Tournee China (20-27 september)

VLAAMSE FOLK IN HET LAND VAN JIANG ZEMIN? Jawel. De met engelenstemmen gezegende zangeressen van Laïs zijn net terug van een korte maar geslaagde concertreis door de Chinese Volksrepubliek, die hen naar Shangai en Peking bracht.
De groep, in Vlaanderen inmiddels goed voor zo’n 110.000 verkochte cd’s, is altijd al grensoverschrijdend geweest. Eerder was ze te zien in Zuid-Afrika en liet ze zich opmerken op diverse Europese podia. Toeren in China blijft natuurlijk een wedloop met hindernissen, maar de gevreesde cultuurschok bleef uit en zelfs met de communicatiekloof bleek het al bij al nogal mee te vallen.
Een week met Laïs in het land van het Midden: het dagboek van een ooggetuige.

GOUDEN STEMMEN BIJ BADKAMERLICHT

20011013_demorgen1VRIJDAG
«Kan iemand misschien dat ding afzetten?», klinkt het geïrriteerd. Annelies Brosens, een derde van Laïs, wijst naar de felle zon die op dit ochtendlijke uur al genadeloos door de ramen van het luchthavengebouw naar binnen priemt. Het is halfzeven in Peking. Het vliegtuig uit Brussel is net geland en de tijdssprong van zes uur, die de West-Europese reiziger van een volledige nachtrust berooft, weegt voelbaar op het humeur. Het vreugdeloze gelaat van de ambtenaar aan het loket ‘immigratie’ helpt ook al niet echt om het gezelschap op te beuren. Het is nu wachten op een vlucht naar Shangai. Het idee dat ze daar vanavond al een veertig minuten durend optreden moeten geven, grotendeels a capella dan nog, lijkt de dames van Laïs op dit moment tamelijk ondraaglijk. Iedereen wil slechts één ding en dat is slapen.
De groep is in China op uitnodiging van de Belgische ambassade in Peking en het kunstencentrum Biz’Art in Shangai. Beide instanties wilden een evenement organiseren om de dertigste verjaardag van de diplomatieke relaties tussen België en China te vieren en sloegen dan maar de handen in elkaar. Waarom de keuze uiteindelijk op Laïs viel? «Omdat ik het een prachtige groep vind en ze, net zoals ik, uit Kalmthout komt», vertelt Siegfried Verheijke, Vlaams economisch vertegenwoordiger in Peking. Niemand van de Laïs-familie, de zangeressen Jorunn Bauweraerts, Nathalie Delcroix en Annelies Brosens, gitarist Fritz Sundermann, manager Bieke Purnelle, klankman Ad van Beek en fotograaf Kris Goubert, zal aan de hele onderneming ook maar een cent verdienen. «Maar», zegt Jorunn filosofisch, «we krijgn er wel China voor in de plaats.»
Shangai is met zijn skyline van moderne wolkenkrabbers en torengebouwen en zijn luxueuze department stores de meest kosmopolitische plek in de Chinese volksrepubliek. Deze stad die nooit slaapt en waar de winkels altijd open zijn, is het paradepaardje van de economische liberalisering die werd doorgevoerd door partijleider Deng Xiaoping en nu wordt voortgezet door diens opvolger Jiang Zemin. Shangai is bij uitstek een kapitalistische handelsstad en de levensstandaard van haar twaalf miljoen inwoners ligt hoger dan waar ook in China. In deze metropool zijn zowat alle ogen op de Verenigde Staten gericht, maar vreemd genoeg vind je in het Education Hotel, vlak bij de drukke Fenyang Road, geen enkele bediende die Engels spreekt.
Katelijn Verstraete, een uit Roeselare afkomstige sinologe die al tien jaar in China woont en werkzaam is bij Biz’Art, de organisatie die in Shangai drie concerten van Laïs organiseert, neemt ons mee naar het oudste gedeelte van de stad, een wirwar van smalle steegjes vergelijkbaar met Noord-Afrikaanse soeks. In de verkeersdrukte, die van fietsers en voetgangers een ware doodsverachting vergt, vormt de Yu Yuan Garden een oase van rust. De klassieke Chinese tuin uit de Mingdynastie schept, met zijn paviljoenen vol beelden van boeddha’s en draken, een illusie van de ordelijkheid in een stad waar vooral de chaos regeert.
