Onderweg met Laïs – deel 1

Onderweg met Laïs - Libelle 200Zangers hebben geen zittend leven, ze toeren de wereld rond of trekken op z’n minst de buurlanden door. Hoe is het om zo’n lange periode van huis te zijn? Kaat Schaubroeck van het weekblad Libelle vroeg het aan de meisjes van Laïs, nu ‘onderweg’ met hun nieuwe cd ‘Douce Victime’.

Het toppunt van huiselijkheid? Een ‘poes die zich spinnend tegen je aankromt. Een boerderijtje met zachtverende zetels en uitzicht over de Kalmthoutse landerijen. Een pasgeboren baby in een schommelende wieg, waarboven een handgemaakt dekentje is gespreid. Lander, de eerste zoon van Annelies Brosens, wist z’n geboorte perfect te timen tussen een drukke festivalzomer en een najaarstournee rond de cd ‘Douce Victi­me’ in. Daarna trekken de drie zangeressen van Lais wellicht ook nog richting Frankrijk en Nederland. Druk wordt het straks hoe dan oak, zoals het dat al elk jaar geweest is, sinds Laïs in de zomer van 1994 werd opgemerkt tijdens een muziekstage in het folkdorp Gooik.

Jullie waren piepjong toen jullie zangcarriere begon. Hebben jul­lie je daardoor ook vroeger van thuis losgemaakt?
Annelies Brosens: “We stonden alleszins sneller in het volwassen leven. In het weekend trokken onze vrienden naar een jeugd­huis, terwijl wij in de culturele centra optraden.
Jorunn Bauweraerts: “Ze wisten ons succes ook niet altijd goed te plaatsen. le zag ze duidelijk den­ken: is ze nu een dikke nek aan het krijgen? Dat werd ook wel gecheckt. Terwijl ik ervan over­tuigd ben…”
Annelies: (lachend) “… dat je die al had!”
Jorunn: “Wij gingen met volwassenen om, moesten leren beslissingen nemen… Je voelt gewoon dat je in een andere wereld vertoeft. Toen we zeventien waren, gingen we in Gent elke woensdag repeteren met de mannen van Kadril, allemaal muzikanten van boven de veertig, met wie we daarna nog bleven hangen op cafe. Daar kun je niet met je vriendinnetjes over praten. Maar het was wel boeiend.”
Annelies: “Normaal studeer je eerst nog vijf jaar voor je begint te werken. Ik heb twee jaar conservatorium gevolgd, tot we voelden: als we echt verder willen met Lais, dan is dit het moment om door te gaan.” .
Jorunn: “Je zit gewoon in een stroomversnelling en je gaat mee. Da’s zoals de ware liefde tegenkomen.”

Onderweg met Laïs - Libelle 200Jullie komen alledrie uit Kalmthout. Jorunn en Annelies wonen er nu nog. Wat houdt jullie hier?
Annelies: “Ik woon hier ongelooflijk graag. Voor mij is dit thuis. Als ik vergelijk met andere gemeentes, vind ik nog altijd dat ik het getroffen heb.”
Nathalie Delcroix: “Voor mij is het dubbel: ik kan echt naar Kalmthout verlangen, ga heel graag naar mijn ouders, maar plots overvalt het me dan weer dat ik de stad nodig heb.”
Jorunn: “Ik zeg niet dat ik hier altijd wil blijven: misschien vertrek ik ooit nog naar het buitenland. Maar als je je toch graag wilt nestelen, is dit een perfecte plek. De natuur is prachtig, de mensen zijn sympathiek: iedereen kent je hier.”

Dat vinden sommigen juist een nadeel van het dorpsleven.
Jorunn: “Nathalie en ik zijn opgegroeid in Nieuwmoer (een gehucht bij Kalmthout), waar die typische dorpsmentalitelt echt nog bestaat. Maar ik woon intussen in Kalmthout en daar is de sfeer veel opener.”
Annelies: “En ik kwam van Kalmthout, maar ben naar Nieuwmoer verhuisd. Mij stoort die mentaliteit niet zo. De vraag die wij in het dorp het meest horen is: ‘En, druk zeker?'”
Jorunn: “Ze denken dat wij elke dag van ’s morgens tot ’s avonds bezig zijn, wat niet het geval is. Onze vriendjes weten dat: we hebben best een mooi leven.”
Nathalie: “Die sociale controle is er voor ons hoe dan ook, sinds we bekend zijn. Hier kennen de mensen mij van vroeger, wat leuker is dan wanneer ik in Antwerpen rondloop en mensen me herkennen als ‘die van Laïs’. Daarnet zat er op de tram weer een koppeltje naast mij te giechelen en elkaar aan te stoten. Echt niet tof.”

