Laïs en Vree

Sinds de groep in ’96 op Dranouter de harten van het publiek veroverde, is Laïs een klinkend succes. Drie innemende en fris ogende meisjes die – geruggensteund door een electrische begeleidingsgroep – met hun fraai ten hemel reikende stemmen een verzameling oude folksongs weer tot leven wekten: het vormde een aangenaam contrast met de buikige, duchtig op doedelal en wasbord te keer gaande en naar vier streekbieren tegelijk ruikende types die je doorgaans met de Vlaamse folkscène associeerde. En een baard hadden ze ook al niet. Wél genoeg stijl, talent en klasse om een voorheen vrij gesloten en sektarisch genre open te breken en bij een gheel nieuw publiek te introduceren. Allerlei betrokkenen zouden hen daar op zijn minst eeuwig dank voor verschuldigd moeten zijn.

Deng Nummer 4, Juli-Augustus 2003
Marc Van Springel
Foto’s: Point De Vue
Portretten: Christian Badger

I. metalfans aangetrokken door gothic-element in onze muziek

20030906_deng_anneliesIn 2004 bestaat Laïs tien jaar, maar het trio had zich de aanloop naar dat jubileum wellicht iets anders voorgesteld. Eerder dit jaar raakte namelijk bekend dat Soetkin Collier, in het prille begin zangeres bij Laïs, vanwege haar extreem-rechts verleden niet met Urban Trad naar het Eurovisiesongfestival mocht. In de nasleep van die affaire verscheen in de krant De Morgen een artikel waarin ook de meisjes van Laïs extreem-rechtse sympathieën werden aangewreven. De beschuldigingen bleken al snel op niks gebaseerd, maar het kwaad was wel geschied. Laïs reageerde nog met een Recht Van Antwoord, maar hulde zich daarna in een hardnekkig stilzwijgen. Vandaag spreken ze zich voor het eerst over de hele kwestie uit. Omdat ze er nu, maanden later, nog altijd de gevolgen van ondervinden. Omdat af en toe de puntjes op de i moeten worden gezet. En ook: omdat er over Laïs wel meer misverstanden de ronde doen.

Wordt het een drukke zomer voor Laïs?
Annelies: “We doen maar één optreden: Dranouter. We zitten bijna de hele zomer in de studio voor de opnamen van een nieuwe plaat.”
Jorunn: “De muziek nemen we in België op, maar voor de stemmen mogen we naar de Abbey Road Studio’s in Londen.”
Nathalie: “Een idee van onze producer, Wouter Van Belle.”
Annelies: “We zijn benieuwd wat het wordt: ’t is de eerste keer dat we met een echte producer werken. De productie van onze vorige platen hebben we vooral zelf gedaan.”
Jorunn: “Onze eerste keuze was Daniel Lanois, maar die doet op dit moment helaas geen producties.”
Annelies: “Hij komt deze zomer wel naar Dranouter. We zullen hem daar nog eens goed bewerken (lacht).”

Hebben jullie ooit contact gehad met zijn entourage?
Jornnn: “We hebben ooit eens een cd’tje meegegeven aan iemand die het zou geven aan iemand die het aan Daniel Lanois zou bezorgen. Je weet hoe dat gaat. Als hij het ooit zou willen doen, zal hij ook wel wat van zijn prijs mogen afdoen. Hoeveel vroeg hij alweer? Dertig miljoen of zo?”
Nathalie: “Je weet natuurlijk maar nooit. Emmylou Harris vindt ons bijvoorbeeld heel goed. Voor hetzelfde geld doet zo iemand tegen de juiste persoon een goed woordje en komt de zaak in een stroomversnelling.”

Waar hebben jullie haar ontmoet?
Annelies: “Op Dranouter, in 1996. Zij speelde er toen ook en zat in hetzelfde hotel als wij. Zij hoorde ons op haar kamer soundchecken en is toen naar beneden gekomen om te luisteren. Ze was echt onder de indruk. Ze heeft het later op de radio nog uitgebreid over ons gehad.”
Nathalie: “Zij vond dat wij voices of angels hadden. Sindsdien heeft men het altijd over de engelenstemmen van Laïs. Dat komt dus van haar.”
Jorunn: “Een heel toffe madam.”
Nathalie: “Kort daarna speelde ze in de Ancienne Belgique en toen hebben we haar na het concert opnieuw ontmoet.”

