Prima wasmachine

In ‘De Morgen’ van zaterdag 9 september ll. voelt journalist Dirk Steenhaut Annelies, Jorunn en Nathalie stevig aan de tand over de zopas verschenen cd-box ‘Documenta’ en over hun capriolen van de afgelopen tien jaar. Tevens wordt er een tip van de sluier opgelicht over de niewe wegen die het Laïstrio in de toekomst zal inslaan.

Laïs in ‘De Morgen’: “Wij zijn een prima wasmachine”.

20060911_demorgenPrecies een decennium geleden wist het Kalmthoutse trio Laïs traditionele folk plots weer sexy te maken. Vandaag blikken de zangeressen terug met Documenta, een retrospectieve verzameling met een schat aan onuitgegeven werk. Jorunn Bauweraerts, Annelies Brosens en Nathalie Delcroix staan te popelen om nieuwe paden te verkennen, maar eerst helpen we hen nog even omzien in verwondering. ‘Het is wel schrikken dat we al zo lang bezig zijn. De tijd is voorbij gevlogen.’
(met dank aan auteur Dirk Steenhaut en aan fotograaf Alex Vanhee voor de publicatietoestemming van integraal artikel en foto)

Ze traden op in China, Zuid-Afrika en Kenia, zongen samen met het Corsicaanse I Muvrini en werkten, dichter bij huis, met Daan, Spinvis en elektronica-acts als Buscemi en Styrofoam. Laïs is dus echt wel meer dan een mooi verpakt vehikel voor liederen over begijnen en smidjes. De dames hebben altijd over geografische en stilistische grenzen heen gekeken. Zelfs het etiket ‘Vlaams’ zit hen niet echt lekker meer.

Tien jaar Laïs: er zijn huwelijken die minder lang standhouden. Hebben jullie intussen met elkaars onhebbelijkheden leren leven?
Nathalie: “Pff… Onze grillen zijn volgens mij al flink afgenomen.”
Annelies: “Ik ben slecht in ruzie maken en doe doorgaans alles om het te vermijden. Pure tijdverspilling. Na tien jaar weten we natuurlijk wel wat we aan elkaar hebben. We kennen elkaar door en door.”

De meisjes van weleer zijn tot vrouwen uitgegroeid: Annelies en Nathalie zijn nu allebei mama. In welke mate heeft dat jullie veranderd op persoonlijk vlak?
Annelies, momenteel zwanger van haar tweede kind: “Soms heb ik het gevoel dat ik twee verschillende levens leid en dat ik mijn uiterste best moet doen ze op elkaar af te stemmen. Uiteraard zijn we niet meer dezelfden als toen we vijftien waren, maar we hebben al zoveel tijd met elkaar doorgebracht dat we bij die veranderingen nauwelijks stilstaan.”
Nathalie: “We hebben samen veel meegemaakt en ervaringen gedeeld. Daardoor leef je sowieso sterk met elkaar mee. Als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat ik cynischer ben geworden. Op relationeel vlak heb ik een paar keer het deksel op de neus gekregen, waardoor ik mensen minder snel vertrouw. Ik ben mijn onbevangenheid kwijt.”
Jorunn: “Mijn leven hobbelt intussen gezellig verder. Voor kinderen en samenwonen vind ik het nog wat te vroeg. Ik heb vooral behoefte aan vrijheid, dus duw ik al die dingen voor me uit. Het was wel maf toen Annelies, die ik al zolang kende, naar de kraamafdeling moest om te bevallen. Die nacht heb ik hard gehuild, kwamen er plots gevoelens naar boven die ik niet herkende. Want ik zat op dat moment in een heel andere trip: van feestjes en heftig uitgaan.”
Annelies: “Dat was best moeilijk. Op zo’n moment lijkt het alsof je elkaar even kwijt bent. Ik zat rustig thuis – baby in de armen, klassieke muziek op de achtergrond – in volmaakte harmonie met het universum. Met Jorunn, die net een nieuwe vriend had, ging het dan weer keihard van baf, baf, baf! We stapten allebei in een nieuw leven maar het mijne en het hare waren totaal tegengesteld. Toch wisten we instinctief dat we elkaars golflengte wel terug zouden vinden.”
Nathalie: “Ik ken onderhand beide kanten van de medaille: kindje gekregen maar ook veel boem boem boem gedaan. (lacht) Niettemin ben ik rustiger geworden en heb ik mijn uitspattingen beter leren doseren. Met een dochtertje hou je dat wilde leven niet lang vol. Maar terugblikkend moet ik erkennen dat ik een bijzonder felle periode heb gehad, waar ik me nu een beetje voor schaam. Goh, mochten mijn ouders weten dat… (stilte) Mijn leven is er lang een geweest van emotionele pieken en dalen: ik ben van nature geneigd extremen op te zoeken. Jorunn probeert me soms wel af te remmen. Zijn we op een feestje, dan is zij diegene die zegt: ‘Het is al laat, laten we maar naar huis gaan.’ Terwijl ik er altijd op sta nog wat te blijven. (tot Jorunn) Jij hebt blijkbaar een groter verantwoordelijkheidsgevoel.”