Jorunn: “Jij hebt ook wel een heel herkenbare kop. Mij herkennen ze bijna nooit. Zelfs mijn vrienden herkennen mij niet meer, nu mijn haar is geknipt.”

Hebben jullie hier ooit het gevoel gehad dat jullie buitenbeentjes waren?
Nathalie: “Ik heb dat altijd wet gehad. De andere kinderen op school dronken cola en ik brandnetelsap. Ik sprak ook minder plat en daar lachten ze me dan mee uit.”
Jorunn: “Het is niet zo moei­lijk om hier een buitenbeentje te zijn. Ik was bijvoorbeeld niet gedoopt, dus moest er voor mij een lerares zedenleer uit de stad overkomen. Het hele dorp stond op z’n kop. lk droeg ook lange rokken en vlechtjes, en als het mijn verjaardag was, deelde ik appels uit. lk kwam van een andere planeet. Ik heb dus niet echt een fijne periode gehad op school. ”

Onderweg met Laïs - Libelle 200Jullie mochten al vroeg naar het buitenland voor optredens. Als je uit zo’n klein dorpje komt, doet dat je wellicht iets.
Jorunn: “Ja, maar ik heb altijd veel gereisd. Voor mij is dat: landschappen zien, gaan stappen, een beetje ontwricht raken. Bij een tournee heb je dat nauwelijks, omdat je leven nog zo gestructu­reerd is. Je moet soundchecken, repeteren, optreden. Je zit wel eens op een terras een glas wijn te drinken…”
Nathalie: “… maar je zult er ook geen zeven drinken. Of je gaat aan de kant van de rivier liggen, maar dan wel met je gsm aan.”
Jorunn: “Zeker in het begin was het toch welspannend om in het buitenlandop een podium te staan. Het leuke in Zuid-Afrika was dat de mensen onze liedjes echt begrepen. Als we zongen over Isabelle die leert naaien, schoten ze allemaal in de lach.
Annelies: “In Frankrijk was het in het begin wel wat wennen, vooral voor de bindteksten. Als je nog niet zo goed Frans spreekt en je hebt het dan over une chanchon… (schatert). Ik heb nog altijd schrik als ik dat woord moet uitspreken.”
Nathalie: “Als je nog een paar uur vrij hebt voor een optreden, zou je eigenlijk de stad in moeten lopen Om van alles te bezoeken, maar vaak blijf ik het liefst van al in m’n hotelkamer. Ik wil dan even lekker alleen op bed liggen, met de tv aan, om eeh soort van thuisgevoel te creeren.”

Heb je dan heimwee?
Nathalie: “Ik krijg na een tijdje wel iets van: ik wil nu gewoon even thuis voor de tv hangen.Maar evengoed kan mij thuis ineens het gevoel overvallen dat ik nog eens op tournee wil.”
Annelies: “In Nederland kom je nogal vaak in bungalowdorpjes waar het niet bepaald gezellig is. Dan kun je wel eens naar huis verlangen. Als je op tournee bent, beginnen alle steden ook op elkaar te lijken, je ziet dezelfde winkels, wat niet altijd zin geeft om op ontdekking te gaan.”
Jorunn:”Maar er zijn ook reizen waar we veel op ontdekking gaan. China, bijvoorbeeld, dat was al bijna geen tournee meer, maar een reis. Het was zo ver weg, de cultuurschok was enorm. En tussen de optredens door trokken we eropuit met een busje en een gids met een vlagje.”
Annelies: “Het is natuurlijk fantastisch dat je zoiets kunt meemaken, maar je bouwt met dat soort optredens niet echt aan je muzikale toekomst. Als je in Frankrijk gaat toeren, merk je dat het publiek voor jou komt. In China komen de mensen naar je kijken, meer dat dat ze komen luisteren.
Jorunn: “Maar aan de andere kant hebben we in China wel met een paar halve hippies zitten jammen in een cafeetje.”

Interview: Kaat Schaubroeck
Foto’s: Michel Vaerewijck
© Libelle, 21 oktober 2004

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s