Laïs gaat voor Europa – Tweede cd ‘Dorothea’ moet doorbraak in buitenland betekenen

BRUSSEL – Het uur van de waarheid voor Laïs. Waren de 50.000 verkochte cd’s van het debuut een toeval, te wijten aan mooie gezichtjes of ongewone samenzang? Of werd kwaliteit beloond? In ieder geval, “les polyphonies Flamandes” gaan ervoor met hun nieuwe cd. Vol zelfvertrouwen, maar steeds “met de voeten op de grond”.

Ook het Kalmthoutse trio had allerminst verwacht dat zijn debuut op het kleine Wild Boar-label zo lekker zou lopen. Een vol jaar stond de plaat in de Vlaamse cd-top-50, en ze werd uitgebracht in Frankrijk (7.000 stuks verkocht), Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Spanje en Portugal. “Waardoor ik de voorbije twee jaar veel meer Vlaamse folkplaten kon uitbrengen dan verwacht”, erkent de directeur van Wild Boar, Erwin Libbrecht, grif.

Jorunn Bauweraerts, Nathalie Delcroix en Annelies Brosens blijven er rustig bij. Ze zijn zelfverzekerder geworden, zeggen ze. Speelden deze zomer het publiek op Rock Werchter plat – “niet verwacht; we zijn toch een folkgroep”, zegt Jorunn, alsof dat een verdachte soort is – en keken een volle hal in Marseille zo diep in de ogen dat iedereen pas weer begon te babbelen toen het hoofdprogramma, een zekere Sting, opkwam.

Deze week ligt Dorothea in de winkel. Dertien liedjes in allerlei vormen. Soms a capella, dan weer als folkrock gearrangeerd. Of als swingende fusiemuziek, als zacht chanson. Zeker niet de scherpe bocht die velen lijken te verwachten. «Een mooi folkplaatje», zegt manager Bieke Purnelle. «Een stemmenplaat», meent arrangeur Fritz Sundermann.

Sundermann, begenadigd multi-instrumentalist en sinds maart 1999 vaste gitarist bij de groep, probeert de cd te duiden. «Het is niet omdat we live harder gingen spelen, dat we zo’n sound ook op plaat wilden. We wilden geen breuk met hun goeie debuutplaat, veeleer een logisch vervolg erop. Want hun grote, formidabele troef zijn hun drie stemmen.»

Over die stemmen doen mooie verhalen de ronde. Het heet dat ze samen al zingend hun discussies voeren bijvoorbeeld. Op de cd, waar die stemmen ver naar voren gemixt zijn, is te horen hoe ze gegroeid zijn. De verschillende timbres zijn beter te onderscheiden en haken tegelijk rijker in elkaar. Het schept een sfeer die «niet hard, maar ook niet fragiel» is, zegt Jorunn.

Tekstueel lijkt er weinig veranderd. Ze hebben geput uit dezelfde oude boekjes die ze al op het debuut gebruikten, zoals ‘De Vlaamsche Zanger’. Het titelnummer hebben ze uit Jan Frans Willems’ Liedboek, en de tekst van ‘Doran’ plukte Jorunn uit een heel oud Alvermanneke, nog met lederen kaft, van haar overgrootvader. «Maar de titel komt uit Het heksenkind, een favoriet jeugdboek.»

‘Doran’ is meteen een van de opvallendste nummers, met «een heel hoog heksgehalte», meent Jorunn. Op de achtergrond neuriet een atmosferische slide-gitaar en de meisjes zingen een poëtische rondedans van woorden, waarin een vlucht van ‘meidezwanen’ versmelt met een weidedans van ‘zwanemeiden’. Een mooi stuk symbolistische taalkunst die de groep in de toekomst verder wil gaan exploreren.

Verder handelen de archaïsche teksten over een wijnmeisje dat verkracht wordt (‘houd uw kanneke proper, Dianneke’), over een vrouw die niet langer op haar zeeman wacht, een gebroken hart en een zekere Klaas die aan zijn moeders rokken blijft hangen en «nu met zijn fluit speelt». Het typische, licht erotische Laïs-universum, kortom. Maar juist, waren ‘laïs’ nu net geen erotische liederen?

«We willen geen boodschap brengen, en ook geen link met vandaag suggereren», zegt Annelies. Maar waarom niet, wil ik weten? Eigentijdse teksten kunnen best ook sfeervol en suggestief zijn. «Ik zie de zinsbouw van nu niet zitten», werpt Jorunn op. «Je belandt zo gauw in de kleinkunstsfeer.» En Nathalie: «Het archaïsche van oude teksten zingt gewoon veel beter. We staan wel open voor nieuwe teksten, maar tot dusver lukte het enkel met Frank Vander Linden.»

