Laïs

LAÏS – “Laïs” (1998)cd_lais
Full cd
Alea (WBM 21005)
(Ultratop (B) – Binnenkomst: 23/1/1999 – Piek: 4 – Weken: 52)

01. De wijn
02. Barbagal
03. Isabelle
04. ’t Zoutvat
05. De wanhoop
06. In this heart
07. Min morfar
08. ’t Jeugdig groen
09. De wereld vergaat
10. Warme garnars
11. ’t Smidje
12. Grand Jacques
13. Bruidsnacht
14. 7 steken

* * *

01. De wijn

Het beste van de wijne dat is er voor mijne mond
Al lag ik ziek te bedde dan werd ik weer gezond
Al lag ik ziek te bedde gekweld door menig venijn
De wijn geneest de pijne
O wijn, weest welkom wijn

Men mag de wijn wel loven, zij is er het prijzen waard
En ook de schone vrouwen die zijn er naar onzen aard
Ik heb er nog meer te doen dan enkel dit glaasje klein
Daarom wil ik ze roemen
O wijn, weest welkom wijn

De wijn die komt van verre, zo menig mijl gereden
Op wagens en op karren tot hier al binnen de steden
Zij komt er uit het land van Keulen, al over de Rijn
Getond in volle vaten
O wijn, weest welkom wijn

En is ze rood en helder dan is ze ons goed gezind
En streelt zij onze tongen dan is zij ongekend
O als de mensen drinken met vrienden al bijeen
Uit glazen die daar klinken
O wijn, weest welkom wijn

Ach vrienden hebt geen zorgen, al hebben wij nu geen geld
De waard zal ons wel borgen, zo heeft hij mij verteld
We zullen hem laten schenken en vrolijk zullen we zijn
Kom laat ons vanavond blijven
O wijn, weest welkom wijn

“Een van onze oudste nummers. Jorunn zong het lang geleden al. De tekst komt uit het Antwerps Liedboek. Het is een positief drinklied over de wijn, die alles geneest. We hebben het lied, zoals onze meeste liedjes, zelf gearrangeerd.”

02. Barbagal

Barbagal l’è n’dait iera ancura noeit
Diridin don, diridon, poura mi.
Cul bunet an’s i’oei l’è muntà a caval
Diridin don, diridon, poura mi.

E follì, follà, follero, e follero, lero, lì.
O bun om Barbagal pour’om
Diridin don, diridon, poura mi.

A porte lo cure come fu sal ra
Diridin don, diridon, poura mi
A jo la voi gal, a bara voi gar
Diridin don, diridon, poura mi

E foli, fola, folero, e folero, lero lì
Amora am barbagal porom
Diridin don, diridon, poura mi

’n sal ciuchè la noeit a fasia ’n ciadel
Diridin don, diridon, poura mi.
A criava fort i sun mi ‘l pì bel
Diridin don, diridon, poura mi.

E follì, follà, follero, e follero, lero, lì.
O bun om Barbagal pour’om
Diridin don, diridon, poura mi.

Cun le braie curte e cul pintun an man
Diridin don, diridon, poura mi.
A criava a tuta forsa: “Sun an rabadan”
Diridin don, diridon, poura mi.

E follì, follà, follero, e follero, lero, lì.
O bun om Barbagal pour’om
Diridin don, diridon, poura mi.

Quandi che l’Munvis a l’à ‘l capel
Diridin don, diridon, poura mi.
O ca fa brut o ca fa bel
Diridin don, diridon, poura mi.

E follì, follà, follero, e follero, lero, lì.
O bun om Barbagal pour’om
Diridin don, diridon, poura mi.

Dat is het liedje waarmee Laïs zichzelf in het leven riep in Gooik. We hadden het al heel lang op cassette, in een versie van de Noord-Italiaanse groep Cantovivo. De tekst betekent niets, het is gewoon klankplezier. We hebben het met plezier gemaakt omwille van de herinnering.