Het Belgische consulaat bevindt zich in een statig gebouw, opgetrokken in koloniale stijl en omgeven door een prachtig park waarin een eenvoudig podium is opgetimmerd. Enkel de torens, waarvan de hoogste gedeelten nog net boven de boomtoppen uitsteken, verraden dat we ons in hartje Shangai ophouden. De consul-generaal heeft vanavond zo’n tweehonderd mensen uit de diplomatieke sector en het bedrjifsleven uitgenodigd. Op het menu: een etentje én een Vlaams folkconcert. Laïs is zo gecharmeerd door de locatie dat de effecten van de jetlag althans tijdelijk lijken weg te ebben. Het heeft ook iets surrealistisch: drie Kalmthoutse meisjes die onder een Chinese sterrenhemel a-capellaliedjes als ‘7 Steken’, ‘Benedetta’ of ”t Zoutvat’ staan te zingen. Een budget om de hele band over te vliegen was er niet, maar Fritz Sundermann, zoon van jazzlegende Freddy Sunder, springt af en toe bij op akoestische gitaar, waardoor ‘Kanneke’ en ‘Dorothea’ van een onweerstaanbare groove worden voorzien. De samenzang is pure magie en de Europese toeschouwers steken hun bewondering niet onder stoelen of banken. De Chinezen applaudisseren beleefd, maar zonder veel geestdrift. Of is het gewoon een kwestie van temperament? Als we achteraf ons oor te luisteren leggen in het Laïs-kamp, zijn de meest gehoorde reacties ‘keigraaf’ en ‘bangelijk’. Voor wie nooit een cursus Kempisch heeft gevolgd: beide adjectieven betekenen zoiets als ‘geweldig’ of ‘ontzagwekkend’.
In het busje op weg naar het hotel worden de dames geplaagd door existentiële vragen als: «Kun je hier ook Japans eten? Of boterhammen met Nutella?» Annelies heeft een wonderlijke ontdekking gedaan: «Sinds ik in China ben, kan ik plotseling fluiten. Luister.» Iedereen is diep onder de indruk.

ZATERDAG
Op weg naar Wuzhen, een stadje op meer dan twee uur rijden van Shangai, kijken we gefascineerd naar krasse grijsaards die al om acht uur ’s ochtends op straat aan hun dagelijkse tai-ji beginnnen. Die levendige tafereeltjes maken echter snel plaats voor de troosteloze aanblik van grauwe, uniforme woonkazernes en stoffige wegen die nergens naartoe leiden. Soms zien we kilometerslang niets anders dan struisvogelfarms of eendenkwekerijen.
In Wuzhen, dat doormidden wordt gesneden door een rivier, bekruipt je onvermijdelijk een Bokrijk-gevoel, ook al zijn de huizen er nog bewoond, en worden er oude kunsten en ambachten levend gehouden. Men kweekt er zijderupsen, stookt er brandewijn, bedrukt er stoffen en maakt er fraai houtsnijwerk, maar de bezoeker kan zich ook onderdompelen in klassieke schaduwspelen of komisch theater. De drie Laïs-meisjes halen hun hart op in de vele winkeltjes met prullaria. Jorunn heeft voor een prikje twee enorme rieten matten gekocht, die ze de hele dag noodgedwongen op haar schouders meetorst, terwijl ze door Chinese voorbijgangers meewarig wordt nagekeken. Maar, zo wordt ons door de andere zangeressen verzekerd, er is meer nodig om haar van haar stuk te brengen.
Biz’Art is een culturele non-profitorganisatie die in Shangai tentoonstellingen organiseert en buitenlandse kunstenaars met Chinese in contact brengt om gezamenlijke projecten op te zetten. «We proberen hedendaagse kunst vooral een gezicht te geven», legt Katelijn Verstraete uit. «Het publiek hier is nauwelijks vertrouwd met dingen als video art, graphic design, moderne dans of elektronische muziek. Door te tonen was er voorhanden is, hopen we er op termijn ook meer appreciatie voor los te weken. Maar het gaat ontstellend traag. Ik heb gisteren nog meegewerkt aan een radioprogramma over Laïs en zelfs mediamensen weten hier niet eens wat wereldmuziek is. Nieuwe initiatieven worden door de overheid ook niet echt aangemoedigd. Er bestaat in China wel een publiek dat nieuwsgierig is naar dingen die het nog niet kent. Alleen weet het niet altijd waar het die moet gaan zoeken.»
