Onderweg met Laïs, drie vriendinnen op tournee – deel 2

Nathalie: “Ik blijf graag op m’n hotelkamer.”
Jorunn: “Daar stond ik dan in Mexico, met mijn bottines en mijn rugzak. Toen ik aan de grens zei dat ik zangeres was, lachten ze me gewoon uit!”
Annelies: “Mij stoort het niet zo, de dorpsmentaliteit. Ik woon ongelooflijk graag in Kalmthout. Voor mij is dit thuis.”
Nathalie: “Als Emma bij me is, ben ik heel intens met haar bezig, maar als ik de toerbus opstap, kan ik soms zelfs vergeten dat ik moeder ben.”
Lees de verdere ontboezemingen van Annelies, Jorunn en Nathalie tijdens hun toerleven onderweg.

Onderweg met Laïs - Libelle 2004Leg je door je muziek sneller contact in het buitenland?
Annelies: “Ik heb dat niet echt. Op een camping zal ik nooit zomaar alleen beginnen te zin­gen. Als we met drie zijn, ge­beurt dat veel sneller.”
Jorunn: “Of als je op reis iemand tegenkomt die ook met muziek bezig is. Met een vriendin in Amerika heb ik dat gehad: we hebben cowboyliedjes zitten zingen bij het kampvuur. Tege­lijk is het nogal grappig als je op reis soms je beroep moet opgeven. Ik heb het meegemaakt in Mexico, dat ik aankwam met m’n bottines, m’n shortje en m’n rugzak, en ze me aan de grens stonden uit te lachen toen ik zei dat ik zangeres was. Ze geloof­den me niet. ‘You look seven­teen!’ zeiden ze. Bij hen is het: ofwel ben je een immense rock­ster, ofwel niets. Een echte zan­geres die zo gaat rondtrekken, is voor hen ondenkbaar.”

Zoek je op die reizen die je zelf onderneemt het avontuur op?
Jorunn: “Vaak wel. AI ben ik met nieuwjaar naar Praag ge­weest. Da’s niet zo avontuurlijk, maar dan ga ik wel logeren in een jeugdherberg. Het hoeft voor mij geen chic hotel te zijn.”

Als Jorunn de meest avontuur­lijke is, wat zijn Annelies en Nathalie dan?
Annelies: “Ik ben absoluut de meest huiselijke, al ga ik ook wel graag op reis. Alleen zal ik niet zo gauw zeggen: ik ga alleen, ik pak mijn rugzak en ben weg. Mijn vriend moet mee, ik wil dat kunnen delen.”
Nathalie: “Jorunn wil ook altijd graag mensen leren kennen op reis. Als ik wegga met mijn vriend, is dat voor mij voldoen­de. Ik wil niemand leren kennen. Ik wil dan liever met z’n twee­tjes op de kamer wat relaxen.”

Jorunn: (schatert) “Wat heb jij nu plots met hotelkamers?”
Nathalie: “Ja, maar als ik nu naar m’n gsm kijk, dan heb ik al ik weet niet hoeveel vrienden. Ik wil niet nog iemand extra leren kennen.” (algemene hilariteit)

Op ‘Douce Victime’ staat ook een nummer dat op reis is ont­staan: Rinaldo.
Annelies: “We hadden een reis­cheque gewonnen en zijn toen met z’n drieen op vakantie naar Turkije vertrokken, naar een hotel met een zwembad zonder water erin. Maar uiteindelijk is het fantastisch goed meegeval­len. We zijn zo vaak samen on­derweg voor optredens. Toch was het fijn om te ontdekken dat we daamaast nog altijd goeie vriendinnen zijn.”
Nathalie: “We hadden daar een beetje schrik voor, hebben we achteraf alledrie eerlijk toegegeven. We dachten: we zien elkaar zo goed als elke dag, misschien hebben we elkaar wel niets meer te vertellen? Maar we hebben daar keiveel getetterd en gelachen. ”
Annelies: “Jorunn had een Turks instrument gekocht, we begon­nen daar wat op te spelen, wat imitatie-Turks te zingen, en daar is dan ‘Rinaldo’ uit ontstaan.”

In de loop der jaren hebben jul­lie heel wat Internationale tradi­tionals verzameld. Vinden jullie die ook op reis?
Jorunn: “Heel vaak gebeurt het dat die dingen gewoon op onze weg komen: ik heb hier nog een cd’tje, dat ziet er een goed nummer uit, en toevallig klinkt dat dan perfect. Uiteindelijk zijn wij redelijk lui op dat vlak. Maar da’s natuurlijk een stuk van de charme van de groep: dat alles zo spontaan groeit.”
Annelies: “Een nummer als ‘Ja­sio u Pana’ hebben we ontdekt dankzij een Poolse groep die in Oostenrijk optrad en met wie we cd’s uitgewisseld hebben.”

Op jullie website las ik dat jullie de woorden van dat nummer fonetisch genoteerd hebben. Kom je dan niet tot een verbijs­terend andere versie?
Jorunn: “We doen dat ook met Zweedse nummers en naar ver­luidt klinkt dat dan als Oud-­Noors. Dat komt toch al aardig in de buurt, hè.”
Annelies: “Deze zomer hoorden we toevallig twee Franstalige meisjes die onze nummers zon­gen. Het was best oké, maar je merkt inderdaad dat ze het niet echt begrijpen, dat ze hier en daar woorden compleet ver­keerd gebruiken.”
Jorunn: “Als we in het Frans zin­gen, kijken we wel meer uit, omdat die Franse nummers in­tussen bijna de helft van ons re­pertoire beslaan. Dan moet je wel zien dat je dat op een defti­ge manier kunt brengen.”