03. Isabelle

Isabelle mijn dochterke
Waar hebde gij leren naaien?
Te Gent al bij mijn moeje
Hoe leid, hoe leid, hoe leider is ’t mijn

Isabelle mijn dochterke
Wat hebde gij daar gegeten?
Een vis met gele strepen
Hoe leid, hoe leid, hoe leider is ’t mijn

Isabelle mijn dochterke
Waar he’n ze dat viske gevangen?
In een kelderke met een tange
Hoe leid, hoe leid, hoe leider is ’t mijn

Isabelle mijn dochterke
Wat jonde gij aan uwen zelve?
Een spaadje om mij te delven
Hoe leid, hoe leid, hoe leider is ’t mijn

Isabelle mijn dochterke
Wat jonde gij aan uwe moeje?
Een oven om in te gloeien
Hoe leid, hoe leid, hoe leider is ’t mijn

Isabelle mijn dochterke
Wat jonde gij aan uwen broeder?
Een vrouwe gelijk zijn moeder
Hoe leid, hoe leid, hoe leider is ’t mijn

Een traditionele tekst en melodie, ook gevonden in het Antwerps Liedboek. Dit liedje zingen we al vier jaar. Het gaat over een meisje dat leert naaien in Gent. Erg ontspannend om te zingen.

04. ’t Zoutvat

‘k Wil verhalen in dit lied hoe Pier met Trijn ging trouwen
Het huwelijk was maar pas geschied of ’t moest hen al berouwen
Den eerste dag ’t was al gelach, men zag daar niets dan fluiten
En Pier en Trijn heel vrolijk zijn bij bassen en bij luiten

Jan gaf kiekens in het kot en Dries gaf hen een verken
Marie die gaf ne koffiepot, een schup om mee te werken
Jannemoei gaf hun een koei, de Jef gaf hun een tange
En Pier de wal gaf hun een val om muiskes mee te vangen

Pier toen de bruiloft was gedaan begon te commanderen
Waar dat de meubels zouden staan en ging het huis uitkeren
Maar Trijn die zei : Wat doet gij mij, dat zijn geen mans affairen
Laat mij dus mijn fatsoen maar doen gelijk ik zal begeren

Pier hing het zoutvat in de schouw en Trijn begon te kijven
En zei dat zij dat niet en wou en het daar niet zou blijven
Trijn nam het af en Pier die gaf haar twee goeie soefletten
En zei : Gij prei, wat zult gij mij hier wetten komen zetten

Trijn als duivelin zo kwaad riep uit : Moet ik dat lijden
Indien gij mij nog eens zo slaat zal ik uook niet mijden
Pier zei : Zwijg stil, gij zult de wil van mijn gebed ontvangen
Ik draag de broek, in dezen hoek daar zal het zoutvat hangen

Trijn trok haar man toen voor ’t gerecht en deed terstond hem dagen
Dat hij moest komen voor het recht om hem daar af te vragen
of ene man gebieden kan of hij kan commanderen
Waar hangen moet het keukengoed, zij gingen procederen

Ze procedeerden lange tijd, daar werd zoveel gelopen
Totdat zij waren alles kwijt, men moest alles verkopen
Den helen bras, al wat er was, het zoutvat, potten, pannen
Daarbij de koei van Jannemoei en ’t vat met koperen wanden

Die tekst heeft Jorunn gevonden in een heel oud boekje in een kringloopwinkel in Antwerpen. Het is een grappige tekst, die nog heel actueel is. Jorunn schreef de melodie. Hier hoor je de drie stemmen duidelijk onderscheiden. Nathalie begint, Jorunn valt in en Annelies is de hoogste stem die volgt.