Het hoofdkwartier van Biz’Art houdt het midden tussen een concertbunker en een postindustriële tentoonstellingsruimte. Bij de ingang heeft een van de sponsors zowaar een frietkraam neergepoot en Nathalie kan de verleiding niet weerstaan. «Van al dat Chinese eten ziet mijn plas helemaal geel», vertelt ze ongevraagd. «Alsof iemand er saffraan bij heeft gedaan.»
Hoewel op Chinese radiostations zo goed als geen buitenlandse muziek wordt gedraaid en geen mens er al van Laïs heeft gehoord, loopt het zaaltje aardig vol. Het publiek, dat vooral uit twintigers en dertigers bestaat, oogt een beetje arty, maar er zijn zelfs persmensen en een filmploeg komen opdagen. Cold Water, de plaatselijke rockband die het voorprogramma mag verzorgen, maakt een naar Chinese maatstaven vrij gedurfde kruising van hardcore en lofi, al klinkt die de modale westerling alleen maar amateuristisch en gedateerd in de oren.
Manager Bieke merkt schamper op dat haar meisjes hier «bij badkamerlicht»” moeten optreden, maar de sfeer tijdens de set van Laïs is meteen een stuk beter dan gisteren. De ene helft van de toeschouwers is duidelijk in vervoering, de andere helft praat zo luid dat de a-capellagezangen slechts ternauwernood boven het geroezemoes uitkomen. Op een gegeven moment zijn er zoveel geluidsproblemen dat de meisjes besluiten zonder microfoons verder te gaan en dat dwingt ontzag af. De aanwezigen worden muisstil en eisen na afloop zelfs een toegift.
«Je moet goed beseffen dat een groep als Laïs voor dit publiek veel exotischer klinkt dan een gemiddelde pop- of rockband», zegt organisatrice Katelijn Verstraete. «Muziek zonder instrumentale begeleiding is voor Chinezen sowieso weinig toegankelijk. Na het optreden waren de reacties nogal gemengd. Sommige mensen zeiden: ‘Zo’n prachtige muziek hebben we nog nooit eerder gehoord’, anderen vonden het dan weer een beetje saai. De taal blijft wel een kloof. Chinezen zijn het niet gewend naar dingen te luisteren die ze niet begrijpen. Je krijgt dus veel vragen over de inhoud. Waar gaat het over? Misschien moeten we volgende keer toch maar vertalingen voorzien.»

20011013_demorgen2ZONDAG
Een dag later treedt Laïs op voor een duizendtal studenten in de aula van de Hua Shi Da-universiteit, en iemand wordt bereid gevonden de liedjes van een korte Chinese introductie te voorzien. Dat helpt: er wordt regelmatig gelachen, wat de indruk versterkt dat de humor toch wel overkomt. De culturele appetijt van de toeschouwers is blijkbaar groot: zodra de deuren van de zaal opengaan, een uur voor het concert, stormt een horde toeschouwers naar voren om alvast de beste plaatsen in te nemen. Maar na de set stormt iedereen al net zo snel weer naar buiten. «Rare jongens, die Chinezen», zegt gitarist Fritz Sundermann hoofdschuddend.
Het optreden begint erg goed, maar door de schrille geluidsweergave dreigt het contrast in de harmonieën verloren te gaan. Bovendien is de gitaar, die enkele van de songs wat extra drive moet geven, soms bijna onhoorbaar. De toeschouwers die achteraan zitten, schuiven ongedurig heen en weer over hun stoel en lopen om de haverklap de zaal in en uit. Opvallend is dat niemand het in zijn hoofd haalt zijn mobiele telefoon het zwijgen op te leggen: het hele concert lang zitten mensen doodgemoedereerd te bellen, ook al is dat bijzonder storend voor de groep en de andere toehoorders. Later vernemen we van de Belgische ambassadeur in Peking dat zulks in China tot de normale gang van zaken behoort. Zelfs tijdens een Mahler-concert, een opera of een filmvoorstelling blijven de Chinezen er lustig op los gsm’en.