Maar we hadden het eigenlijk over Daniel Lanois.
Jorunn: “Daniel Lanois staat wellicht bij iedereen bovenaan het lijstje. Hij is gewoon één van de allerbeste, zoniet de beste producer van het moment. Voor je nummers kan beginnen maken, moet je een bepaalde muzikale sfeer creëren. En niemand kan dat beter dan hij. Zijn laatste cd is bijna alleen nog maar sfeer. Er staan haast geen nummers meer op. De klanken en sferen die hij neerzet, zouden perfect bij Laïs passen.”

Jullie hebben pas een a capella-toertje met Ludo Vandeau van Ambrozijn achter de rug. Een mooi idee om enkel in kerken en kapellen op te treden, maar wellicht niet makkelijk te organiseren.
Annelies: “Dat viel eigenlijk heel goed mee. De concerten werden in samenwerking met culturele centra georganiseerd. Die spraken dan de plaatselijke pastoor of een andere bevoegde instantie aan.”

Kregen jullie bepaalde voorwaarden opgelegd?
Jorunn: “Sommige pastoors wilden toch wel eerst horen wat voor muziek wij precies maakten. Maar echt moeilijk deden ze nooit.”
Nathalie: “Wat eigenlijk wel verbaast. De teksten van sommige nummers zijn toch redelijk expliciet.”

Na dat tourneetje hebben jullie – eigenlijk meer als een soort aandenken – de mini-cd ‘A La Capella’ uitgebracht.
Jorunn: “Dat is het leuke aan Laïs. Wij kunnen eigenlijk alle kanten uit. Vandaag maken we een a capella-plaatje, voor het zelfde geld brengen we morgen een echt harde cd uit. Het zal altijd Laïs blijven, omdat je met die drie stemmen en die typische harmonieën zit.”

DAAU, ook een folkgroep – zij het op hun eigen, bijzondere manier – zijn op hun laatste cd flink aan het experimenteren gegaan met allerlei elektronica. Zou dat iets voor jullie zijn?
Nathalie: “Als het goed gedaan is, heb ik daar niks op tegen.”
Annelies: “Het zou wel niks zijn voor een hele plaat.”
Jorunn: “We moeten dat zeker wel eens proberen. Ook hier geldt echter hetzelfde: je moet zoiets met de juiste mensen doen.”

II. Met Sixteen Horsepower afgesproken voor volgende cd

20030906_deng_jorunnEr waren ook plannen om met Dave Eugene Edwards van Sixteen Horsepower samen te werken, had ik begrepen.
Nathalie: “Toen we op Pinkpop speelden, stond hij vanuit de coulissen naar ons optreden te kijken. Na het concert kwam hij zeggen dat hij het heel goed vond. Hij begreep ook duidelijk wat wij deden. Tom Barman kent Dave Edwards goed en zorgde ervoor dat wij hem na het concert in Brussel konden ontmoeten. Dat was heel leuk.”
Annelies: “Nadien heeft hij laten weten dat hij onze demo’s heel goed vond en dat hij graag iets zou willen doen met ons.”
Nathalie: “We hebben min of meer afgesproken dat we voor de volgende cd samen iets proberen op te nemen, met zijn volledige groep dan. Dat zou natuurlijk fantastisch zijn.”
Jorunn: “Sixteen Horsepower is geweldig. Die groep kan ook ongelooflijke sferen neerzetten. Eigenlijk doen zij op een bepaalde manier hetzelfde als wij. Zij zijn ook veel met oude folk en country bezig. Hun cd ‘Folklore’ staat vol traditionals.”

