Mannen & botjes

DRANOUTER – Een a capella-concert in een reusachtige tent voor een uitgelaten publiek leek mij al bij voorbaat een risicovolle onderneming. Het was dan ook bij momenten balanceren op een slappe koord. Gelukkig was de set precies uitgebalanceerd, want net op het moment dat je dacht: “Als er nu niets gebeurt, haakt een groot deel van het publiek af”, kwamen de redders in nood Filip Kowlier en Daan Stuyven.
(foto Laïs: ©www.folkroddels.be)

De drie meisjes waren nochtans niet slecht begonnen. Er werd ingezet met een nieuw nummer. Althans ik had het hen nog niet tevoren weten brengen. Vraag me ook niet naar de titel, want ik weet zelfs niet in welke taal het ging. Het klonk Oost-Europees, van ergens uit de balkan en ik gok op Hongaars (misschien iets van Vandor Vokal ?).
Vervolgens brachten ze een, naar eigen zeggen “autobiografisch” (?) nummer: “De Drie Maagdekens”.
Na “Le Grand Vent”, nog altijd met zijn drieën, werd het tijd om Ludo Vandeau erbij te roepen voor een uitvoering van “Tria Cantica Eucharistica”. Erg gedurfd, zo voor een festivalpubliek, maar het liep vrij goed af.
Ludo Vandeau mocht nog meezingen met “Wee Mij”, “Jerusalem” en “Belle, je m’en vais”. Je voelde echter de aandacht van het publiek verslappen en tot overmaat van ramp viel halverwege “Belle” Ludo’s microfoon uit zodat hij klonk als zong hij vanuit een grafkelder. Zo ging het anders prachtige duet-stuk met Annelies volledig de mist in.
Het van Herman Van Veen gecoverde “Opzij, Opzij, Opzij” bracht letterlijk en figuurlijk weer vaart in het concert. Maar dit was nog maar de aanzet. Daarna barstte het werkelijk los. Er werd een melodietje ingezet wat eerder leek op een kinderrijmpje in een verzonnen taal. Blijkbaar nog niet zo goed ingestudeerd, want zoals het wel eens meer gebeurt bij Laïs waren ze plots de tekst kwijt, met een lachsalvo tot gevolg. Na enig overleg werd opnieuw begonnen en dit keer goed. Het duurde niet lang of het rijmpje werd rap en wie kwam er toen als human beatbox het podium opgestapt, jawel… Filip Kowlier natuurlijk. Onder daverend applaus, want de man had de dag ervoor de hele tent uit de bol doen gaan en hij deed dit nu opnieuw. Ik ben niet zo’n Kowlier-fan, maar chapeau voor de manier waarop hij hier de hele festivaltent (een tweede keer al) in vuur en vlam zette. Het mocht dan voor hem wel een thuismatch zijn, maar hij deed het toch maar. En Laïs, die profiteerden er mooi mee van, want hun optreden werd er een beetje door gered.
Ze brachten nog “After the Goldrush” (voor de Neil-o-fielen: dit keer wel “I felt like getting high” i.p.v. “I felt like I could fly”) en “Marieke”.
Toen was het tijd voor het laatste nummer en dat was echt de slagroom op de taart. Daan Stuyven werd mee op het podium geroepen en zette a capella zijn hit “Swedish Designer Drugs” in. Na een poosje vielen de meisjes één na één in en door middel van loops en andere geluidstechnische hoogstandjes werd een duizelingwekkend geheel gesmeed dat verbazend goed bij de sfeer van dit nummer paste.
Het publiek vroeg en kreeg een bisnummer en dat werd “’t Smidje”, ook a capella, een beetje aangedikt door de, met de hulp van Daan, ontdekte technologie, al was daar in dit nummer niet zo heel veel van te merken. Vanzelfsprekend dat de tent nog een keertje uit de bol ging. “’t Smidje” is en blijft nog altijd Laïs’ populairste hit.
Blijkbaar hadden Annelies, Jorunn en Nathalie aangekondigd a capella te gaan zoals nog nooit tevoren. Dat was inderdaad nodig; een kerk is nu éénmaal geen festivaltent. Gelukkig voor Laïs waren er de special guests Kowlier en Daan die hen dit mee hielpen opvangen.
Aanvankelijk was het enige merkbare verschil hun garderobe geweest. Die zag er nogal 19de eeuws uit, kompleet met waaier en hoepelrok voor Jorunn en Nathalie. Eerlijk gezegd zag ik niet direct de zin in van die verkleedpartij tot helemaal op het einde toen bij het “Smidje” het rondedansje werd vervangen door een French Can Can van Jorunn en Nathalie.
Je kan het concert van Laïs op Dranouter dan ook het best samenvatten op de manier waarop Fried’l Lesage het aankondigde: “Laïs doet het tegenwoordig niet alleen in kerken, ze doen het nu ook met mannen, ze doen het a capella en ze hebben hun botjes (laarsjes voor de Nederlanders) aangehouden”.

P.S. Mijn andere toppers van Dranouter 2003:
Ronduit fantastisch: Daniel Lanois en Arno.
Erg van genoten: Admiral Freebee (met vocale steun van Nathalie Delcroix bij enkele nummers), Urban Trad, Beth Gibbons and Rustin Man.
Bevestigende gevestigde waarden: The Levellers, Afro Celts (allebei garantie voor ambiance in de tent)
Eervolle vermeldingen: Hooverphonic, Ambrozijn (slechts klein stukje gezien, maar wel erg goed).

© Hans Feyaerts – Laiswereld, 5 augustus 2003

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s