Ondanks de grote opkomst doet de set een beetje futloos aan. Niet dat er slecht wordt gezongen of gespeeld, het heeft wellicht met de stand van de sterren te maken. Het publiek applaudisseert wel, maar zonder veel overtuiging. Een bis komt er deze keer al helemaal niet aan te pas.
«Eigenlijk was dit een illegaal concert», bekent Katelijn Verstraete na afloop. «Wil je hier zoiets officieel organiseren, dan moet je de zegen krijgen van het ministerie van Cultuur, maar dat kost je minstens vijf maanden. We hebben wel een officiële toelating gevraagd, maar er kwam geen reactie. Dus: als er geen formeel verbod komt, kun je het er net zo goed op wagen. Het hoofd van het muziekdepartement van de universiteit heeft ons wel geholpen. Die man zou het liefst wat vaker buitenlandse dingen brengen maar krijgt er de middelen niet voor. Aangezien we buiten het officiële circuit opereren, kunnen we helaas geen entreegeld vragen. Alle concerten van Laïs in China zijn dan ook gratis. Wel heeft de universiteit haar infrastructuur ter beschikking gesteld. Het is een samenwerking waar iedereen baat bij heeft.»

MAANDAG
In de tuin van de Belgische ambassade in Peking heerst een drukte van belang. Diplomaten, hun families en personeelslden van de negentien bedrijven die via sponsoring de China-trip van Laïs mogelijk hebben gemaakt, troepen samen op het grasveld voor het podium. «Peking is op cultureel vlak veel interessanter dan Shangai, er gebeurt meer ondergronds», had Katelijn Verstraete ons verteld, en zoveel blijkt ook uit de set van Wild Children, een plaatselijk kwintet dat vanaf nu driemaal het voorprogramma van Laïs zal verzorgen. De groep doet een beetje denken aan Les Négresses Vertes en speelt een pittige Chinese variant op folkrock, gestoeld op meerstemmige samenzang, akoestische gitaren, accordeon en san xián, een driesnarig instrument waarvan de klank vergelijkbaar is met die van een banjo. Laïs zelf heeft haar set een beetje omgegooid en etaleert vanavond een gedrevenheid waaraan nauwelijks te weerstaan valt. Bovendien hebben de dames, kort voor het optreden, snel enkele nummers ingeoefend met drie leden van Wild Children op percussie. ‘Kanneke’, ‘Comme au sein de la nuit’ en ‘Marider’ krijgen daardoor wat extra punch. Het samenspel klinkt nog lang niet perfect, maar het enthousiasme is er niet minder om.
Annelies heeft keelpijn en gaat vroeg naar bed om haar stem te sparen, terwijl de rest van het gezelschap op sleeptouw wordt genomen door de Belgische ambassadeur. Johan Maricou, een vriendelijke man die iedereen imponeert met zijn wijsheid en levenservaring, troont ons mee naar een kroeg waar De Koninck en Hoegaarden wordt geschonken en, u gelooft het nooit, Will Tura door de luidsprekers schalt. De volgende halte is The Hidden Tree, het café waar de muzikanten van Wild Children iedere avond jammen met toevallige passanten. De eerste die met hen het lage podium bestijgt, is meestergitarist Fritz Sundermann, maar kort daarna laten ook Jorunn en Nathalie er zich toe overhalen enkele liedjes te zingen. Op verzoek van de ambassadeur delven ze zelfs ”t Smidje’ op, een nummer dat uit de liveset is gebannen omdat het volgens de meisjes niet tot de hoogtepunten uit hun oeuvre behoort. Het cafépubliek denkt daar duidelijk anders over.
