Schoon Folk in P-magazine

Terwijl de folk-boom al weer een beetje op zijn retour is, overstijgt Laïs de grenzen van het genre en blijven de drie dames dapper verder bouwen aan hun popularitet. België ligt al uitgeteld aan hun voeten. Voortaan concentreren Annelies, Nathalie en Jorunn zich op het buitenland. Wij troffen hen – je moet ergens beginnen – een vijftiental kilometer over de grens, in Eindhoven.

«ANDERE VROUWENGROEPEN PAKKEN UIT MET DÉCOLLETÉS.
WIJ WILLEN ALLEEN LATEN ZIEN HOE BANGELIJK GOED WE KUNNEN ZINGEN.»

20020102_pmagazine1Wat speelt er zoal door het hoofd van muziekgroepen wanneer ze backstage in de De Effenaar op hun soundcheck zitten te wachten? Aan de graffiti op de muren te zien vooral drank, dope en snelle wijven. Niet Laïs. Zij hebben het over de weinig smaakvolle kerstverlichting in Wuustwezel. Jorunn: «Hebben jullie dat huis van …gezien? Precies een persoonlijk ineengeflanst hoerenkot. Je ziet het oplichten tot in Achterbroek.»

Buiten vriest het zes graden onder nul, maar ik zit lekker comfortabel, koffie en sigaretten binnen handbereik, te ouwehoeren met drie heldinnen. Dat ik een fan ben, wordt op de P-redactie al eens op hoongelach onthaald. Maar ik kan het niet helpen. Ik krijg nu eenmaal kiekenvlees van perfecte harmonieën, of die nu door Crowded House, The Beatles of Soulsister worden gezongen. Speciaal voor mij geven de drie een staaltje van hun kunnen. Eventjes zoeken naar de juiste toonaard en dan verbouwen ze In my Eyes van Milk Inc. zowaar tot een écht mooi liedje. «We zingen dat wel eens in de auto op weg naar een optreden», lacht Annelies.
Ik bekijk de drie lachende gezichten en begrijp meteen weer waarover op de redactie vreemd genoeg wél eensgezindheid bestaat: they’ve got the look. TV: «Vooral die ene links op het podium.» ML: «Die met haar brilletje heeft het wel.» KVDP: «Geef mij maar dat kleintje met die zwoele mond.» Helaas kadert het interview niet in de lingeriespecial van dit blad, dus is mijn eerste vraag:

– Hoe verloopt de ontvangst in Nederland?
JORUNN BAUWERAERTS: «Zeer goed. Tot nu toe waren de meeste concerten uitverkocht.»
NATHALlE DELCROIX: «De meeste reacties op onze website komen trouwens van Nederlanders. Dat internet zit veel meer in hun cultuur ingebakken dan in de onze, denk ik»
BAUWERAERTS: «Ik heb toch een dubbel gevoel. Onze Nederlandse platenfirma is namelijk niet echt enthousiast. Ik begrijp dat niet zo goed. Overal waar we optreden, krijgen we bijzonder positieve reacties. Ze zingen ook bijna alle teksten mee.»
DELCROIX: «Nederlanders geven ook veel meer kritiek. Opbouwende kritiek. Opmerkingen over hoe we onze geluidsinstallatie beter moeten afstellen of onze act kunnen verfijnen. We krijgen zelfs kledingadvies.»
ANNELIES BROSENS: (lacht) «Dan lezen we: ‘Jullie moeten meer lange bloemenrokken aantrekken. Lekker feëeriek is dat’.»
BAUWERAERTS: «Maar wij zijn niet zo van die bloemenmeisjes. Sommige mensen gaan veel te fel op in ons. Laïs is hun leven.» DELCROIX: «Ze hebben een beeld van ons en willen dat dan nog eens extra bevestigd zien.»