Op ‘A La Capella’ staat één opvallend nummer: een mooie versie van ‘After The Goldrush’. Niet meteen het soort song dat men met Laïs associeert. Net zoals velen zullen staan kijken van jullie plannen met Dave Edwards.
Jorunn: “Terwijl dat voor ons de normaalste zaak van de wereld is.”
Nathalie: “Veel mensen schijnen te denken dat wij alleen maar met folk bezig zijn, terwijl wij echt wel naar alle mogelijke soorten muziek luisteren. Ik weet echt niet waar dat idee vandaan komt.”
Jorunn: “Laïs was juist de eerste groep om uit het keurslijf van de folk te breken. Wij hebben vanaf het begin duidelijk gemaakt dat we ons niet tot folk willen beperken, maar ook voor andere invloeden openstaan.”
Annelies: “Dat was al zo toen we vijftien waren.”
Nathalie: “Men vindt die coverversie van ‘After the Goldrush’ heel vernieuwend voor ons. Terwijl ik dat eigenlijk een heel braaf nummer vind.”
Jorunn: “We trekken ons daar niks van aan, maar veel mensen hebben blijkbaar een totaal verkeerd beeld van ons. Ze denken te weten hoe wij zijn, maar als ze ons dan ontmoeten, vallen hun de schellen van de ogen. Hoe?! Dat zijn wél toffe grieten! Die kunnen ook onnozel doen en lachen! En jullie zijn nièt alleen maar met folk bezig.”
Nathalie: “Zoals onlangs nog op Jim-TV. Eén van die mannen zag mij een sigaret opsteken. Hoe?! Jullie roken?! Even later komt die gast van Praga Khan binnen. Die ook: amai zeg, jullie roken! Waarop wij: ja, wij roken en wij dragen ook minirokjes!”

Waar hebben jullie dat imago aan te danken?
Jorunn: “Geen idee. Mensen duwen je nu eenmaal graag in vakjes, zeker? Er hangt natuurlijk wel een soort archaïsche sfeer rond Laïs. Maar dat zegt daarom niks over ons.”
Annelies: “De hoesfoto’s zullen er ook wel voor iets tussen zitten.”
Jorunn: “Vergeet ook niet dat wij amper veertien waren toen we begonnen. We waren nog bijna pre-pubers.”

Zingen jullie voor de gein wel eens Laïsversies van bekende rock- en popsongs?
Jorunn: “Onder elkaar wel. Puur voor de lol.”
Annelies: “Dingen van Milk Inc. bijvoorbeeld.”

Hebben jullie nooit overwogen een plaatje met a capellaversies van bekende rocknummers uit te brengen?
Jorunn: “Dat zou een slecht idee zijn, vrees ik. Met Laïs doen we zeer weinig in het Engels omdat iedereen dat doet. En ook omdat het veel te gemakkelijk is.”
Nathalie: “In het Engels klinkt het altijd goed. Voor ons is dat geen uitdaging. Die versie van ‘After The Goldrush’ is leuk, omdat het bij één nummer blijft. Mochten we een volledige cd met Engelstalige nummers opnemen, klinken we net als iedereen en is het nieuwe er snel af.”
Annelies: “Een Nederlandstalige tekst goed laten klinken, is veel straffer. Je moet echt iets doen met zo’n tekst. Maar dat maakt het net zo boeiend.”

Waar halen jullie de nummers die jullie vertolken?
Annelies: “De meeste teksten komen uit oude liedboeken. Zelf teksten schrijven, daar beginnen we niet aan. Een beetje met woorden spelen wel, maar daar houdt het ook mee op.”

Duiken jullie ook wel eens een archief in op zoek naar obscure, vergeten parels?
Jorunn: “Ik ben daar heel erg mee bezig, ja. Ik durf wel eens speciaal naar Nederland te rijden om in boekhandels mijn slag te slaan. ’t Is geen uitzondering dat ik voor tienduizend frank boeken koop. Zoals iemand anders platen koopt, koop ik liedboeken.”

Waarom moet je daarvoor naar Nederland?
Jorunn: “Daar kan je nog echt hele goeie dingen vinden. Bij ons zijn er nog een paar mensen in liedboeken geïnteresseerd, in Nederland leeft folk veel minder en kan je makkelijker je slag slaan. Die liederen zijn mondeling overgeleverd: ze circuleren in de meest uiteenlopende versies. Je hebt ook thematische liedboeken, bijvoorbeeld met alleen maar nummers die over moord en doodslag gaan.”

