: het klinkt gewoon heel goed.

Hoe alles begon
We schrijven augustus 1994. Gooik, Vlaams Pajottenland, ten zuid-westen van Brussel – streek waar ook komiek Urbanus woont. Sinds eind jaren ’70 vindt daar eens per jaar een volksmuziekstage plaats. Honderden jonge en iets minder jonge folkliefhebbers – ook uit Nederland – blazen er verzamelen om zich te bekwamen in het bouwen en bespelen van traditionele instrumenten, in het zingen van volkse liederen.
Augustus 1994, dus. Jorunn, dochter van een doedelzakspelende vader, neemt Annelies, haar vriendin van op de muziekacademie, mee naar zo’n stage in Gooik. Ze zijn amper 15 jaar. De laatste nacht van de stage blijven een handvol deelnemers samen zingen. Tot de zon opkomt. De Kalmthoutse meisjes heffen op een gegeven moment Barbagal aan, een tralalie-falderidera-lied van de Italiaanse groep Cantovivo. En plots wordt het helemaal stil.
Enkele mannen van Kadril – een gevestigde ouwe rot in het Vlaamse folkcircuit – waren getuige van dat ‘magische’ moment. Ze spoorden de meisjes aan verder te doen. Kadril werd de muzikale gids van het trio. Samen met de folkrockband mocht Laïs in ’96 een eerste keer duizenden enthousiastelingen kippenvel doen krijgen op het vermaarde folkfestival van Dranouter. Groepen als Clannad en Luka Bloom vroegen hen om hun voorprogramma te verzorgen. Er volgde een mini-concerttournee door Zuid-Afrika. En een cd.

Waarachtigheid
Ruim 30.000 verkochte zilveren schijfjes en ontelbare optredens en interviews verder, worden Annelies, Jorunn en Nathalie om de haverklap lastiggevallen met vragen naar verklaringen voor hun populariteit. “Vocale schoonheid is universeel”, klinkt het dan. De meisjes zien in hun muziek “een alternatief voor het kille geweld van de elektronische dance-wereld”, omschrijven hun repertoire als “warm en authentiek, voor alle leeftijden”.
“Wat we doen is niet zozeer berekend maar heeft vooral met gevoel te maken. Met intensiteit.” Dat ‘pure’ is ongetwijfeld een volgende schakel in het succesverhaal. In een soort van fin-de-siècle-besef gaan steeds meer mensen dezer dagen op zoek naar hun wortels, naar tradities. Weg van het gekunstelde, op zoek naar eenvoud, naar waarachtigheid.
Maar er is meer nodig. Met een plaat van een overjaarse accordeonspeler die walsjes en polka’s aan mekaar rijgt, valt geen tiener of twintiger meer te paaien. Als volksmuziek geen museum-aangelegenheid wil zijn, dan moet ze buiten haar grenzen durven treden. Dat is een stelling die dezer dagen in de Vlaamse muziekpers graag wordt beleden. En die door Laïs wordt bewezen.
De meisjes zijn een van de eersten die de cocon van de traditionele, soms wat conservatieve muziekbeleving van het volksmuziekwereldje hebben doorbroken. De eersten die zich ook bewust commercieel zijn gaan profileren. Want ‘commercie’ en ‘ambitie’ waren tot voor kort vieze woorden in Vlaamse folkmiddens. Terwijl de Ieren van hun door overlevering overleefde muziek een heus exportproduct hebben gemaakt, bleven Vlamingen jarenlang vooral in de eigen kroegen spelen.
Laïs niet. Ze hadden heel snel uitgemaakt wat ze wilden: doorbreken. Hét maken. Ze kozen zonder meer voor een gemakkelijk in het oor liggende single die op meer dan één radiozender werd grijsgedraaid. Ongezien in de folk. Maar het werkte. ’t Smidje schreef geschiedenis.