Als je hier in het holst van de nacht in Bar Street vertoeft, de hippe uitgaanswijk van Peking, moet je je af en toe wel in de arm knijpen om jezelf ervan te overtuigen dat dit écht China is. Hoewel. Binnen afzienbare tijd zullen Sanlitun en talloze oudere wijken met de grond gelijk worden gemaakt. De Chinese hoofdstad organiseert in 2008 immers de Olympische Spelen en met het oog daarop wordt de hele metropool aan een grondige reinigings- en opknapbeurt onderworpen. Nieuwe aanplantingen moeten ervoor zorgen dat het stof uit de Gobiwoestijn, dat ’s zomers over de stad dwarrelt, zoveel mogelijk wordt tegengehouden. Ook stadskernvernieuwing staat hoog op de prioriteitenlijst van het plaatselijk gezag.

20011013_demorgen3DINSDAG
Wie Peking bezoekt, hoort uiteraard aan sightseeing te doen. Je kunt deze stad onmogelijk verlaten zonder dat je het legendarische Tian’anmenplein (de grootste openbare ontmoetingsplaats ter wereld), het Zomerpaleis in de heuvels en de Verboden Stad heeft gezien. In deze ommuurde vesting die zes eeuwen lang als verblijfplaats van de Chinese keizers dienst heeft gedaan, wordt Annelies aangeklampt door een jong stel dat absoluut met haar op de foto wil. «Volgens de gids komen die twee wellicht uit een streek waar zelden of nooit westerlingen komen», zegt ze. «Daarnet stonden ze ons nog met open mond aan te staren, alsof we afkomstig waren van een andere planeet. Het geeft me wel een bizar gevoel, uitgerekend in de Verboden Stad zelf een toeristische attractie te zijn.»
Het Laïs-optreden van vanavond maakt deel uit van een festivalletje op de terreinen van de Midi School, een muziekacademie buiten de stad. Het podium staat op een zompige wei in the middle of nowhere. Geluidstechnicus Ad van Beek, die in het verleden heeft getoerd met bands als Metal Molly en Gallon Drunk, staat ook nu weer voor een moeilijke taak.
«Het probleem is dat er meestal niet genoeg spanning voorhanden is, waardoor het elektriciteitsnet wordt overbelast en de stroom uitvalt», zucht hij. «Je merkt aan alles dat Chinezen niet gewend zijn concerten te organiseren. Vaak weten de technici niet hoe ze een mengtafel moeten bedienen of hoe ze de apparatuur horen aan te sluiten. Die mensen kunnen misschien wel een toespraak of een soundmixshow versterken, maar verder reikt hun knowhow absoluut niet. Ze hebben ook lang niet dezelfde vereisten als wij inzake klankbalans. Het gaat er hier hoogst onprofessioneel aan toe. Al tweemaal hebben we op kapotte luidsprekers moeten spelen, de microfoons laten het om de haverklap afweten, de aansluitingen zijn vaak onveilig en de kabels liggen op plekken waar het absoluut niet verantwoord is. En als je ziet hoe erg gevoelig materiaal hier vervoerd wordt, zonder flightcases… Chinezen houden er bovendien een vreemde logica op na: als de geluidsversterking niet goed is, compenseren ze dat wel door meer aandacht te besteden aan de belichting. Eerlijk: iedere soundcheck is een nachtmerrie en alles wat tijdens een optreden mis kan gaan, gaat ook mis.»
Ondanks de vele technische problemen en Annelies’ aangetaste stembanden brengt Laïs het er ook nu weer zeer behoorlijk af. ”t Smidje’ heeft voor het eerst zijn weg gevonden naar de set en wordt door Fritz Sundermann van een bluesy gitaarmotiefje voorzien. Later op de avond meldt Jorunn dat ze «na al dat a-capellagedoe» dringend aan een stevige portie rock-‘n-roll toe is. Maar ze is zeker niet blind voor de voordelen van de geïmproviseerde unplugged-aanpak: «Het klinkt intiemer, waardoor mensen er misschien wel gemakkelijker door geëmotioneerd raken. Hoe dan ook, het publiek laat zich hier niet snel doorgronden. Chinezen zijn geen uitbundige mensen: ze tonen weinig emoties. Soms komen ze een beetje grof of onbeholpen over en vooral in groep zijn ze heel vreemd om mee om te gaan. Het eerste kwartier zie je het publiek nog denken: drie jonge blanke vrouwen, hahaha. Dan voel je je een object, een soort bezienswaardigheid. Da’s wel even wennen. Maar na een week begin ik de Chinezen best wel sympathiek te vinden.»