– Trekken jullie hier hetzelfde publiek als in Vlaanderen?
DELCROIX: «In eigen land zijn we veel algemener aanvaard. Hier zijn we nog een niche-groep. Er komt meer alternatief volk kijken.»
BAUWERAERTS: «Maar wanneer we in clubs spelen, zoals vanavond, zien we meer jonger volk naast het typische, wat oudere folkpubliek. Die ouderen durven wel eens vertwijfelde blikken op het gezicht van de organisatoren te toveren: ‘Oei, oudere mensen. Die zie ik hier anders nooit’.»
DELCROIX: «Onze teksten zijn dan ook erg volwassen.» (de andere twee lachen hartelijk)

– Ontstaan er soms misverstanden omdat Nederlanders jullie Oud-Vlaamsche teksten verkeerd begrijpen?
BAUWERAERTS: «Nee, ze luisteren hier zelfs veel beter naar de teksten. Neem Klaas, zo’n oude tekst. Dat lied gaat over een jonge gast die op zoek is naar een vrouw, terwijl zijn moeder hem liever thuis zou zien blijven. Het eindigt met: ‘Klaas speelt nu op zijn fluit’. Dat vinden ze hilarisch. Terwijl het in Vlaanderen nauwelijks een rimpeling veroorzaakt.»
DELCROIX: «Nederlanders zijn een pak uitbundiger. Wanneer ze iets grappig vinden, schamen ze zich niet om daar ook honderduit mee te lachen. Een Belg heeft veel sneller iets van: ‘Mag ik nu wel lachen?»’

20020102_pmagazine2– Wat schrijft de Nederlandse pers over jullie?
DELCROIX: «Niet veel. In Oor hebben ze ons ooit gekraakt.»
BROSENS: «Maar Oor is dan ook het blad bij uitstek dat groepen kraakt die vervolgens veel succes krijgen.»
DELCROIX: «Misschien moeten we het dan maar als een eer beschouwen.»
BAUWERAERTS: «In Nederland weet de pers niet zo goed hoe ze met folk moet omgaan. Bij ons is die muziek toch al dertig jaar ingeburgerd. Maar hier wordt folk nog steeds als een puur Ierse aangelegenheid beschouwd. Er zijn nauwelijks Nederlandse folkgroepen.»
BROSENS: «Van Dorothea (de tweede cd van Lais; red.) hebben we hier een 8.000-tal exemplaren verkocht. De platenfirma vindt dat een ongelooflijk succes, terwijl wij voelen dat we hier makkelijk 20.000 exemplaren kunnen verkopen. Op elk concert in Nederland verkopen we makkelijk veertig cd’s.«
BAUWERAERTS: «Onze platenfirma durft geen risico’s te nemen. Dat ze 8.000 stuks verkopen van een folkplaat hebben ze hier nog nooit meegemaakt. Het overstijgt hun stoutste verwachtingen en daarom denken ze dat ze meer dan genoeg gedaan hebben.»
BROSENS: «Ze durven bijvoorbeeld geen single uit te brengen. Waarom niet eens proberen? (buigt zich naar het bandopnemertje) Hallo, Virgin Nederland, zijn jullie er nog?»

– Stoort het jullie dan dat Laïs hier een exclusief folketiket krijgt opgeplakt?
BROSENS: «Bon, mensen plakken er gewoon graag een naam op. Zelf zouden we onze muziek eerder folk met invloeden noemen.»

– Er zijn er die zeggen dat jullie wereldmuziek maken.
BAUWERAERTS: «Maar folk is wereldmuziek. Wat is wereldmuziek anders dan de traditionele muziek van een bepaald land?»

– Van enkele die-hards uit de folkwereld hoorde ik dat ze de laatste drie jaar veel minder worden uitgelachen wegens hun muzikale voorkeur. Hebben jullie dezelfde ervaring?
BAUWERAERTS: «Toch wel. Het wereldje is opengetrokken. Maar anderzijds zijn er nog altijd radiozenders die het moeilijk hebben met folk. Ik had onlangs een lang gesprek met een producer van Studio Brussel en die vertelde me dat er bij hen twee duidelijke kampen zijn; zij die het met alle macht proberen tegen te houden en zij die het wel zien zitten om af en toe Laïs of folk te programmeren. Want ze beseffen wel dat wij een groot publiek hebben, waaronder best veel StuBru-Iuisteraars. Ik ben er zelf ook één. Dat wringt bij hen een beetje. Wij stonden ook in Werchter en dan merk je toch dat StuBru niet goed weet wat het met ons aan moet.»
DELCROIX: «Klein beetje bekrompen, toch.»
BROSENS: «Het is grappig en ook wel veelzeggend dat ze ons niet draaien op hun zender, maar wel op hun Afrekening-fuiven.» BAUWERAERTS: «Weet je, het is boeiend om die discussie aan te kunnen zwengelen. Onze eerste cd brachten we uit op een heel klein label en plots gingen er daarvan 60.000 over de toonbank. Met een minimum aan promotie. Binnen de kortste keren stonden alle grote platenfirma’s aan de deur.»
DELCROIX: «Mensen die ons genre niet lusten, snappen niet dat wij zo veel succes hebben. En ze begrijpen zeker niet vanwaar al die anderen komen die ons wél goed vinden. En die zijn er, gelukkig voor ons, in groten getale.»

