Les Nuits Celtes

Grivegnée, 22 maart – Af en toe moet een mens eens iets zots doen. Met de trein naar Luik gaan voor een goed concert bijvoorbeeld. Het programma beloofde dan ook veel moois: behalve Laïs stonden die avond ook Angel IK en vooral – als top of the bill – de vermaarde Franse folkgroep Mes Souliers Sont Rouges op het programma.

Heen en weer
We gingen dus met zijn tweetjes met de trein naar Luik, van daaruit zouden we wel zien hoe we in Grivenée, nauwelijks 5 km van het stadscentrum, konden geraken. Luikse buschauffeurs zijn erg vriendelijk als ze Frans ‘met haar op’ horen, Vlaamse drummers trouwens ook (en ik dacht alleen maar: tiens, ik heb die mens al eens gezien. Anderhalf uur na onze aankomst in Luik waren we in de Salle Omnisports.
De terugweg was zo mogelijk nog gezelliger: te voet en héél rustig, want we hadden tijd tot de trein van 4u22. Ingrediënten van een gedegen terugtocht: de lichtjes van Luik, gewoon altijd bergaf gaan tot aan de Maas (die later eigenlijk de Ourthe bleek te zijn), bushokjes met wegplannetjes, gezellige gesprekjes aan de oevers van de Maas, Tina’s oriëntatievermogen, de Luikse hoerenbuurt. 25 minuten voor de trein vertrok waren we weer in het Station. Luik is een mooie en nette stad en ’s nachts heel rustig en beschaafd…

LES NUITS CELTES
In een sportzaal met een podium kan het bloedheet zijn, maar het geluid was prima (en we hadden ons een luxe-staanplaats in’t midden vlak voor’t podium veroverd. Het publiek had er meteen ontzettend veel zin in.
Angel IK, een groep die muziek uit een ‘soundbox’ mengde met traditionele Bretoense toestanden, mocht openen. Het concept van de groep is te vergelijken met dat van het Belgische Urban Trad, die elektronische klanken met Europese volksmuziek willen mengen. De mevrouw van de soundbox van Angel IK toverde best wel leuke en gepaste klanken en beats uit de boxen, maar de muzikanten en zanger van Angel IK waren niet sterk genoeg om er veel creatiefs mee te doen. Een groep die duidelijk nog moet groeien…

LAÏS
Laïs maakte een zeer vlotte entrée. Tussen de eerste nummers door sprak Jorunn het publiek vloeiend in het Frans toe. Later werden de bindteksten kort en schaars, maar de goodwill bij het publiek was zeker gewekt. Het geluid zat goed en het optreden verliep vlekkeloos. Drie zelfverzekerde jonge vrouwen stuurden hun gezangen kordaat de zaal in.

Marieke – absoluut hoogtepunt
Laïs heeft nog niet zo vaak in Wallonië opgetreden en had bijgevolg op veilig kunnen spelen door een soort ‘best-of-programma’ te brengen, maar dat gebeurde niet echt. Behalve Al Beole zaten alle recentere nummers in de set.
Het publiek reageerde aanvankelijk afwachtend enthousiast. Maar het enthousiasme werd groter naarmate de set vorderde. Absoluut hoogtepunt van het optreden was de a-capellaversie van Marieke. Mijn eerste reactie was: oei, een gewaagde keuze om hier in Luik over ‘mijn vlakke land, mijn Vlaanderenland te zingen’. Maar het nummer klonk schitterend en de stemmen zaten werkelijk perfect! Een heftig en bewonderend applaus volgde…

Playlist
Ik probeer even de play-list min of meer te reconstrueren: Doran, Marider, De Wanhoop, Rinaldo, Dorothea, Benedetta, Marieke, Het Zoutvat, Le grand vent, Les 12 Mois, ’t Kanneke, ’t Smidje, Polly on the Shore, Tina Vieri, De ballade van Boon en als bis Le Renard et La Belette. Een behoorlijk uitgebreide set dus. Wel jammer dat het aantal a-capellanummers (dit keer 3) tijdens Laisoptredens steeds verder lijkt af te nemen…

