Saint Amour 2

Hasselt, 20 februari, 20.15u – Saint Amour, het jaarlijks weerkerende literatuurfestival dat tijdens deze Valentijnsperiode in Vlaanderen en Brussel rondreist, hield vandaag halt in Hasselt. Ook Laïs staat dit jaar op de affiche van dit hooglied van de literatuur.
Het Laïstrio heeft al ervaring met literaire evenementen. In januari 2001 stonden ze op de affiche van de Antwerpse ‘Nachten’ (gekoppeld aan Styrofoam), in maart van datzelfde jaar waren ze aanwezig op de ‘Nacht van de Poëzie’ in Utrecht en in oktober 2001 stonden ze op het podium van het Amsterdamse ‘Crossing Border Festival’. En dit jaar dus Saint-Amour, het summum van de romantiek in al zijn vormen en gedaanten.

Annelies, Jorunn en Nathalie brachten twee nummers. Ze openden de avond met ‘Hymne’: flarden van zinnen die gedragen werden door een ijle, etherische melodie. Een mooie opener; bijna Keltisch van opbouw (ook al te horen op 18/12 tijdens ‘A la Capella’ in Mechelen?)
“qui change”
“qui vient”
“qui te prend la main”
“qui m’aime”
“qui sème”
“qui vend des graines”
(Hymne – Laïs)
Het tweede en laatste liedje dat Laïs bracht was “Sorsew”, een Pools volkslied, ook al bekend van de laatste A la Capella-concerten, Sorsew is het tragisch eindigende verhaal over twee geliefden. Het drietal werd passend begeleid door het Ensor Kwartet en Roel Dieltiens, Sorsew vormde het enig mooie maar indroevige scharniermoment tussen de optredens van rasverteller Dimitri Verhulst (een gitzwart verhaal uit het asielcentrum van Arendonk) en Frans Thomése, die op een serene en indrukwekkende manier verhaalt over het overlijden van zijn zes weken oude baby.

In het eerste deel van deze voorstelling kwamen de minder fraaie kanten van de liefde in al haar facetten aan bod: dood (Laïs,Thomése), moord (Verhulst), een uitdovende relatie (Philippe Toussaint). Voor een minder donkere toets zorgden de Nederlandse dichteressen Tsitske Jansen (revelatie qua taalgebruik en performance) en Hagar Peeters (speelse en vloeiende verzen).

Het tweede deel baadde in een sfeer van wellust. De ‘paus van de Nederlandse literatuur’, zoals de 74-jarige Hugo Claus omschreven wordt, bracht twee wulpse gedichten. Oud van jaren, maar o zo jong van stijl. Heerlijk om deze fysiek broze, maar nog altijd literaire reus aan het werk te zien en te horen.
De Marokkaanse Nederlander Hafid Bouazza en Boccacio-vertaler Frans Denissen konden eveneens rekenen op de sympathie van het publiek. Maar echt opleven deed de zaal met het hilarische optreden van de New Yorkse nachtburgemeester Jonathan Ames. Hij begeesterde met zijn verslag over viagra, prozac en aanverwante anti-depressiva. Zijn landgenoot David Henry Sterry deed er nog een schepje bovenop met een hoofdstuk uit zijn boek over de belevenissen van een gigolo uit de jaren zeventig: pure performance American style, Kompleet over the top, maar steengoed.

Kan de combinatie literatuur/muziek een volle avond boeien? Inderdaad, gisteravond leverde het bewijs: bijna drie uur ademloos luisteren, kijken, van de ene emotie in de andere geslingerd worden. Heerlijk zondermeer. Annelies, Jorunn en Nathalie van Laïs in uitstekend literair gezelschap.
Van deze voorstelling kan nog driemaal genoten worden: Turnhout, 21 februari – Knokke, 22 februari – Leuven, 23 februari. Een aanrader voor de literatuurliefhebbers en natuurlijk ook voor de Laïsadepten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s