Documenta omvat drie cd’s die elk één facet van Laïs belichten: het a-capellatrio, de dames met band en de zangeressen die graag met uiteenlopende genres flirten. Welke incarnatie ligt jullie het best?
Jorunn: “Moeilijke vraag. Momenteel zitten we met een groep in de studio, maar de a-capellaformule is ons op het lijf geschreven: we vallen er regelmatig op terug. Al hopen we ze ooit nog op verrassender manieren toe te passen.”
Annelies: “De combinatie van die drie stemmen, daarin liggen onze roots. De aanpak is simpel: het kan altijd en om het even waar.”
Nathalie: “Als we lang met een groep getoerd hebben is het zalig weer zonder begeleiding te zingen, omdat je elkaar plots weer hoort. Het doet deugd als je elkaars stembanden voelt trillen.”
Annelies: “Het leuke is dat we met onze stemmen veel verschillende richtingen uit kunnen en we de vrijheid nemen die ook te verkennen.”
Nathalie: “Als a-capellagroep zijn we pas onlangs aan het experimenteren geslagen, met werk van Sjostakovitsj. Dat klonk al wat leger en gedurfder, al zouden we, net als Laurie Anderson, nog veel verder kunnen gaan. Ik wil niet enkel de folkies aanspreken, maar ook mensen die van elektronica houden.”
Jorunn: “Bij het uitwerken van onze zangpartijen tobben we er niet meer over of ze op het podium wel uitvoerbaar zullen zijn. Als we opnemen doet dat er niet toe. We hebben al te vaak moeten horen dat we live veel beter zijn dan op cd.”

Wat waren tot nu toe jullie fijnste momenten met Laïs?
Nathalie: “De optredens op Dranouter. En de tournees met de groep door Spanje en Italië. We verbleven er in van die rare maar gezellige hotelletjes met een kelder waar we doorgaans lekker aten en veel te veel wijn dronken. Ook leuk: onderweg ergens uitstappen bij een riviertje om wat te luieren voor het concert. Als we vroeger met Laïs voor een concertreis naar het buitenland trokken, maakte ik mijn vrienden altijd wijs dat ik met vakantie ging.”
Annelies: “Met zijn allen in de bus: altijd keiplezant.”
Jorunn: “Ik ben ook blij met de manier waarop we ons vorig jaar op muzikaal vlak hebben weten te herpakken. We zaten in een totale leegte, hadden een punt bereikt waarop we het allemaal niet meer zo goed wisten. Tijdens optredens kregen we steeds vaker het gevoel dat we tegenover onszelf verraad pleegden. We zongen voor uitverkochte zalen, het publiek vond het blijkbaar fantastisch, maar wij voelden het niet meer.”
Nathalie: “Het leek alsof we andermans nummers stonden te kwelen. Op den duur begonnen we met onszelf de spot te drijven op het podium. Zie ons hier nu staan, tralala. Terwijl vroeger alles zo vanzelfsprekend was.”
Annelies: “Gelukkig ervaarden we alle drie precies hetzelfde en slaagden we erin uit dat dal te klimmen door even afstand te nemen. We hadden iets prachtigs opgebouwd, maar beseften dat we het even snel weer konden verliezen. Een openhartig gesprek drong zich dus op.”
Jorunn: “Want op den duur dachten we allemaal: ik zou dít wel willen. Of dát. Maar ieder hield het voor zichzelf.”
Annelies: “Op een bepaald ogenblik raakte ik helemaal vervreemd van de muziek waar Jorunn en Nathalie naar luisterden. En toen hadden we een van de beste gesprekken die we ooit hadden gevoerd. Ieder van ons vertelde wat haar op de lever lag en dat was een geweldige opluchting. Het leidde ook tot meer wederzijds begrip. We beseften dat het tijd werd een andere weg in te slaan, maar wel met zijn drieën.”