05. De wanhoop

Mijn lief schijnt mij te haten
Al klaag ik haar mijn smart
’t Mag al den bras niet baten
Een ander heeft haar hart
Zij leidt een ander vrijen
En wil mijn min niet lij’en
Dat maakt mij drommels desperaat
De wanhoop maakt gemeenlijk :
Een monnik of soldaat

Wat is nu best begonnen ?
Hoe raak ik aan mijn end ?
In ’t klooster bij de nonnen ?
Of bij de heer van Gent ?
Voor ’t eerst ben ik te geus toe
En ook te genereus toe
Dat raadt in dezen droeven staat
De wanhoop maakt gemeenlijk :
Een monnik of soldaat

Ik weet me te berechten
Te helpen uit de nood
Ik wil me dood gaan vechten
Dat gaat je naar de vloot
Gelijk een eerlijk landsman
Wie weet hoe menig Fransman
Met mij zal sneuvelen voor de staat
De wanhoop maakt gemeenlijk :
Een monnik of soldaat

“Uit het liedboek van Jan Frans Willems, dat we kregen van radioproducer Dré Peremans. Annelies heeft er een korte en krachtige melodie voor gebruikt.”

06. In this heart

In this heart lies for you
A lark born only for you
Who sings only to you
My love
My love
My love

I am waiting for you
For only to adore you
My heart is for you
My love
My love
My love

This is my grief for you
For only the loss of you
The hurting of you
My love
My love
My love

There are rays on the weather
Soon these tears will have cried
All loneliness have died
My love
My love
My love

I will have you with me
In my arms only
For you are only
My love
My love
My love

(from the Sinéad O’Connor cd “Universal Mother”, 1994)
Nathalie heeft dit liedje van Sinéad O’ Connor aangebracht. Sinéad geeft ons kippenvel: ze heeft een eigen stem en klinkt heel warm en gevoelig. Je voelt wat ze zingt. Het is een lied over de liefde.

07. Min morfar

Min morfar hade en gammal rock
Som var av svinehår väven
Och när han dansade som allra värst
Så tog han flickan i näven

Röda rosor är så härliga
Vackra flickor är så kärliga
Hellst när man får den som man vill ha
Då här det nöje till att leva

Det står ett träd på min faders gård
Det har så underliga grenar
Den ena gren far den andre fam
Och här står jag moj allena

Een Zweedse traditional. Het betekent ‘Mijn Grootvader’. Jorunn heeft het liedje meegebracht uit Zweden, toen ze er met ‘Jeugd en Muziek’ op concertreis was. We hebben het arrangement overgenomen van drie ons onbekende Zweedse meisjes.

08. ’t Jeugdig groen

Nu ben ik hier alleen in ’t jeugdig groen
Waar is mijn lief, waar zal ik ze zoeken ?
Waar mag ze zijn, die ik bemin ?
Waar mag ze zijn mijn tere vriendinne ?
Ik, ik hoor haar komen, ik hoor haar komen
O, wat een verdriet
Zij die daar komt, nee zij is het niet
Zij die daar komt, nee zij is het niet

Ik leg mij neer al onder enen boom
Ik leg mij neer om wat te slapen
Terwijl ik sliep had ik een droom
Terwijl ik sliep om vreugd te rapen
O wat een verdriet, o wat een verdriet
O wat een verdriet, zij is het niet

Terwijl ik sliep kwam zij daar bij mij
Terwijl ik sliep kwam zij daar spelen
Och here toch, die haar behaagt
En die komt mij nu bespeuren
Zij komt daar spelen, zij komt daar spelen
O, wat een verdriet
Zij die daar speelt, nee zij is het niet
Zij die daar speelt, nee zij is het niet

Ik kuste haren rode mond
Ik kuste haar alsof ik beve
Riep er ik : Maak mijn hart gezond
Dat ik in dit jong hart herleve
Tere vriendinne, tere vriendinne
O ’t is door de min
Trek mij tot u, O schone engelin

Een traditionele tekst waarop we een ingewikkeld arrangement gezet hebben. Moeilijk om te zingen. Het is een oud liefdeslied.