– Vanwaar komen ze dan?
DELCROIX: «Geen idee. Volgens mij zijn het gewoon mensen die hun buik vol hadden van de hedendaagse muziek en aan iets nieuws toe waren; iets dat hen opnieuw wist te prikkelen.»

– Hebben jullie veel vooroordelen moeten overwinnen?
BAUWERAERTS: «Die zijn er nog steeds, maar we staan er niet bij stil. Laïs werkt zo goed omdat wij keihard ons ding doen. Er zit helemaal geen marketingsysteem achter ons. Dat voelen de mensen wel. Wij nemen alle beslissingen zelf; wanneer we een cd maken, hoe die moet klinken, waar en wanneer we toeren.»
– Vinden jullie jezelf trendsetters?
DELCROIX: «Die scene leefde al langer, maar misschien is ze dankzij ons meer beginnen opvallen.»
BROSENS: «De verhalen over die bloeiende scene worden toch overdreven. Je hebt inderdaad het giga-succes van het Dranouter Folkfestival, maar verder…»
BAUWERAERTS: «Ik denk dat wij in het genre veruit de enige Vlaamse groep zijn die kan leven van de muziek, zonder te moeten gaan doppen.»

– Komt dat dan omdat jullie zo vaak in het buitenland toeren?
BROSENS: «Net niet. In Nederland valt het nog mee, maar als we naar Frankrijk, Spanje of Italië trekken, steken we er soms geld bij toe.»
DELCROIX: «Daarom zijn we ook overgestapt naar een grote platenfirma.»

– In de folk-scene woedt een hevige discussie tussen de puristen die het kleinschalig willen houden, en de grootdenkers die zoveel mogelijk mensen willen bereiken.
BAUWERAERTS: «Dat is het eeuwige probleem in de Vlaamse folk. Dat is altijd een klein wereldje geweest. En die kleinschaligheid was ook de kracht. ledereen hing heel fel aan elkaar. Wij gaan nog steeds naar al die folk-evenementen, zoals het Driekoningenbal in Gooik, waar we bijna iedereen kennen. Maar aan de andere kant voelen wij ons niet verplicht om zelf per se kleinschalig te blijven. De puristen zijn vooral bezig met het beschermen van de volksmuziek: de draailieren, de doedelzakken, het volksdansen.»
DELCROIX: «En als ze de kans krijgen om zelf, net als wij, een groter publiek aan te spreken, zullen ze die ook wel grijpen. Ook al zullen ze dat misschien niet toegeven.»

– De cluborganisatoren zitten tussen twee vuren. Ze zouden graag meer volk naar hun optredens lokken, maar zodra een groep als Laïs succes begint te krijgen, kiest die resoluut voor de grotere theaters en de culturele centra.
DELCROIX: «Maar wij komen met veel plezier voor weinig geld, of zelfs gratis, in hun kleine zaaltjes spelen.»

– Dat zullen ze graag lezen.
BAUWERAERTS: «Euh… kan je dat laatste even wissen?» (lacht)
BROSENS: «Het hoeft inderdaad voor ons niet altijd mega-mega te zijn. Wij spelen net zo graag een intiem concert in een kerk. We genieten daar evenveel van als van grote festivals.»

– De puristen staan op hun achterste poten omdat het Folkfestival van Dranouter, hun jaarlijkse hoogmis,
artiesten als Tom Barman, Novastar of Lou Reed programmeert.
BAUWERAERTS: «Dikke zever. Op het grote podium staan inderdaad soms groepen die weinig met folk te maken hebben. Maar in de kleine tent staan er meer dan genoeg authentieke groepjes waar je nog nooit van gehoord hebt.»
BROSENS: «Die grote namen trekken het volk, dat dan ook meteen kennismaakt met de onbekenden. Slim bekeken.»
DELCROIX: «En het is nog altijd niet Britney Spears die op het podium van Dranouter staat, he.»
BROSENS: «Ach, Britney akoestisch of a capella. Waarom niet?»