Wat is hun geheim?
Zijn het de liedjes, die voor een nog steeds groeiend publiek als een thuis aanvoelen?
Is het dat spel van drie vrouwenstemmen? De jaren negentig waren bij uitstek jaren waarin vrouwen, van Céline Dion tot Zap Mama, succes hadden.
Of is het toch dat beeld van die drie meisjes, in hun aantrekkelijke mengeling van meegaandheid en eigenzinnigheid?

Aan de liedjes is alvast hard gewerkt. De eerste cd werd destijds nog snel, en live, opgenomen, en de mentors van Kadril zorgden voor de instrumenten. «Nu waren we bij alles betrokken», zegt Annelies. «We hebben een preproductie gedaan, waardoor we in de studio heel rustig waren. Voordien was al van alles weggegooid. Toen we opnamen, wisten we wat we wilden.»

Voor Fritz Sundermann zijn het de stemmen die het doen. Hij noemt de drie meisjes samen één instrument, en beschouwt zichzelf als een katalysator die hun gedachten muzikaal vertaalt. «Ze vinden een arrangement voor drie stemmen en noemen dat een nummer. Vaak zit dat onregelmatig in elkaar. Voor ons komt het er op aan daar een harmonische onderbouw bij te vinden. Maar het moet goed aanvoelen. We sluiten nooit compromissen.»

Alles vertrekt vanuit de stemmen, bevestigen de meisjes. «Iemand heeft een arrangement voor één stem», legt Annelies uit, «en de anderen zoeken daar hun plaats rond. In een paar dagen is een nummer dan klaar. Een huiskamer, een minidisc, meer is er niet nodig.» Tenzij dan de druk van een deadline, grapt Nathalie. «Die hebben we echt nodig gehad.»

Maar onzichtbaar voor de bewuste waarneming speelt ongetwijfeld ook de présence van het drietal een rol. Wat me op de vraag brengt wie eigenlijk wat is in Laïs? Consternatie! Ze kijken rond, vinden dat een moeilijke vraag, stoten elkaar aan om te beginnen, en kreunen teleurgesteld wanneer pas enkele minuten ver in de sessie het interview moét afsluiten van het strenge promotiemeisje Ilse.

«Nathalie is het meest op haar eigen dingen gericht», zegt Annelies. «We kregen een voorstel van Kaat Tilley om ons te kleden, maar zij wilde niet. Ze gaat ook nooit met ons mee om kleren te kopen. Zij doet ons er ook het meest aan denken dat de folk in onze muziek moet blijven.» Jorunn: «Ze is bang van het commerciële». Nathalie: «Ach, ik denk mijn eigen ding, ja, maar ik zeg het toch niet zo gauw?»

Niet bang van enig commercieel instinct is Jorunn Bauweraerts, van huis uit de meest folkgerichte Laïs-stem. Het blijkt een reactie: «Ik heb het wel gehad met die muziek, ik luister er zelfs nauwelijks naar.» Ze is ook vergeetachtig, en een droomster: «Ik droomde al heel vroeg over hoe Laïs moest zijn. En ik zei ook dat ik veel wilde optreden.» Annelies: «Ze zei ook meteen dat we bij Virgin moesten tekenen.»

Annelies Brosens, die het langst muziek studeerde, blijkt de organisator van het trio. De omschrijvingen liegen er niet om: «aards», en «nuchter», en «zeer gestructureerd». Jorunn: «Ze is heel eerlijk, en dat heeft zijn voor- en nadelen.»

Drie karakters, drie stemmen. Straks beginnen ze aan een grote Nederlandse tournee, en veel concerten in Frankrijk, Spanje, Italië en andere landen volgen. Zeker in Frankrijk, waar de 7.000 verkochte exemplaren van een overwegend Nederlandstalige cd hoop geven, lijkt er iets moois weggelegd. «En we kunnen nog veel verder», droomt Jorunn alweer verder.

Van onze redacteur Peter Vantyghem

Cd “Dorothea” deze week in de winkels. Concerten: Gent, Vooruit, 29 november (0900-00600) en Antwerpen, Bourlaschouwburg, 4 december (03-224.88.43).

© De Standaard Online, 13 november 2000

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s