09. De wereld vergaat

Vrienden ’t is tijd om uw pakske te maken.
Raapt al uw pottekes en pannekes bijeen.
Tracht als ge kunt nog wat vreugde te smaken,
vreugd en verdriet springen ’t langst op de been.
Want de aarde die is al aan ’t verdoven.
’t Schijnt dat de zon en de maan ons verlaat.
Niemand verplicht ik toch mij te geloven,
maar ’t is de roep dat de wereld vergaat.

Sommigen zeggen : ’t is triestig om te horen,
dat heel het mensdom zal worden verbrand.
Anderen zeggen : men zal ons versmoren.
’t Een en en het ander en is niet plezant.
’t Was verduiveld wat ver toch gedreven,
ons te behandelen als vis en gebraad.
’t Is om te schrikken, te schudden en te beven
als ge ‘r aan denkt dat de wereld vergaat.

Waarom nog goed ons te wassen en te scheren?
Waarom nog goed een nieuw hemd aan te doen?
Laat ons maar drinken en laat ons maar smeren.
Laat ons maar gans ons fortuintje opdoen.
Toe Jan, gij moet nog kiekens halen,
kiekens die lopen toch genoeg op straat.
’t Is onnodig ervoor te betalen,
aangezien dat toch de wereld vergaat.

Is er hier iemand die kleren wil kopen?
‘k Laat heel mijn boel aan de prijs van factuur.
Ik ben van zin in mijn hemd rond te lopen.
’t Is nog te goed voor de warmte van ’t vuur.
Ik ga mijn gereedschap verkopen omdat
er het werken tot niets meer en baat.
‘k Neem er geen stukskes nie meer van mien handen,
aangezien dat toch de wereld vergaat.

Eindelijk ’t moest er toch eens van komen.
’t Werd ons voorspeld door de ster met de steert.
Ik heb gelukkig mijn voorzorg genomen,
mijn laatste cent is goddank reeds verteerd.
Ben ik gedwongen nu schulden te maken,
zet men mij morgen of heden op straat,
‘k lach ermee want ’t kan mij toch niet raken,
aangezien dat toch de wereld vergaat…

Ja de wereld vergaat

Ook deze tekst komt uit het boekje dat we in de kringloopwinkel vonden. Een vrolijk wijsje, dat zegt dat je plezier moet maken nu het einde van de wereld nabij is. Jorunn heeft de melodie geschreven vanuit de tekst.

10. Warme garnars

Moeder ik wil hebben een man
Warme garnars smory
Die mij den kost wel winnen kan
Warme garnars, warme garnars
Warme garnars, smory

Wel mijn dochter gij zijt te jong
Warme garnars, smory
Gij moet nog wachten een jaar rond
Warme garnars, warme garnars
Warme garnars, smory

Moeder ik ben oud genoeg
Warme garnars smory
Mijn Jan is knap en welbeproefd
Warme garnars, warme garnars
Warme garnars, smory

Moeder, moeder, geef mij ne man
Warme garnars smory
Die mij dees koude winter kan
Warmen, warmen, warmen, warmen
Warme garnars smory

Dit is één van onze eerste nummers, uit het Liedboek van Jan Frans Willems. Normaal wordt het veel sneller gezongen, maar deze versie is gegroeid uit een ongelukje tijdens de repetities.

11. ’t Smidje

Wie wil horen een historie
Al van ene jonge smid
Die verbrand had zijn memorie
Daaglijks bij het vuur verhit

Was ik nog, nog met mijnen hamer
Was ik nog met geweld op mijn aambeld

‘k Geef den bras van al dat smeden
Ik ga naar de Franse zwier
‘k Wil mij tot den trouw begeven
Nooit een schoner vrouw gezien

Was ik nog, nog met mijnen hamer
Was ik nog met geweld op mijn aambeld

’t Is de schoonste van de vrouwen
Maar nooit was er zo’n serpent
Nooit kan zij haar bakkes houden
Nooit is zij eens wel content