«VRIJDAG EEN LAÏS-OPTREDEN EN ZATERDAG OP TECHNO UIT DE BOL GAAN?
NATUURLIJK. WE ZOUDEN KNETTERGEK WORDEN ALS WE ALLEEN MAAR NAAR FOLK LUISTERDEN.»

– Volledig pro. Folkies hebben naast Dranouter ook jaarlijks de muziekstages in Gooik. Zijn jullie daar nog welkom?
BROSENS: «Natuurlijk. De cursussen volgen we niet meer, maar we proberen er elk jaar naartoe te gaan. En dan is het zes uur ’s ochtends voor we van de dansvloer stappen. De mensen appreciëren dat ook enorm. ‘Oh, goed dat jullie ons nog niet vergeten zijn.’ Alsof wij het in onze bol zouden hebben.»
DELCROIX: «Na ons concert op Rock Werchter liep ik rond op de wei. Ik werd drie keer aangeklampt door stomverbaasde fans: ‘Allez, jij loopt nog tussen het gewoon volk.’ Belachelijk toch? Toevallig was er een redelijk brede vriend bij mij. Een maand later kreeg ik de vraag of hij mijn bodyguard was.» (lacht)
BROSENS: «We krijgen ook mailtjes als: ‘Wanneer ik triestig ben, draai ik jullie muziek en word ik weer gelukkig.’ (lacht schattig) Amai.»
BAUWERAERTS: «Dergelijke steunbetuigingen geven wel energie, maar we proberen er ook afstand van te nemen. We willen geen dikke nek krijgen.»
«Maar ik wil nog even terugkomen op je vraag over onze trendsetter-rol. Trends zijn van voorbijgaande aard. En wij willen echt wel blijven doorgaan. Ik denk ook dat wij zijn losgekomen van de pure folkwereld. Wanneer folk niet meer in is, hopen wij wel een vaste waarde te kunnen blijven.»
DELCROIX: «De zogenaamde boom is volgens mij al weer op zijn retour. Toen wij begonnen, waren er een pak groepen, zoals Ambrozijn of Fluxus, die ook succesvol waren. Maar vandaag hoor je veel minder van hen.»
BROSENS: «Drie jaar geleden kwamen plots al die nieuwe folkplaten uit. Dat was, zeker voor de pers, een openbaring. En omdat je elke groep wel aan een andere kon linken, kreeg je plots een sneeuwbaleffect.»

– Dat is me ook opgevallen. Elke folkmuzikant speelt in drie, vier groepjes.
DELCROIX: «Natuurlijk. Het wereldje is zo klein. Je kunt gewoon niet anders dan elkaar te vragen.»
BAUWERAERTS: «Dat is niet alleen in de folk zo. AI die Antwerpse rockmuzikanten spelen toch ook in elkaars groepjes.»

– Muzikaal groeien jullie steeds verder van de folk weg. Betekent dat dat jullie volgende cd weer helemaal anders zal klinken?
BROSENS: «De folk in Laïs heeft vooral te maken met onze oude teksten en met de manier waarop onze stemmen samen klinken. Dat zal niet veranderen. Maar de muzikale begeleiding kan heel ver gaan.»
DELCROIX: «Die typische instrumenten als een accordeon, een draailier of een viool zal je altijd wel blijven horen bij Laïs. Enkel drums, bas en gitaar is niets voor ons.»
BAUWERAERTS: «Onze typische samenzang maakt ons onmiddellijk herkenbaar. Je kan in een remix onze stemmen achterstevoren afspelen en nog zal je horen dat het Laïs is.»

– Ook wanneer jullie met Luc De Vos TeleRomeo van K3 zingen.
(driestemmige zucht)
DELCROIX: «Den deugniet. We spelen dan wel mee, maar we hadden allemaal iets van: ‘Moet dit echt?»’
BAUWERAERTS: «Ik denk dat ondertussen iedereen wel weet dat wij ook met drie zijn. Verder houdt elke vergelijking op. Zijn andere grappen waren beter.»