Annelies sluit zich daarbij aan: «Ze zijn superschattig. Maar terwijl we stonden te zingen had ik er vaak geen flauw idee van wat ze er nu echt van vonden.»

WOENSDAG
Een bezoek aan de Chinese Muur is voor iedere reiziger een must en de spectaculairste plek om dat eeuwenoude bouwsel te gaan bekijken is wellicht Simatai, op zo’n tweeënhalf uur rijden van Peking. De klim ernaartoe is behoorlijk vermoeiend, maar het berglandschap oogt adembenemend.
Het laatste concert van Laïs vindt plaats op de binnenplaats van de Mustard Seed Gallery, een complex van kunstateliers en -galerijen dat wordt gerund door Li Zenhua, de manager van Wild Children. Het is een pittoreske plek die vooral de Chinese nouveaux riches blijkt aan te trekken. Het grootste deel van het publiek bestaat uit goedbetaalde werknemers van Xian-Janssen, een farmaceutisch bedrijf dat de tournee van de Vlaamse groep mee helpt financieren.
Vanavond zit alles snor: de klank, de sfeer en de set, waaraan twee nummers zijn toegevoegd, de Italiaanse traditional ‘Barbagal’ en het van Sinéad O’Connor geleende ‘In This Heart’. Vooral het laatste staat garant voor koude rillingen. Grappig is wel dat het optreden wordt onderbroken om enkele jarige personeelsleden van Xian-Janssen te feliciteren en een verjaardagstaart aan te snijden. Maar dit is nu eenmaal China: you go with the flow. En morgen wenkt weer de routine van alledag.
«Oorspronkelijk had ik niet zoveel zin om naar China te komen», geeft Nathalie toe. «Ik voelde me nogal gestrest, moest op zoek naar opvang voor mijn dochtertje. Maar achteraf bekeken is dit, zeker qua nieuwe indrukken, een van de beste weken van mijn leven geweest. Ik heb mijn ogen uitgekeken: de manier waarop de mensen hier leven, met elkaar omgaan, hun huizen bouwen. Ik had voortdurend het gevoel dat ik in de Efteling rondliep. Een echte cultuurschok heb ik niet gevoeld, want in de grote steden waar we zijn geweest krijg je het ware China natuurlijk niet te zien. Maar het was wel een verademing eens te kunnen toeren zonder al te veel prestatiedruk. Ging er toevallig iets fout, dan was dat niet zo’n ramp. De mensen kennen ons hier toch niet.»
«Ik vond het vooral boeiend dat we op zoveel verschillende plekken en in zulke uiteenlopende omstandigheden zijn opgetreden», voegt Annelies eraan toe. «Soms was het wel een sleur dat we iedere avond moesten zingen. Tijdens de laatste twee concerten had ik bijna geen stem meer. Maar het was best fijn eens van een andere cultuur te kunnen proeven. En: je hoeft hier niet bang te zijn aangerand of bestolen te worden. Ik heb me op straat nooit onveilig gevoeld.»
«Ik besef wel dat Laïs bij de mensen hier als iets heel excentrieks is overgekomen», besluit Jorunn. «Als wij naar een Chinese folkgroep gaan kijken, hebben we ook bijna geen aanknopingspunten. Een en ander leert je op een andere manier over je muziek na te denken. Ik moet bekennen dat ik her niet iedere avond evenveel zin in had, maar we hebben geprobeerd er het beste van te maken en meestal viel het wel mee. Tenslotte was die week in China voor ons toch ook een beetje vakantie.»

«ZE DACHTEN DAT WE LESBISCH WAREN»
Wie enkele dagen met Laïs optrekt, stelt vast dat de drie jongedames voortdurend samenzingen, ook als ze niét op het podium staan. Op die momenten passeren de waanzinnigste liedjes de revue: van opera-aria’s tot Clouseau («Anne, als ik jou zie ga ik kotsen bij de buren») en K3. Dat is soms grappig, zoals luisteren naar een transistorradio die voortdurend van het ene station naar het andere springt. Bovendien is het imposant te horen hoe die drie stemmen, ook in informele situaties, altijd trefzeker in elkaar grijpen. Maar ronduit vermoeiend wordt het als zingende deernes zelfs om halfdrie ’s ochtends van geen ophouden willen weten.