De jongste jaren waren jullie elk afzonderlijk bij heel wat nevenprojecten betrokken: The Fundamentals, Admiral Freebee, Folkkwadraat, Jumbalaya, Prima Donkey… Alsof jullie almaar vaker de behoefte hadden het keurslijf van Laïs af te gooien.
Nathalie: “Ik ben gek op country, dus toen ik met Jumbalaya of als duo met Bjorn Eriksson optrad, was dat voor mij de perfecte oplossing: Ik voel me niet meer zo lekker bij Laïs, maar gelukkig heb ik dít nog. Nu besef ik dat Jorunn en Annelies dat niet zo prettig vonden. Het was alsof ik te kennen gaf dat Laïs me niet veel meer kon schelen. Anderzijds heb ik van die zijstapjes veel opgestoken. Op het podium staan met een Admiral Freebee geeft je een ware energieboost.”
Annelies: “Ik merk wel dat Jorunn en Nathalie bij Prima Donkey op een andere manier hebben leren zingen en juich dat zelfs toe. Maar ik vind wel dat het uiteindelijk Laïs ten goede moet komen.”

Als je al tien jaar samenzingt, is het dan nog vanzelfsprekend je vocaal te blijven ontwikkelen?
Annelies: “Neen. Vroeger deden we eenvoudigweg wat het publiek van ons verwachtte: dát soort cd, met díé akkoorden. Het kwam er ook moeiteloos uit. Maar omdat we dat minder boeiend begonnen te vinden, gingen we naar andere dingen op zoek en werd onze interne rolverdeling minder strikt. Wel hebben we altijd genoten van het samenzingen.”
Jorunn: “Alleen is niets zo afstompend als steeds hetzelfde stemmetje te moeten gebruiken: altijd hoog of altijd laag.”
Nathalie: “We hebben nu alle drie een achtsporenrecorder, waardoor we elk afzonderlijk liedjes kunnen maken en driestemmige arrangementen kunnen bedenken. Later leggen we die dingen dan naast elkaar en zo krijg je verschillende invalshoeken. Verfrissend: vroeger maakten we altijd alles samen.”
Annelies: “Daardoor dreigde ons werk eenvormig te worden. Verwacht je dus maar aan een ommekeer. We zijn in muzikaal opzicht nieuwsgieriger geworden. En: we dúrven meer.”
Jorunn: “Vroeger kozen we altijd voor de zekerste oplossingen. Vandaag schrikken we er niet meer voor terug onze beperkingen als troeven uit te spelen.”
Annelies: “Lange tijd brachten we gewoon verhaaltjes, terwijl er vandaag tijdens het zingen veel meer emoties naar boven komen. Onze stemmen klinken gegroefder, donkerder, minder vlak. Dat heeft ongetwijfeld met ouder worden te maken. We hebben meer geleefd, hé? Onze ervaringswereld is ruimer geworden.”
Nathalie: “Het moet ook maar eens uit zijn met die kunstmatige studiogalm. Die schept afstand. Onze stemmen mogen tegenwoordig al eens kraken.”

Meer gevoel, minder perfectie. Jullie zingen nu met meer soul?
Annelies: “Precies. (tegen de anderen) We weten onszelf al goed te verkopen, niet?”
Nathalie: (lachend) “We zijn een prima wasmachine. Een turbo.”

Eerder dit jaar gingen jullie een alliantie aan met het Vlaams radiokoor.
Annelies: “Dat heeft ons goed gedaan. Vooral het werk van Sjostakovitsj was voor ons een openbaring. Als je daar je tanden in mag zetten, dat is genieten. Maar telkens wanneer we aan zulke projecten deelnamen, gebeurde dat op verzoek van anderen. Mochten we zelf het initiatief hebben genomen, dan waren we wellicht met een buitenlands koor in zee gegaan.”
Nathalie: “Les Voix Bulgares, bijvoorbeeld. Onze stemmen gecombineerd met zo’n ensemble: een geweldig idee. Alleen zaten we vast aan de dirigent en de partituur. Dat was wel confronterend. En niet alleen voor ons.”
Jorunn: “Dat Vlaams Radiokoor is een instituut, hé? Het gaat er dus nogal eh… ambtelijk aan toe. We willen die mensen niet afvallen, maar ze zitten wel vast aan een specifieke manier van werken.”
Annelies: “Het waren twee verschillende werelden die bij elkaar kwamen. Soms wilden we wat langer repeteren of een half uurtje vroeger beginnen, maar dat kon niet. Iedere vorm van improvisatie was uit den boze. Zucht.”