Met Laïs dragen jullie ook bij tot het in stand houden van een vergeten volkscultuur. Hoe belangrijk is dat aspect voor jullie?
Annelies: “Het leuke aan die oude liedjesteksten is dat ze een hele geschiedenis achter de rug hebben. In het verleden zijn er talloze zangers en muzikanten mee in de weer geweest. Op de duur is haast niet meer te achterhalen waar ze juist zijn ontstaan of wie ze vroeger precies uitvoerde. Als wij zo’n tekst onder handen nemen, sta ik er wel eens bij stil dat zo’n nummer misschien vroeger door monniken werd gezongen of door werkers op het veld.”
Nathalie: “Die teksten geven een mooi beeld van het leven vroeger. Via onze nummers leren mensen die wereld kennen en willen ze zich er misschien iets meer in verdiepen.”
Annelies: “De thematiek van die oude teksten is vaak heel actueel. Ook toen werd er massaal gescheiden. Ook toen werd de liefde in allerlei vormen en verschijningen bezongen.”
Nathalie: “De dubbelzinnigheid van die teksten is ook heel tof. Een regel als ‘lsabelle leert naaien bij haar moeder in Gent’ laat wat dat betreft weinig aan de verbeelding over. Het grappige is dat op onze optredens veel kinderen luidkeels meezingen. Ze kennen de teksten allemaal van buiten, maar weten totaal niet wat ze allemaal aan het zingen zijn. Het ziet er op het eerste gezicht heel braaf uit, maar veel van die nummers barsten van de symboliek.”

III. Echt harde folkscene moet niet veel van ons weten

20030906_deng_nathalieJullie hebben al flink je best gedaan om er iets aan te veranderen, maar de folkscene blijft toch worstelen met een oubollig imago. Sommige folkmuzikanten lijken er zelfs op uit dat imago te bestendigen.
Annelies: “Je ziet inderdaad nog regelmatig doedelzakspelers met een enorme baard. Maar wij kennen ook veel jonge, hippe gasten die doedelzak spelen.”
Jorunn: “Of punkers.”
Nathalie: “Wij zien op onze concerten ook veel metalfans: gasten met leren jekkers en lang haar die op de eerst rijen stevig staan mee te doen. Zij worden door het gothic-element in onze muziek aangesproken.”

Hoe kijken folkpuristen tegen Laïs aan?
Jorunn: “Van iemand als Herman De Wit, de man die ’t Kliekske heeft opgericht en heel belangrijk is in de folkscene, weten we dat hij heel erg waardeert wat wij doen, ook al is het zijn muziek niet. Maar er zijn ook mensen die ons alleen al slecht vinden omdat we gebruik maken van drums en elektrische bas.”
Nathalie: “De echt harde folkscene moet niet veel van ons weten. Zij zweren bij kleinschaligheid.”
Jorunn: “Als het niet meer in de underground zit, vinden ze het bij voorbaat al niet meer tof. Ze vinden dat wij uit hun wereldje zijn gestapt, maar dat is ook zo.”
Annelies: “Wij zijn gewoon Laïs. Ons genre is Laïs.”
Nathalie: “We zijn daar ook helemaal niet mee bezig. ’t Interesseert ons niet wat ze van ons denken.”

Wat was jullie eerste reactie toen jullie het inmiddels beruchte artikel in De Morgen lazen?
Nathalie: “Mijn eerste gedachte was: dit is niet echt. Dit staat hier niet. Dit moet een grap zijn.”
Jorunn: “Ik ben echt hysterisch geworden. Ik ben gewoon beginnen gillen. Je voelt je gekraakt, gepakt… Je hele wereld, alles wat je ooit hebt beleefd en gezien, klapt in elkaar. Alles kan op dat moment. Je wordt ook door een enorme angst overvallen. Zal iedereen die dat artikel leest ook geloven wat er instaat? Ineens staat alles op losse schroeven.”
Annelies: “Je denkt ook: hoe kunnen we dit ooit rechtzetten? Het is al gebeurd en je kan er niks tegen beginnen.”
Jorunn: “lk was vooral ook razend kwaad. Ik heb de eerste twee dagen de hele tijd bibber gehad. Als ik er in de dagen daarna tegen iemand over begon, kreeg ik wéér de bibber.”
Nathalie: “En ondertussen stond de telefoon natuurlijk roodgloeiend.” Wat in ieder geval opviel, was dat jullie zelf niet aan het woord kwamen in het artikel.
Annelies: “Toen Soetkin niet naar het songfestival mocht, hebben ze mij gebeld. Dat begreep ik toen al niet goed. Ze begonnen mij uit te vragen over Soetkin, maar ik zei dat ik over die hele affaire niks te zeggen had en dat ze haar zelf maar moesten bellen.”

Heb je haar sindsdien nog gehoord?
Annelies: “Nee. Wij hebben sowieso geen enkel contact meer met haar.”