– Waarom doen jullie niet mee aan de preselectie van Eurosong?
BROSENS: «We raakten niet door de eerste schifting.» (lacht)
DELCROIX: «Nee, dat zou pas écht een foute beslissing zijn.»
BROSENS: «Maar we zouden wel veel kans hebben om te winnen. Als je ziet wie er meedoet: Wendy Van Wanten, Sergio…»
BAUWERAERTS: «We hebben ooit opgetreden in Tien om te zien. Toen moesten we playbacken, móchten we zelfs niet live zingen. Allemaal redelijk nep eigenlijk. Er zitten wel een aantal artiesten bij die écht iets kunnen. Maar er zijn er ook waarvan je meteen denkt: ‘Die heeft waarschijnlijk niet eens zelf zijn plaatje ingezongen.’ Ach, wie ben ik?»
DELCROIX: «Ze hebben eens een optreden van ons uitgezonden in Plankenkoorts. Tof hoor, maar zo laat op de zaterdagavond zit ten er alleen maar oudere mensen voor de televisie. Alle jongeren zijn dan aan het uitgaan.»

– Hebben jullie dan fans die op vrijdagavond naar een Laïsoptreden komen en op zaterdag op techno uit de bol gaan?
DELCROIX: «Natuurlijk. Dat doen wij zelf ook. We zouden knettergek worden als we alleen maar naar folk luisterden.»
DELCROIX: «En omgekeerd»:’

– Zijn jullie fel bezig met jullie imago?
DELCROIX: «Een beetje. Programma’s als Eurosong bijvoorbeeld; daar doe je niet zomaar ongestraft aan mee.»
BAUWERAERTS: «Ik zou puur en alleen meedoen om eens goed te kunnen lachen. Maar dat is geen goede reden natuurlijk.»

– Toen ik jullie manager contacteerde voor dit interview, zei ze: «P-magazine? Goed, maar geen babe-toestanden»
DELCROIX: (lacht) «Wij zijn ook geen babes, hè.»
BROSENS: «Dat is het verschil tussen ons en de meeste andere vrouwengroepen. Voor hen is uiterlijk heel belangrijk. Diepe decolletés, korte rokjes. Ze zetten vooral zichzelf in de kijker. Wij willen alleen maar laten zien hoe bangelijk goed wij kunnen zingen.« (lacht)
DELCROIX: «Wij dragen ook wel eens decolletés.»
BAUWERAERTS: «Bij veel van die babes die jullie opvoeren, denk ik: ‘Wat kan die eigenlijk?’ Je ziet haar overal, maar wat doet ze? Wat is haar job? Schoon zijn, lachen?»
DELCROIX: «Wacht even, dat is toch wel een serieus vooroordeel. Wat doe je met een fantastisch mooie vrouw die ook goed kan zingen? Wordt die meteen afgekraakt als een stomme babe die niets kan?»
BROSENS: «Voor sommigen is de juiste bh belangrijker dan hun stem.»
(de hieropvolgende discussie verloopt zo chaotisch dat ze zo goed als onverstaanbaar wordt, ook al omdat de Lais-muzikanten zich net op dat moment tijdens hun soundcheck even metal-gewijs uitleven).

– Oefenen jullie danspasjes in voor jullie podiumact?
BAUWERAERTS: «Nee, onze podiumact is misschien toch wel ons zwakste punt. We hebben geen uitgewerkte dansjes of ingestudeerde bindteksten. Die zouden het misschien een tikkeltje professioneler maken. Maar goed, wij laten spontaan komen wat komt. Zolang we niet staan te stotteren of struikelen over de kabels is het allang goed.»