Vorig jaar maakten jullie een productie met Rum, ook pioniers van de Vlaamse folkbeweging, maar wel van een andere generatie.
Jorunn: “Dat was heel gezellig. Die muzikanten hadden lang niet meer samengespeeld, wat wellicht voor enige onzekerheid zorgde. Bij hen moest alles van tevoren vastliggen, terwijl wij veel nonchalanter zijn. Zij waren zenuwachtig en bang dat het fout zou gaan, maar bij ons komt het altijd goed. Alleen hebben wij, om te presteren, soms een deadline nodig.”
Nathalie: “Het was wel schattig om te zien: drie oude mannen en drie jonge meisjes, samen op een podium. Wij waren alle drie een beetje verliefd op hen. En zij op ons, vermoed ik.”

Met Documenta zijn de geluidsarchieven van Laïs leeggehaald. Is dit het einde van een hoofdstuk?
Annelies: “Dat gevoel leeft bij ons heel sterk, ja. We hebben afscheid genomen van iedereen die de jongste jaren bij Laïs heeft gespeeld. Dat was nodig: we werden niet meer geprikkeld en we stonden met zoveel goede muzikanten op het podium dat er eigenlijk geen ademruimte meer overbleef. We herbeginnen nu met een schone lei, maar verwacht ook weer geen al te drastische koerswijziging. Alleen zingen we nu veeleer poëzie dan verhalende teksten en gebruiken we af en toe een vleugje elektronica. Het wordt meer… sfeermuziek.”
Nathalie: “Omdat we de nummers niet te vol willen proppen beperken we ons nu tot drie muzikanten. Ze zijn misschien iets minder geroutineerd, maar ze hebben een heel eigen klank en het zijn leeftijdsgenoten die we ’s nachts ook wel eens in de kroeg tegenkomen. Bij Admiral Freebee heb ik trouwens geleerd dat je ook met zijn drieën op het podium flink wat power kunt ontketenen.”

Wie gaat jullie nieuwe cd producen?
In koor: “Wijzelf.”
Jorunn: “We weten beter dan ooit wat we willen en hoe het moet klinken. Als we het zelf doen zal het niet perfect zijn, maar dat is niet erg.”
Nathalie: “Tijdens de opnamen van Douce Victime, onze vorige plaat, werden we te vaak tot marionetten herleid.”
Annelies: “Klopt, maar we wisten toen zelf niet goed welke richting we met onze muziek uit wilden.”
Jorunn: “Wouter van Belle heeft ons toen goed geholpen, maar vandaag moet niemand ons meer vertellen hoe we horen te klinken. Dat zou behoorlijk botsen, vrees ik. En aangezien we geen zin hebben in vermoeiende discussies, nemen we het heft maar in eigen handen.”

Bij onze vorige ontmoeting zei Nathalie nog: we zijn nu klaar voor het experiment.
Annelies: “Bepaalde eigenschappen die de mensen in de loop der jaren met Laïs waren gaan associëren, zul je alvast niet meer aantreffen. De toekomst is er een van minder liedjes, minder Vlaams, minder folkinstrumenten, minder huppeldepup.”
Jorunn: “Op onze volgende plaat brengen we Engelstalige gedichten van William Butler Yeats, maar dan vertolkt vanuit vrouwelijk standpunt. Het wordt de eerste keer dat we echt ménen wat we zingen.”

Voelen jullie nooit de drang om eens iets echt gedurfds of excentrieks te maken?
Annelies: “De schrik zit er toch altijd nog in. Zullen de luisteraars zoiets van ons wel pikken?”
Nathalie: “We willen het publiek ook weer niet te hard doen schrikken. Maar onze nieuwe nummers passen misschien wel meer bij Studio Brussel dan bij Radio 1.”

Waar luisteren jullie tegenwoordig zoal naar?
Nathalie: “Veel freakfolk, zoals Joanna Newsom en Devendra Banhart. Bonnie ‘Prince’ Billy. En vooral Univers Zero: briljante chamber prog én Belgisch.”
Annelies: “Voor ik Rufus Wainwright ontdekte, luisterde ik uitsluitend naar vrouwenstemmen. Maar op hem werd ik meteen verliefd. Blijkt verdorie toch wel dat hij homo is, zeker?”
Jorunn: “Antony. Ik hoorde hem voor het eerst tijdens een concert van Lou Reed en was nog nooit zo gepakt door een stem. Zo breekbaar: hij bracht me aan het huilen.”

Met wie willen jullie ooit nog samenwerken?
Jorunn: “Met Nick Cave. Wat hij met de zussen McGarrigle heeft gedaan vond ik prachtig. Maar het liefst van al wil ik met Laïs naar Zanzibar trekken en er een cd opnemen met een plaatselijk taaraborkestje.”
Nathalie: “Doe mij maar Laurie Anderson. Ze mag zelfs twee vriendinnen meebrengen.”

© Dirk Steenhaut – De Morgen, 9 september 2006
Foto © Alex Vanhee

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s