Laïsband
De Laïsband speelde ge-olied. Dat was op zich ook een mooie prestatie, want er was voor de verandering nog eens… een nieuwe accordeonist. Terwijl de grond rond hem bezaaid was met papieren speelde de man mee, de virtuoze accordeonloopjes van Didier Laloy bleven achterwege, maar hij bracht het er behoorlijk vanaf. Bij de voorstelling van de muzikanten bleek deze timide mens plots dé grote Bretoense accordeonist Bruno Letron te zijn…wellicht was hij alleen maar invaller en was zijn ex-leerling Didier die avond verlet…

Sterk Laïsconcert
Een sterk concert dus. Na hun optreden is de Laïsband naar huis vertrokken en dus hebben ze niet gemerkt dat na het laatste concert nog heel wat mensen tevergeefs CD’s van hen zochten. Bovendien hebben ze een gewéldig optreden gemist…

MES SOULIERS SONT ROUGES
Na het optreden van Laïs werd duidelijk waarom er zoveel enthousiaste mensen naar Grivegnée waren gekomen: Mes Souliers Sont Rouges. Uit ongeduld werd er geroepen, gezongen en geapplaudisseerd tot 5 mannen met rode schoenen het podium op stormden.

Traditioneel met hoog meezinggehalte
De eerste CD van deze groep dateert uit 1995 en was meteen een live-CD. Mes Souliers Sont Rouges brengen vrij traditioneel klinkende Franstalige folkdeuntjes met hoog meezinggehalte. Het instrumentarium bestaat uit: gitaar, viool, accordeon, contrabas, voettrom en af en toe een fluitje en mandoline. De heren zingen in 1 tot 5-stemmige combinaties. De groepleden zien er behoorlijk ‘cool’ uit en weten op een grandioos enthousiaste manier hun publiek te bespelen. Hun opgewekte muziek doet denken aan La Botinne Souriante en de violist laat het vaak erg cajun-zydeco-achtig klinken…

Creatief met contrabas
Een contrabas is een erg veelzijdig instrument. Je kan er tijdens een optreden het ganse podium mee rondhollen, je kan erop gaan zitten, je kan hem boven je hoofd steken, je kan hem rond zijn as laten tollen, je kan er ook op gaan staan of hem gebruiken om de slurf van een olifant mee uitbeelden en euh, je kan er ook op spelen (dat lukt ook terwijl je op je knieën aan de voeten van de gitarist zit).

Creatief met jezelf.
Een van de instrumenten van de groep is de ‘voetdrum’. Die bestaat uit een houten bak, waarop je een stoel zet. De muzikant kan op die manier al zittend ‘tapdansen’. Bovendien heb je op die manier je handen vrij en kan je dus tegelijkertijd ook nog mandoline spelen én zingen.

Creatief met het publiek.
Het publiek werd voortdurend opgezweept. In het begin vond ik dat wat overdreven: Mes Souliers is live ijzersterk en hoeft geen ‘geintjes’ uit te halen om het publiek mee te trekken. Maar de heren hadden er plezier in en het was eigenlijk heerlijk absurd. Zoals met het trompetspelende negerbeeldje dat af en toe ‘solo’s mocht spelen. Of de idee om voor het laatste nummer, als de ambiance op top is, het publiek te dwingen om op de grond te gaan zitten, de mensen die blijven rechtstaan persoonlijk terecht te wijzen, en als uiteindelijk iedereen zit, zeggen dat je tot vier gaat tellen en dat iedereen dan mag opstaan om keihard te gaan dansen, en als iedereen dan rechtgesprongen is, zeggen dat je niet tevreden bent en het hele zootje nog eens herhalen… Bij de bis werden alle kinderen op het podium gevraagd om mee te dansen en te groeten tussen die ruige binken… ’t Klinkt cliché, maar het was zo’n mooi beeld…

© Sterrekruid – Laiswereld, 24 maart 2002

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s