Documenta krijgt 9

Het Nederlandse online folkmagazine Folkforum publiceerde zopas zijn ‘Documenta’-recensie. De titel ‘Laïs nog lang niet uitgezongen’ zegt al voldoende. De Folkforum-recensent steekt zijn lof niet onder stoelen of banken en geeft de cd-box een 9 als waardering. Lees hier de volledige recensie of breng een bezoek aan de Folkforum-website.

Laïs nog lang niet uitgezongen

Het overzichts-document dat de Vlaamse groep Laïs in de vorm van de 3-cd Documenta heeft uitgebracht bij haar 10-jarig bestaan, geeft optimisme voor de toekomst. Het toont zonneklaar dat de zangeressen niet krampachtig de ingeslagen weg volgen van destijds – hoe succesvol die ook was – maar nieuwe richtingen zoeken.’

Jorunn Bauweraerts (27), Annelies Brosens (26) en Nathalie Delcroix (30) ontwikkelen zich alsmaar. Die evolutie blijkt niet enkel uit de twee live-cd’s – al was het maar vanwege de 8 jaar die ligt tussen de opnamen – die dit prachtalbum bevat maar ook uit het verrassende derde ‘rariteiten’-schijfje Scrapbook dat hints geeft welke ‘spannende donkerder’ kant hun muziek opgaat.

De live-schijfjes bevestigen de indruk dat de kenmerkende gedreven en dynamische zang live nóg beter uitkomt dan in de studio. De een laat de piepjonge zangeressen a capella horen in 1996 vol jeugdige passie, bijzonder fraai maar vooral ook zo foutloos mogelijk. Bij de ander – live opgenomen in 2004 – primeert de expressiviteit, ondersteund door een sterke live-band met topmuzikanten.

A capella 1996 (the first recordings) bevat tien nummers waarvan er twee nooit eerder op cd zijn vastgelegd: Sim sam en het destijds zo populaire 2 emmertjes (vrij naar de Veulpoepers). De overige acht nummers staan ook op het twee jaar later verschenen eerste studio-album Laïs. Waar de meeste songs op dat album toen begeleiding kregen gold dat ook destijds al niet voor De Wereld vergaat en ’t Zoutvat, twee nummers die op z’n Laïs’ a capella gemakkelijk overeind blijven door het sterke zang-arrangement en de toen toch ook al bevlogen zang.

Op het schijfje Live in Brussels 2004 gooien de zangeressen zich gedurfder – ik zou haast zeggen rücksichtloser – in de strijd met kekke uithaaltjes en verrassende tweede en derde stemmen. Je hoort het door die geheel boeiende cd heen: vanaf het eerste bandbreed swingende La plus belle de Céans tot het afsluitende Barbagal enkel op akoestische gitaar begeleid.

Vaak wordt een live-cd verstierd door ellenlange aankondigingen en overvloedig applaus. Gelukkig heeft mixer Tom Pintens dat nagenoeg allemaal weggelaten, wat de luisterbaarheid absoluut ten goede komt.

Laïs is de laatste jaren begeleid door de crème de la crème van de Belgische folk. Zo ook tijdens het live-concert in Brussel in ‘04. Het gaat om doorontwikkelde muzikanten die moeiteloos met eigen accenten de nummers live nog pakkender maken. Zo strooit Wouter Vandenabeele met exotische vioolklanken in Rinaldo en in een alternatief Smidje. Fritz Sundermans gitaar klinkt evengoed amerikaans rootsy in Helplesly hoping, als spannend overstuurd in De klacht van een verstoten minnaar.
Lyrisch klinkt de diatonische accordeon (Didier Laloy/Jonathan Deneck) in Dormez, dormez, terwijl ie swingt in La Plus belle de Céans. Dominique Vantomme beroert de pianotoetsen intiem in Blind Boy, om vervolgens gedreven honky tonkerig uit te pakken in een stomende Opzij. En dat alles is geschraagd op vaak subtiele bas (Mirko Banovic) en drums (Marc Bonne), die trouwens ook duivels stuwend kunnen toeslaan zoals in Le Renard et la belette.