Parochiezalen
“’t Kliekske was een kwarteeuw lang de best verkochte volksmuziekgroep in Vlaanderen, met 18.000 LP’s. Laïs heeft er nu al bijna het dubbele.” Herman Dewit, voorman van de oer-Vlaamse volksmuziekgroep ’t Kliekske en pionier van de heropleving van het genre sinds eind jaren ’60, looft de professionele aanpak van Laïs. Een steengoeie cd-productie en dito verdeling zijn volgens hem belangrijke factoren in de zoektocht naar een antwoord op de succes-vraag.
“Toen wij 31 jaar geleden met ’t Kliekske begonnen, was alleen Wannes van de Velde in ons land met volksmuziek bezig, met zijn dialectliederen. Voor de rest werden onze parochiezalen vooral gevuld met kleinkunstenaars, zoals Dimitri van Toren, Kor Vander Goten, Zjef Vanuytsel en Miel Cools. De instrumentale volksmuziek die wij brachten, werd toen als nieuw en verfrissend ervaren. Laïs voegt vandaag ook een nieuw element toe aan de bestaande muziek-scène”, zo trekt Dewit een parallel met het verleden.
En dan toch met een beetje spijt in de stem: “De media-aandacht voor folk als muziekstijl is vandaag veel groter. Nieuwe groepen worden nu vrij snel door een professioneel management in de arm genomen. En dat management gaat dan bij alle culturele centra en festival-organisatoren langs om optredens te kunnen vastleggen. Die luxe hebben wij nooit gekend.”
De vorming van volksmuzikanten en -zangers is een volgende sleutel die voor de huidige generatie folkmuzikanten in Vlaanderen meer deuren naar succes opent. En daarvoor mag Herman Dewit zelf de pluimen op zijn hoed steken. “De vader van Annelies van Laïs zegt het bijna elke keer wanneer ik hem ontmoet: ‘Met u is het allemaal begonnen’. De man doelt daarmee op de stages traditionele volksmuziek die we al meer dan 20 jaar organiseren, bij ons in het Pajottenland.”
Dewit was de initiatiefnemer van die jaarlijkse vakantiecursussen. Hij wordt daarom wel ‘ns “de paus van de Vlaamse volksmuziek” genoemd. Sinds ruim twee jaar wordt onder impuls van Dewits Volksmuziekgilde in de muziekacademie van ‘zijn’ Gooik ook volksmuziek gedoceerd. Piano’s en violen worden er nu af en toe overstemd door doedelzakken, hommels en diatonische harmonica’s. Een unicum voor het klassieke kunstonderwijs in Vlaanderen.
Het belang van die scholing, ook voor instrumentenbouw, is cruciaal in heel het verhaal. De pioniers van de Vlaamse volksmuziek anno 1960-1970 hadden geen materiaal om mee te beginnen. “Wij hebben 20 jaar moeten wachten op goeie instrumenten. We moesten ze zelf maken, op basis van afbeeldingen op schilderijen en prenten”, mijmert Herman Dewit.
“Maar ondertussen hebben wij onze kennis doorgegeven. De jonge generatie heeft alles voor het grijpen. Hetzelfde geldt voor de muziek. Wij en groepen als Rum of het Brabants Volksorkest moesten alles gaan opzoeken, in vergeelde geschriften of, met een bandrecordertje bij mensen thuis gaan aankloppen en vragen of ze nog een paar melodietjes konden voorzingen. De huidige generatie muzikanten en zangers moet geen nieuwe ontdekkingen meer doen. Zij kunnen naspelen en -zingen wat al bestaat. Een mooi voorbeeld daarvan is het liedje ‘Warme Garnas’ dat op de Laïs-cd prijkt. Ze hebben dat van een cd van ons overgenomen, want de laatste strofe hoort niet bij het origineel: die heb ik zelf geschreven.”

Cross-over
De inventarisatie van oude melodieën en de daaraan gekoppelde authentieke uitvoeringswijze is inderdaad de verdienste van de vorige generatie folkmuzikanten. Maar jongeren, zoals de meisjes van Laïs, willen verder gaan. Zij maken nu eigen werk met de tradities als vertrekbasis. Maar ook niet meer dan dat. Ze gaan volop experimenteren met invloeden van buitenaf. Vraag is natuurlijk of die cross-over wel zo nodig is. Of de massa wel per se bereikt moet worden, eventueel ten koste van een origineel genre.
Laïs vindt duidelijk van wel. Herman Dewit is niet echt overtuigd. “Met goeie instrumenten en het beschikbare repertoire zijn de groepen van vandaag beter gewapend om hun muziek te populariseren”, begint hij voorzichtig. Maar als populariseren betekent dat volop moet gemixt worden met Afrikaanse wereldmuziek, dat mag worden geput uit Keltische, Scandinavische of Oost-Europese tradities en hedendaagse trends als techno en hiphop… “Ik vrees een beetje dat je op den duur overal één grote muzikale hutsepot gaat aantreffen, dat je in alle landen dezelfde soort muziek gaat horen klinken”, voorspelt de immer beminnelijk sprekende man.
Maar tegelijk begrijpend: “De zoektocht naar ‘nieuwe’ dingen is wel logisch verklaarbaar. Wij moesten niet over de grenzen gaan kijken. Omdat alles in onze eigen achtertuin lag te wachten om opnieuw uitgevonden te worden. Als we vandaag in de Vlaamse folk instrumenten als de nyckelharpa zien opduiken (een Zweedse knopjesviool, nvdr), dan komt dat omdat in Vlaanderenland nauwelijks of geen eigen oude instrumenten meer te ontdekken vallen.”
En als de exotische aantrekkingskracht van de eigen cultuur verdwijnt, gaan nieuwsgierigen dat exotisme elders zoeken.