Waarom zijn jullie wegen destijds gescheiden?
Jorunn: “Dat had verschillende redenen: persoonlijke, vriendschappelijke, maar ook andere… ’t Was een opeenstapeling van dingen.”
Annelies: “Wij waren veel ambitieuzer dan Soetkin. Zij was een paar jaar ouder dan wij en wilde zich vooral op haar studies toeleggen. Terwijl wij echt volledig voor de groep wilden gaan.”

Haar ideologische voorkeuren zaten er voor niks tussen?
Jorunn: “Zij zat toen nog in die rechtse studentenvereniging. Het had er iets mee te maken, maar het was zeker niet de hoofdreden. Wij hadden iets van: je mag best een mening hebben, maar politiek en muziek moet je gescheiden houden.”

Is de hele affaire inmiddels voltooid verleden tijd voor jullie?
Annelies: “Helaas niet. Nog altijd komen mensen ons vragen hoe het nu precies zit.”
Nathalie: “Niet alleen wij ondervinden er nog altijd de gevolgen van, maar ook onze ouders. Dat is echt niet plezant.”
Jorunn: “Mijn vader organiseert in Kalmthout ieder jaar een midwinterconcert. De hele Steinerschool deed er altijd aan mee. Sinds dat artikel hebben sommige ouders hen ook veroordeeld. Verschrikkelijk is dat.”
Annelies: “Terwijl dat gewoon een prachtig concert was, waar muziek werd gemaakt op een koude winteravond.”
Jorunn: “Je gaat ook veel meer op alles letten. Stond er bijvoorbeeld weer een stomme mail op de website: ‘Ik gooi al jullie cd’s weg, want ik heb een andere huidskleur en daar moet je respect voor hebben.’ Als je zoiets leest, weet je echt niet waar je het hebt.”
Nathalie: “We hebben de hele zaak gelukkig in humor kunnen omzetten. lnmiddels hebben we er al veel over zitten grappen.”
Annelies: “Je moet zoiets kunnen relativeren. Anders ga je er helemaal onderdoor.”
Jorunn: “Gelukkig ging het op dat moment heel goed tussen ons drieën. We waren echt één, euh, blok (lacht).”
Nathalie: “Een Vlaams blok waren wij (lacht).”
Jorunn: “Je moet je aan elkaar optrekken. Je moet er samen doorheen.”
Nathalie: “Dat artikel verscheen net in de periode dat we dat kerkentourneetje deden. Uitgerekend de dag nadat het in de krant had gestaan, moesten wij ergens optreden. Ik weet nog dat we helemaal paranoïde werden. Als Ludo bijvoorbeeld een nummer aankondigde als ‘een oud-Vlaams lied’, krompen wij bijna in elkaar.”
Jorunn: “Dan dachten wij: o nee, zég dat nu niet!”

IV. ‘Eigen Folk Eerst’ in De Morgen echte broodroof

20030906_deng_lais2Annelies: “De titel boven het artikel was ‘Eigen Folk Eerst’. Daarmee raken ze iedereen die folk speelt. ’t Is echt pure broodroof.”
Nathalie: “Je kan het niet zo laten. Je moet iets doen.”
Jorunn: “Op de duur moet je je bijna verantwoorden omdat je zingt in de taal waarin jespreekt. Wat overigens niet eens opgaat voor ons: wij zingen namelijk in een hoop verschillende talen.”

(Deng Nummer 4, Juli-Augustus 2003 – Deel IV)

Wat kwam voor jullie het hardste aan (in het artikel ‘Eigen Folk Eerst’ uit ‘De Morgen – nvdr)?
Annelies: “Ik was nog het hardst geraakt door de manier waarop het artikel in elkaar stak. Hoe hard ze erover nagedacht hadden een verhaal te schrijven dat plausibel leek. Het was in elkaar gepuzzeld alsof het echt allemaal zo gebeurd zou kunnen zijn. Dat vond ik nog het choquerendste.”
Jorunn: “Een zin als ‘de kleine Jorunn leerde zingen in het Asutra-netwerk of zoiets’ (in het artikel was sprake van de Asatrú-werkgroep, red.), een vereniging waar ik echt nog nooit van had gehoord, daarmee raken ze je echt in het diepst van je ziel. Dat is echt onvergeeflijk.”
Nathalie: “De kamasutra kennen wij, ja, maar dit netwerk: nooit van gehoord (lacht).”
Annelies: “Ik vond het vooral heel erg voor onze ouders. Mijn vader was bij mij in huis aan het werken, toen ik dat telefoontje kreeg. Die werd echt lijkbleek. Ze kwetsen niet alleen ons, maar ook onze familie. Ze hebben er niet bij stilgestaan wat ze met zo’n artikel allemaal kunnen aanrichten. Als je over zo’n thema iets schrijft, moet je heel goed weten waar je mee bezig bent. Dit kunnen ze niet zo maar goed maken.”
Jorunn: “Mijn moeder was er letterlijk ziek van. Vreselijk.”