Was ik nog, nog met mijnen hamer
Was ik nog met geweld op mijn aambeld

Nooit mag ik een pintje drinken
Nooit mag ik eens vrolijk zijn
Nooit kan ik iemand beschinken
Met een glaasje bier of wijn

Was ik nog, nog met mijnen hamer
Was ik nog met geweld op mijn aambeld

‘k Geef den bras van al dat trouwen
Werd ik maar eens weduwnaar
‘k Zou mij in een hoeksken houden
En mij stellen uit gevaar

Was ik nog, nog met mijnen hamer
Was ik nog met geweld op mijn aambeld
Was ik nog, nog met mijnen hamer
Was ik nog met geweld op mijn aambeld

Onze eerste single, samen met ‘De Wereld Vergaat’. De tekst is al bekend van Miek & Roel. We dachten dat we er een jig van konden maken en zijn beginnen dansen. Zo is dit arrangement gegroeid. Kadril speelt hierop mee.

«De versie van Laïs leunt dichter aan bij het oorspronkelijke ritme en bij de oorspronkelijke melodie dan onze versie uit ’67. Overigens vind ik hun interpretatie zeer geslaagd.»
Roel van Bambost

13. Bruidsnacht

Zij is naar ’t duin gegaan
Haar bruidskleed had zij aan
Baren gaan heen en weer
Sterren staan klaar

Eenzaam in doods gebied
Ontwaakt hij en hoort haar lied
Baren gaan heen en weer
Donker is ’t tij

Hij kwam uit zee naar ’t strand
Hij nam haar bij de hand
Baren gaan heen en weer
Sterren staan klaar

Donker duin
Donker duin
Sterren staan helder klaar
Zij rusten eeuwig
Bij elkaar

Toen in dat geurend kruid
Werd zij ’n gekroonde bruid
Baren gaan heen en weer
Donker is ’t tij

Hij nam haar met zich mee
Terug naar de brandende zee
Baren gaan heen en weer
Sterren staan klaar

Donker duin
Donker duin
Sterren staan helder klaar
Zij rusten eeuwig
Mm mm… Bij elkaar

Donker duin
Donker duin
Sterren staan helder klaar
Zij rusten eeuwig
Mm mm… Bij elkaar

Dit is een wat mysterieuze tekst van Ferdinand Verknocke, een West-Vlaams dichter. De melodie komt uit Schotland. Het gaat over een koppel en zelfmoord. Het fijne is dat je niet precies weet wat er gebeurt. Het lijkt ons een soort sprookje.

14. 7 steken

Hij was een jongeling van achttien jaren
Die bij z’n meisje de liefde kwam verklaren
Maar toen hij haar had van haar eer ontrukt
Liet hij haar zitten met haar ongeluk

’s Morgens kwam hij om haar te spreken
Men zag de tranen van droefheid breken
Zij sprak : Jongeman ziet wat gij doet
Hetgeen ik draag is van uw vlees en bloed

Hij nam haar dadelijk mee naar buiten
In ’t groen waar al die vogels fluiten
Hij nam haar mee naar een rivier
En sprak : uw laatste rustplaats is hier

Hij heeft haar dadelijk vastgegrepen
En nam een mes en gaf haar zeven steken
Ja zeven steken, zij viel voor zijn voet
Zij lag te baden in haar eigen bloed

Adieu mijn vader, adieu mijn moeder
Adieu mijn zuster, adieu mijn broeder
Nu ga ik scheiden van de wereld af
En ik ga rusten in het duister graf

Ziet nu zo een moordenaar eens lopen
Geen rust of duur om iets te hopen
Nu loopt hij met zijn ogen vol getraan
En kan z’n leven naar de gevangenis gaan

Een toffe tekst uit het Keukenmeidenzangboek, over een vrouw die gedood wordt door haar minnaar. De geest van de vrouw keert terug. Jorunn vond de melodie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s