Strijdcultuur
Die culturele verklaring krijgt nog een andere dimensie in het exposé van Miel Appelmans van vzw Den Appel. In het Vlaamse-Brabantse Asse, vlakbij Brussel, houdt hij met een tiental vrijwilligers een winkeltje open dat met zo’n 20.000 cd’s de grootste collectie folkmuziek van de hele Benelux in de rekken heeft staan. Hij deelt de exotische analyse, maar draait ze tegelijk om.
“Vlamingen zijn grootgebracht in een strijdcultuur”, poneert Appelmans. “Ons volk is in de loop van de geschiedenis door zoveel verschillende culturen overheerst. Vandaar onder meer de rijkdom van onze muziek, met invloeden van overal. Vandaar ons open vizier naar andere culturen. Maar vandaar ook de geldingsdrang om op te komen voor de eigen cultuur.” Dat is volgens de man de voornaamste reden voor het feit dat een folkboom zoals die zich in Vlaanderen manifesteert niet of nauwelijks gevolg krijgt in Nederland.
Over het succes van Laïs kan Miel Appelmans eveneens meespreken. Samen met Kadril-gitarist Erwin Libbrecht, man achter de kleine platenfirma Wild Boar Music, heeft Den Appel het label Alea opgericht. Een van de eerste cd’s die daarop uitkwam, was die van het meisjestrio.
“Laïs is uitgegroeid tot een fenomeen. De puik verzorgde en massale promotie én de keuze voor een meezinger als cd-single hebben daar zeker toe bijgedragen. En laten we er geen doekjes omwinden: het gaat hier om drie mooie meisjes. Dat speelt ook mee. Maar vooral: ze brengen volksmuziek in een modern kleedje. En daar zat Vlaanderen blijkbaar op te wachten.”
“Folk is ‘in’ bij ons. Dat zie je onder meer aan het publiek dat de jongste jaren op de folkfestivals afkomt”, stelt Appelmans vast. We konden dat eind januari nog aan den lijve ondervinden. Het jongste grootschalige – en verdienstelijke – vierdaagse folkfestival in Tilburg kreeg vooral een veertigerspubliek over de vloer. Als je begin augustus rondloopt op de weide van het West-Vlaamse Dranouter of – een paar weken geleden nog – op de derde editie van Winterfolk in Brussel, dan merk je dat de gemiddelde leeftijd er tien tot vijftien jaar lager ligt.

Vruchten
Resultaat van dat alles: er wordt in Vlaanderen vandaag veel meer folkmuziek verkocht dan pakweg tien jaar geleden. Miel Appelmans daarover: “Begin jaren ’90 waren nog goed vier op vijf platen of cd’s die hier buiten gingen van Angelsaksische en Keltische oorsprong. Dat aandeel is nu tot een kwart teruggelopen. De interesse voor andere culturen is daarentegen sterk toegenomen: Noord-Europese, Gallicische of Oost-Europese folk gaat nu veel makkelijker over de toonbank. En de belangstelling voor de eigen Vlaamse muziek is vertienvoudigd, als we dat mogen afleiden uit onze verkoopcijfers.”
Jonge, gevormde en getalenteerde volksmuzikanten plukken daar de vruchten van. Met groepen als Fluxus, Ambrozijn, Olla Vogala, (Bub) en Troisseur groeien steeds meer blaadjes aan de Vlaamse folk-boom. Al bloeien die van Laïs nog steeds het snelst. En het schoonst.

LaIs-nieuws
Laïs toerde begin dit jaar met Sting door Frankrijk en deed ook Spanje en Nederland aan. Voor het verzamelalbum van de Corsicaanse groep I Muvrini mochten de meisjes een duet opnemen en in het najaar zou de volgende cd van het trio in de winkel moeten liggen: de eerste van een reeks van vijf bij de internationale platenmaatschappij Virgin.
Een concertkalender, een bio en discografie én alle nieuwtjes en weetjes over de groep zijn te vinden op officiële website van Laïs via http://www.lais.be

Peter DE ROP

Auteur Peter De Rop werkt als journalist op de nieuwsredactie van de Vlaamse krant Het Nieuwsblad, publiceert regelmatig over ontwikkelingen in de Vlaamse folk-wereld en is zelf ook actief als volksmuzikant en organisator van folkconcerten.

Het artikel “Laïs, of het verhaal van jonge blaadjes aan een Vlaamse Folkboom” verscheen in Sketch, een Nederlands vakblad voor theateramusement (5de jaargang, nummer 17 – voorjaar 2000).

© Sketch, 5de jaargang, nummer 17 – voorjaar 2000

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s