Hoe kan dit ooit worden rechtgetrokken?
Jorunn: “Via een rechtszaak.”
Nathalie: “Je kan het niet zo laten. Je moet iets doen.”
Jorunn: “Wij zijn trouwens niet de enige slachtoffers: ze hebben er ook een heel muziekgenre doorgesleurd.”
Annelies: “De titel boven het artikel was ‘Eigen Folk Eerst’. Daarmee raken ze iedereen die folk speelt. ’t Is echt pure broodroof.”
Jorunn: “Op de duur moet je je bijna verantwoorden omdat je zingt in de taal waarin jespreekt. Wat overigens niet eens opgaat voor ons: wij zingen namelijk in een hoop verschillende talen.”

Vanuit extreem-rechtse en Vlaams-nationalistische hoek worden vaak pogingen ondernomen om de folkscène te recupereren. Krijgen jullie daar ook mee te maken?
Annelies: “We hebben al zo vaak laten uitschijnen dat we niet op extreem-rechtse of fanatiek Vlaamsgezinde bijeenkomsten willen optreden, dat ze ons inmiddels niet meer bellen. We hebben er dus weinig last van.”
Nathalie: “Philip Dewinter vermeldt wel altijd Laïs en Wannes Vandevelde als men hem naar zijn favoriete groepen vraagt. Maar dat is voor Wannes Vandevelde even vervelend als voor ons.”

Kregen jullie na het losbarsten van de hele affaire veel steun en solidariteitsbetuigingen uit de folkwereld?
(Er valt een betekeniszwangere stilte.)

Het had wat meer mogen zijn?
Jorunn: “Toch wel, ja.”
Annelies: “We hebben eigenlijk veel meer reacties uit de pop- en rockwereld gekregen dan uit de wereld van de folk.”

Terwijl je toch de indruk hebt dat de folkscene sterk aan elkaar hangt.
Annelies: “Blijkbaar toch niet dan. We hadden uit die hoek toch iets meer reactie verwacht. Veel bekende rockmuzikanten hingen wél bij ons aan de telefoon. Je voelde duidelijk dat ze ermee inzaten, dat ze ons persoonlijk een hart onder de riem wilden steken: meisjes, jullie zijn niet alleen. Wij geloven hier niks van. Wij staan achter jullie. We hadden eigenlijk meer van dat soort reacties uit de folk verwacht.”
Jorunn: “We hebben natuurlijk wel vrienden in de folk die voor ons zijn opgekomen, maar het was toch wat raar.”

Om op een iets luchtiger noot te eindigen: hebben jullie het gevoel dat er nog rek zit op de groep? Kan Laïs nog veel groter worden?
Annelies: “We hebben het gevoel dat we nog lang niet alle onze mogelijkheden hebben benut. Er is nog zoveel dat wij kunnen doen.”
Nathalie: “We zouden graag eens iets voor kinderen doen. Ik wil K3 niet afbreken – voor kinderen is dat fantastisch – maar nu is er gewoon geen alternatief. Wij zouden kindermuziek willen brengen die ook ruimte laat voor de verbeelding, muziek die bestemd is voor de meer, euh, Canvas-achtige kinderen.”

Laïs als de K3 voor de jongere meerwaardezoeker?
Nathalie: “Zoiets, ja (lacht).”

Talloze, door een overdosis K3-platheid vergiftigde kinderzieltjes zullen jullie innig dankbaar zijn. Dames, wij wensen jullie een rustige en vruchtbare zomer.

Marc Van Springel
Foto’s: Point De Vue
Portretten: Christian Badger

© Deng Nummer 4 – Juli-Augustus 2003

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s