Scrapbook bevat een verzameling van allerlei zaken, zoals ‘kleingehouden’ demo’s voor het later lichtelijk overgeproduceerde album Douce Victime, enkele lounge-achtige re-mixen (o.a. Dorothea door Buscemi), een soundtrack, samenwerkingsverbanden met artiesten als Spinvis (het vervreemdende Astronaut), Daan, Djamel, en enkele nieuwe nummers.
Indrukwekkend is de dreigende versie van het aloude Daar was laatst een meisje loos onder de titel Meisje loos. Gegoten in de zinderende Thalassa-aanpak (zeeliederen-programma samen met Rum van vorig jaar) compleet met blazers en inventief zangarrangement levert het een moderne 21ste eeuwse seashanty op. Zoals ook de eigen poëzie van Annelies Brosens in Keerom met akoestische gitaar en een minimum aan electronische effectjes een eigentijdse sfeer krijgt.
Even rudimentair als intrigerend is het samengaan van futuristische Laïs-stemmetjes met de ‘oude’ vocale pom-pom-bas van Daan in de a capella versie van diens Swedish Designer drugs. Opgepoetster, of zeg maar gelikter, klinkt de lounge-versie van Michel Polnareffs Qui a tué grand maman, een nummer dat als singletje in België is uitgebracht.

Enkele nummers komen zowel voor op de live-cd uit 2004 als op Scrapbook. Boeiend zijn de verschillen. Waar in de live-versie van La plus belle de Céans lijf en leden vocaal overdonderend erin geslingerd worden, klinkt de Scrapbook-versie zwoeler, ingetogener, rustiger met enkel gitaar en vooral een spannender zangarrangement met een opmerkelijke ijle hoge kristalheldere tweede melodielijn van Annelies Brosens. En waar Dormez, dormez op de live-cd nog lyrisch klinkt met piano en accordeon, is de Scrapbook-versie op een alternatiever publiek gericht met rootsy snarenwerk op slide- en overstuurde elektrische gitaar.

In alle publiciteit in de Vlaamse pers rondom het tienjarig bestaan van Laïs filosoferen de zangeressen over de toekomst. Ze gaan hun nieuwe album dat wellicht al komend voorjaar verschijnt, zelf produceren. Ze willen de nummers niet meer ‘te vol proppen’, dus werken ze straks nog met slechts drie muzikanten in plaats van een hele groep. Geen draailier, viool of accordeon meer, wel gitaar, contrabas en drums. ‘Een basic bezetting, de drummer is ook met electronica bezig. Maar niet ineens zoiets als Lais goes electro…. Geen folkdeuntjes meer, minder Vlaams, minder huppeldepup… Het wordt meer sfeermuziek.’ Toch blijft ook a capella trekken. Meer experimentelere driestemmige arrangementen, met een minder strikte rolverdeling. Dan mag de een hoog, dan weer de ander, niet steeds dezelfde. Er zijn plannen voor meer gedichten (Yeats) dan verhalende teksten.
Allemaal redelijk gedurfd dus, maar ze ‘willen het publiek ook weer niet te hard doen schrikken’ en ze stellen zich ook vragen als ‘zullen de luisteraars zoiets van ons wel pikken?’ Die vrees lijkt gezien enkele voorbeelden op ‘Scrapbook’ ongegrond. Wellicht leidt deze evolutie tot een ander publiek. Daar is niks mis mee.
Vraagtekens zijn echter wel te zetten bij het compleet overboord gooien van ‘folkdeuntjes’. De unieke link zoals Laïs die weet te leggen tussen verleden en heden in Meisje loos, of Dormez, dormez zou ik zeker gaan missen.

© Henk (Waardering 9) – Folkforum, 2 oktober 2006

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s