Is die keuze voor Franse nummers een marketingzet?
Jorunn: “Nee, dat vind ik een vies woord. We willen zeker in Frankrijk optreden, maar je kunt je repertoire daar niet aan aan­passen. Het moet van binnenuit komen. We zingen gewoon heel graag in het Frans. Vanuit Frank­rijk vragen ze ons wel eens of we een nummer van onze cd naar het Frans willen vertalen, en da’s al echt een dilemma voor ons. Het is afwegen, je ge­voel volgen, en soms eens zeg­gen: oké, we doen het.”

Hoe zit het met jullie buiten­landse optredens?
Annelies: “In Nederland loopt het vrij goed, omdat we daar zelf voor hebben gezorgd, door onze optredens. Maar de platenfirma daar heeft nog altijd niet goed begrepen dat wij (gie­chelt) een succesformule zijn. Als je daar over folk begint, denken ze meteen aan van die lerse meestampers.”­

Zijn er ook landen waar jullie per se nog willen doorbreken?
Annelies: “Duitsland. Daar heb­ben we ooit twee optredens gedaan,en het publiek was er enorm enthousiast. Maar de platenfirma daar wil ons niet uitbrengen, omdat er geen concerten zijn en de organisa­toren willen ons niet boeken, omdat we er geen plaat uit hebben. In principe zou het daar even goed kunnen lopen als in Frankrijk.”
Jorunn: “Behalve dan dat het eten er maar niks is. We zijn ook wel een culinair geïnteres­seerde groep.”
Annelies: “We hebben ooit door Spanje getoerd en ieder­een had er twee kilo bij.”
Jorunn: “Waar ik ook nog graag eens naartoe wil, is Frans Canada. We hebben er twee keer bijna een toer gehad. Uit­eindelijk is het afgesprongen om financiele redenen, omdat we muzikanten mee moesten nemen die hun dagprijs heb­ben. Scandinavië lijkt me ook heel tof. En Japan! Voor het eten!” (giert)
Annelies: “Dat eten doet ook veel voor de sfeer (fachend). Maar we hebben natuurlijk een zeer strak fitnessprogramma!”
Nathalie: “Als we in een onge­zellige ruimte aankomen en het eten lijkt op niks… dan gaan wij slingers kopen.”

Slingers?
Jorunn: “We zaten op een vre­selijk troosteloze plek in Neder­land. Net een betonnen bunker en – typisch Nederland – er was geen eten, zelfs geen fles water. Dus zijn we naar de super­markt getrokken om hapjes te halen en wijn en slingers met ‘hartelijk gefeliciteerd’ op. We proberen er altijd wel iets van te maken.”

Wat gebeurt er met het thuis­front als jullie weg zijn. Wordt dat ook één hechte familie?
Annelies: “De vriend van Jorunn zal wel eens komen eten bij mijn vriend, want die komen heel goed overeen. Als wij samenleven, leven zij sa­men. Gaan frieten halen of zo.”
Jorunn: “Maar eigenlijk heeft alleen Annelies nu echt een ge­zinsleven. Ik woon nog alleen, dat is toch wel anders. Als ik weg ben, is mijn vriend eerder opgelucht dat hij ook nog eens zijn ding kan doen, vlotten kan bouwen en van die dingen.”
Nathalie: “Ik heb mijn dochter om de week, in co-ouderschap. Soms komt het supergoed uit dat zij een week bij papa is, terwijl ik weg ben. Maar ande­re keren moet ik ook drie keer optreden in de week dat ik haar heb. Eigenlijk zou je als ouders dan zo flexibel moeten zijn om daar een mouw aan te passen, maar dat kan voor haar papa ook niet altijd. Dan is het wel wat zoeken om de opvang geregeld te krijgen. Het vreem­de is: als Emma bij mij is, ben ik heel intens met haar bezig, maar zodra ik de toerbus op­stap, kan ik de knop makkelijk omdraaien. Vaak vergeet ik bijna dat ik moeder ben. Dat is geen kwestie van minder graag zien: zij is dan bij haar papa, ik weet dat ze in goeie handen is en ik doe mijn ding.”

Annelies, zal Lander voor jou iets veranderen aan je werk?
Annelies: “Hij zal wel meerei­zen, zeker in het begin, omdat ik hem borstvoeding wil geven. Mijn vriend gaat dan wellicht ook mee, zodat Lander toch wel bij z’n ouders kan blijven. Als er optredens zijn met een toerbus, dan wordt dat moei­lijk voor Lander. Daarom heb­ben niijn vriend en ik nu zelf een minibusje gekocht waarin we kunnen slapen. Dan rijden we gewoon achter de grote bus aan.”

Dus Laïs heeft er gewoon een extra groepslid bij?
Annelies: “Er waren veel men­sen die me vroegen: ‘Allez vooruit, en dan ga je dus stop­pen met zingen?’ Maar waar­om zou ik moeten stoppen? We zullen natuurlijk moeten ­afwachten hoe het loopt, maar het ziet er goed uit. Zodra we Lander in de auto zetten, valt hij in slaap. Blijkbaar is hij toch al graag onderweg.”

Laïs toert met ‘Douce Victime’ nog tot begin november door Vlaanderen. Voor plaatsen en data, zie www.lais.be. De cd ‘Douce Victime’ is uit bij Virgin.

Interview: Kaat Schaubroeck
Foto’s: Michel Vaerewijck
© Libelle, 21 oktober 2004

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s