Op het terras van een Oeigoers openluchtrestaurant, waar de cliënteel aan een grote tafel bij elkaar zit, oogsten de spontane zangstonden van Nathalie, Jorunn en Annelies wél succes. De inzet is vaak heel mooi, maar na anderhalve strofe ontaardt het doorgaans in een hevige lachbui, omdat aan veel van de gekozen liedjes ludieke herinneringen vastzitten. Toevallige voorbijgangers kijken verbaasd maar lichtjes geamuseerd toe. Meteen vraag je je af of Eddy Wally’s roemruchte China-reis even gezellig is verlopen.
Laïs is overigens een veel frivolere groep dan je, afgaand op haar optredens, zou aannemen. Tijdens een wandeling over de bund, een promenade op de oever van de Huangpu-rivier in Shangai, tilt Nathalie speels-provocatief haar rok op, zodat iedereen haar slipje kan zien. En ’s middags, in een noedelrestaurant, wordt zelfs een behendigheidsproef met de chopsticks georganiseerd. Die bestaat erin met behulp van stokjes een groentebrokje aan elkaar door te geven zonder het te laten vallen. Wie daar niet in slaagt, zal in de rivier worden gegooid. Gelukkig blijft iedereen droog.
Merkwaardig populaire woorden in Laïs-kringen zijn, behalve ‘bangelijk’ en ‘keigraaf’, ook nog ‘vettig’ (intens), ‘voos’ (onnozel) en ‘foemp’ (potsierlijk). Dode momenten tijdens tournees worden ingevuld met discussies over seks, het nadoen van allerlei dierengeluiden, of, in het geval van Annelies en Jorunn, imitaties van Ivonne en Yvette uit Het Peulengaleis.
Voorts blijken de drie jongedames elk over een aantal charmante karakteriële eigenaardigheden te beschikken. Jorunn verkent de wereld met haar neus en ruikt steevast aan alles wat ze tegenkomt. Nathalie rolt voordurend vlosjes van wollen draden, iets wat haar blijkbaar een geruststellend gevoel geeft. En Annelies slaapt, als ze op reis is, met een pluchen tijgertje, «omdat het me aan mijn vriend doet denken».
Laïs is ook een groep met een hoog knuffelgehalte: de zangeressen en hun entourage gaan opvallend lichamelijk met elkaar om. «Drie vrouwen die onderling een sterke band hebben, gaan haast vanzelf de knuffeltoer op», vertelt Nathalie. «We zijn niet verlegen of afstandelijk, veeleer spontaan en ongedwongen. En we pakken elkaar graag vast. Daar hoef je verder niets achter te zoeken. We zijn gewoon als één grote familie.»
«Ik herinner me nog folkstages in Gooik, waar Annelies en ik altijd hand in hand liepen», vult Jorunn aan. «Het gerucht ging meteen dat we lesbisch waren. Ach, diep in ons hart zijn we gewoon… meisjes gebleven. De sfeer in de groep weerspiegelt hoe we zijn en ik merk dat zelfs onze muzikanten na een poosje ontdooien en ver-Laïst worden. Laïs staat voor de chemie van drie stemmen, maar ook van drie persoonlijkheden. We hebben behoefte aan warmte en gezelligheid en weigeren wat we doen met deze groep als een gewone baan te beschouwen. Natuurlijk zijn er wel eens wrijvingen tussen ons, maar dat duurt nooit lang en het gebeurt ook steeds minder vaak. Weet je, samen zingen is iets heel intiems: om de anderen optimaal aan te voelen moet je je helemaal openstellen. Als je ruzie hebt, heeft dat algauw een weerslag op je stem of je ademhaling. We hebben allemaal onze kleine kantjes, maar doordat we elkaar door en door kennen, kunnen we ook almaar meer van elkaar verdragen.»

Dirk Steenhaut
Foto’s Kris Goubert

© De Morgen, 13 oktober 2001

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s