– Welke stommiteiten hebben jullie al meegemaakt?
DELCROIX: «Ik had onze geluidsman eens een poets gebakken en hij zou me koste wat het kost terugpakken. Toen we het podium opkwamen, zag ik dat hij de microfoon op lilliputtershoogte had gezet. De zaal was muisstil en ik stond te knoeien met die micro, die ik onmogelijk los kreeg. Je kan je wellicht iets voorstellen bij het gesukkel dat daarop volgde. Toen ik even later van mijn glas water wilde drinken, merkte ik dat hij er zout in had gekapt. Ik heb ook ooit voor een weddenschap een heel concert met een opgeplakte snor gezongen. En voor datzelfde optreden had onze geluidsman mijn microfoon eens goed onder zijn zweetoksels gewreven. Die geur is het hele concert in mijn neus blijven hangen.» (lacht)
BAUWERAERTS: «In Peer zijn we ooit alle drie opgekomen met een peer in onze handen en zeiden we: ‘Goedenavond, Peer’.»
BROSENS: «Die zaal bleef doods. Wij vonden dat heel grappig, maar die mensen hadden het waarschijnlijk al twintig keer gehoord. Dat kwam super-belachelijk over.»t; (lacht)
DELCROIX: «Ik moest toen helemaal alleen een liedje a capella inzetten over Pier en Trijn. Maar ik zong Peer en Trijn en kon mijn lach niet meer inhouden. Jorunn en Annelies hielden het ook niet meer. Maar niemand bougeerde. Heel pijnlijk.»
BROSENS: «Het publiek neemt ons soms te serieus. Terwijl wij helemaal geen serieuze mensen zijn.»
BAUWERAERTS: «Dat heb je met al die culturele centra. Daar zitten heel vaak mensen met een abonnement, die voor hetzelfde geld die avond naar een ernstige theatervoorstelling waren komen kijken. Maar goed, die onnozeliteiten houden het leven erin. Als alle concerten volgens hetzelfde stramien zouden verlopen, zouden we er ook niets meer aan vinden.»

– Wat zijn jullie plannen voor 2002?
BAUWERAERTS: «Een bangelijk goeie producer vinden voor een nieuwe cd. Maar als we die vinden en die mens kan zich bijvoorbeeld pas in 2003 vrijmaken, dan nemen we dit jaar als tussendoortje een a capella-cd op.»

– Hebben jullie al iemand in het hoofd?
BAUWERAERTS: «Daniel Lanois natuurlijk. Die blijft onbedreigd op nummer 1 staan.»

– Ik kan me voorstellen dat iemand als Lanois verschrikkelijk veel geld kost.
BAUWERAERTS: «Ik weet dat niet. Wellicht wel als het gaat om een grote groep die miljoenen cd’s verkoopt. Maar naar het schijnt, maken mensen als hij – en ik heb al gehoord dat Daniel Lanois echt een grave gast is – af en toe een uitzondering. Ze verdienen toch geld genoeg.»

– Jullie hebben een paar maanden geleden in China gezeten.
BAUWERAERTS: «Heel tof. Als we willen, kunnen we in maart al opnieuw naar China gaan. Maar het is een heel maf land. We mochten er bijvoorbeeld niet werken. Officieel gingen wij daar een vriend bezoeken. We mochten niets verdienen. Voor een keer is dat niet erg. Het blijft een fantastische ervaring. Maar we hebben er wel een fortuin uitgegeven aan souvenirs. Chinese tapijtjes en zo.»
DELCROIX: «Die je trouwens in de Sun Wah in Antwerpen kunt kopen.» (hilariteit)
BAUWERAERTS: «We zijn wel van plan om in 2002 een grote reeks concerten te spelen. Maar niet in België. Misschien één festival in de zomer.»
BROSENS: «We mogen België niet plat spelen. Er moet nog een beetje honger blijven naar Laïs.»
BAUWERAERTS: «De rust zal ons goed doen. Ik heb de voorbije twee jaar geen vakantie gehad.»

– Was China geen vakantie voor jullie?
DELCROIX: «Ja en nee. Je bent toch nog altijd met de groep op stap en niet met je familie.»
BAUWERAERTS: «Om drie uur in je bed liggen en dan om halfacht weer in het busje voor een uitstap.»
BROSENS: «Echt ontspannen met een boekje aan het zwembad was er niet bij.»
Eén van de muzikanten steekt zijn hoofd om de hoek: «Tijd voor de soundcheck.» Die klinkt overigens hemels. Ik verheug me op het concert later op de avond, en fotograaf Filip en ik besluiten om maar meteen in de juiste sfeer te komen met een bezoekje aan een Eindhovense coffeeshop. Ik weet me nog net weer tot aan De Effenaar te slepen, maar daar zakt de grond definitief weg onder mijn voeten. Drie uur klappertandend in de auto later – ik begin net weer een beetje bij te komen – zegt Filip: «Schitterend optreden, bakken ambiance, toffe wijven. Ze zijn drie keer moeten terugkomen.» Shit happens.

Tekst: Patrick Vincent
Foto’s: Filip Van Roe

© P-magazine, 2 januari 2002

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s